8 jun 2020

Familiekroniek - Schotanus

Ik heb het al eerder verteld, Verborgen Verleden is een van mijn favoriete tv-programma’s. Ik ben altijd lichtelijk jaloers als ik zie hoe archivarissen de stambomen van bekende Nederlanders uitpluizen en interessante documenten opduiken.
Gelukkig is er op internet ook veel te vinden en zijn er anderen die onderzoek hebben gedaan. Veel van mijn voorouders zijn arbeiders, landbouwers, schippers en bijna allemaal wonen ze generatie na generatie in Friesland. Maar na enig speurwerk kom ook ik heel andere takken tegen in mijn stamboom. Met voorvaderen die bijvoorbeeld hebben gestudeerd aan de universiteit van Franeker. Over de Lautenbachs heb ik hier al eens geschreven. Voorvader Jacobus Lautenbach komt uit Duitsland.

Kleermakerij Minnertsga

Kleermaker in Minnertsga
Een andere interessante tak is die van Schotanus. De moeder van mijn pake Johannes Nieuwenhuis heette Aaltje Schotanus. Haar vader Johannes Jacobus Schotanus was kleermaker in Minnertsga. Hier schreef ik over de kleermakerszaak in Minnertsga van Aaltjes broer Christoffel. Op de website Minnertsga Vroeger vond ik een mooi verhaal over die zaak.

Van Schoot
Op de website van de Schotanus Stichting vind ik de volgende informatie. Alle Schotanussen in ons land stammen af van Baernd Gabbes (ca. 1522–1551), die huwde met de uit het Drentse Ruinen afkomstige Johanna Hendriks. Baernd Gabbes werd geboren in Goïngarijp en vestigde zich in Oudeschoot - toen nog Schoot genoemd - vlakbij Heerenveen. Baernd en Johanna kregen drie zonen: Gabbe, Hendrik en Jelle. Omdat de jongens naar een Latijnse school gingen kregen ze Latijnse namen: Gabbe werd Jacobus, Hendrik werd Henricus en Jelle werd Gellius. Vader Baernd Gabbes was afkomstig van Schoot, in het Latijn: Schotanus.

Vetkopers
Over de voorvaderen van Baernd Gabbes is ook nog het een en ander bekend. De eerste die uit de duisternis van het verleden geplukt kan worden is Gabbe Baernds, geboren ca. 1437 in Fernwoude. Zijn zoon Baernd (geboren ca. 1462 in Stavoren) was commandant bij de Vetkopers. Hij sneuvelde op 13 januari 1496 op het Slotermeer, bij de strijd van de woudboeren tegen de Saksische troepen. Als je meer wilt weten over de strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers, klik dan hier.

Schotanusatlas

Cartograaf
Jacobus, Henricus en Gellius waren de achterkleinzonen van Vetkoper Baernd. Jacobus Bernardi Schotanus (1547-1617) werd predikant, onder meer te Jorwerd. Henricus Bernardi werd hoogleraar aan de universiteit van Franeker en Gellius Bernardi werd dokter en priester te Leeuwarden. In mijn enthousiasme dacht ik even rechtstreeks af te stammen van cartograaf Bernardus Schotanus à Sterringa (van de befaamde Schotanusatlas), maar dat klopt niet. Voorvader van de cartograaf is Gellius, mijn voorvader is Jacobus. Het aardige is dat in mijn stamreeks de naam Jacobus steeds terugkomt. Mijn betovergrootvader, de kleermaker te Minnertsga, heette Johannes Jacobus Schotanus.

Familiewapen
Natuurlijk heeft het geslacht Schotanus een familiewapen. Dit zegt de website van de Schotanus Stichting erover: “Het is een zgn sprekend wapen. Hetgeen wil zeggen dat de symbolen deels aan de naam zijn ontleend. Ster en ring wijzen op de naam Starringa of Sterringa (afkomstig van de oorspronkelijke naam van Staveren). De drie boven elkaar geplaatste harten symboliseren "eigenerfd" bezit in drie opeenvolgende generaties, dus vrij van leenrecht, een zogenaamd allodiaal bezit.”


4 mei 2020

Moederlijke lijnen

Geïnspireerd door deze blog van Ad van der Zee, consulent erfgoed en geschiedenis bij het Erfgoedhuis Zuid-Holland zocht ik mijn moederlijke lijnen uit. Want waarom alleen maar de vaderlijke lijnen afspeuren?
Allemaal zijn ze geboren in het noorden van Friesland. Mijn overgrootmoeder Antje de Boer komt uit een schippersfamilie. Ik schreef hier over de familie Wijkstra. Antjes overgrootmoeder Antje Jans is op 5 februari 1833 'overleden in het schip leggende in de oude Stadsgracht te Leeuwarden', zo zegt de overlijdensakte.
Over overgrootmoeder Aaltje Schotanus uit Minnertsga schreef ik hier.
Over overgrootmoeder Sjoukje Feikema uit Herbaijum schreef ik hier.
De mooiste achternaam is toch wel die van Itske Donia uit Holwerd. Donia klinkt bijna als Friese adel.
De informatie komt vooral van de geweldige website Alle Friezen.

Mijn moeder was Antje Nieuwenhuis (1931, Marssum)
Haar moeder was           Wilhelmina van der Hogt (1910, Marssum)
Haar moeder was           Antje de Boer (1878, Warga)
Haar moeder was           Minke Wijkstra (1849, Deinum)
Haar moeder was           Trijntje van der Heide (1806, Bergum)
Haar moeder was           Antje Jans (1777, Bergum)

Middenachter mijn overgrootmoeder Antje de Boer

Mijn vader was Klaas Hilverda (1931, Dronrijp)
Zijn moeder was            Saakje Braaksma (1903, Dronrijp)
Haar moeder was           Trijntje Kuperus (1879, Berlikum)
Haar moeder was           Saakje Jans Hesselius (1848, Dronrijp)
Haar moeder was           Antje Martens Hoekstra (1821, Stiens)
Haar moeder was           Saakje Douwes (1788, Stiens)
Haar moeder was           Geertje Klazes (onbekend, onbekend)

Rechtsachter mijn overgrootmoeder Trijntje Kuperus

Mijn grootvader was Johannes Nieuwenhuis (1901, Franeker)
Zijn moeder was            Aaltje Schotanus (1863, Minnertsga)
Haar moeder was           Gaatske Stoffels Bloemsma (1831, Vrouwenparochie)
Haar moeder was           Aukje Wiebes de Vries (1805, Finkum)
Haar moeder was           Gaatske Aukes (1768, Stiens)
Haar moeder was           Janke Jans (ca. 1740, onbekend)

Mijn grootvader was Klaas Hilverda (1900, Dronrijp)
Zijn moeder was            Sjoukje Feikema (1859, Herbaijum)
Haar moeder was           Eelkje Jans Terpstra (1833, Dongjum)
Haar moeder was           Riemke Gerrits Herrema (1802, Tzummarum)
Haar moeder was           Dieuwke Jans (1766, Oosterbierum)
Haar moeder was           Itske Harmens Donia (1740, Holwerd)
Haar moeder was           Jacobje/Japikje Alefs/Ales (1715, onbekend)

Mijn overgrootmoeder Sjoukje Feikema


21 apr 2020

De eerste Internationale Dag van de Arbeid, op 27 april 1890 in Leeuwarden

Met een grote meeting in Leeuwarden vindt honderddertig jaar geleden, op 27 april 1890, in ons land voor het eerst de viering plaats van de Internationale Dag van de Arbeid. Niet op 1 mei, maar op zondag 27 april, zodat de arbeiders geen vrije dag hoeven op te nemen.

Mijn betovergrootmoeder Wilhelmina van der Vegt is dan net 47 jaar. Ze is geboren in Beetgum, maar is na haar huwelijk met arbeider Hendrik van der Hogt in Marssum gaan wonen, even ten zuiden van haar geboorteplaats. Marssum ligt op een uur lopen ten westen van Leeuwarden. Wilhelmina en Hendrik hebben vijf kinderen, de jongste is Reinder, mijn overgrootvader. Reinder is op die zondag in april elf jaar.

Advertentie in de Leeuwarder Courant

Roerig
In dit deel van Friesland is het al jaren roerig. Een jaar eerder hebben landarbeiders in Het Bildt een vakbond opgericht: Broedertrouw. Er zijn acties van werkloze arbeiders, socialistische vergaderingen, anarchistengroepjes. Op 13 januari 1889 heeft Domela Nieuwenhuis in Beetgum gesproken, bij kastelein De Jong. In 1890 wordt in Beetgum een afdeling van Broedertrouw opgericht met 130 leden. De leden voeren onder meer actie voor verhoging van het loon bij vlasbraken.

Rode vaandel
Omdat de burgemeester van Menaldumadeel de veldwachters opdracht heeft gegeven bij te houden wie er aan de demonstratie meedoen weten we dat er uit Beetgum 27 mensen vertrekken, uit Beetgumermolen 26. Andere afdelingen voegen zich bij hen en om kwart over tien vertrekken er uit Marssum tweehonderd mensen naar Leeuwarden. De afdeling Beetgum van de SDB voert een rode vaandel mee waarop staat: ‘Recht voor Allen afdeeling Beetgum.’ Voorop kleermaker Klaas Stienstra met het vaandel, begeleid door twee politieagenten. Uit Het Bildt komen zeshonderd mannen en vrouwen aangemarcheerd. In totaal doen er ongeveer tienduizend mensen mee aan de meeting in Leeuwarden. De deelnemers eisen een achturige werkdag en algemeen kiesrecht.

Van 27 april 1890 zijn geen foto's. Deze foto is gemaakt tijdens de meeting van 17 augustus 1890 in Heerenveen.

Boerenmeid
Het gezin Van der Hogt dat in Marssum woont, moet de demonstratie hebben meegemaakt. Ik hoop natuurlijk dat Wilhelmina en Hendrik zijn meegelopen naar Leeuwarden. Ze hadden er alle reden toe. Vanaf haar zeventiende tot haar huwelijk heeft Wilhelmina gewerkt als boerenmeid. Hendrik is arbeider. Door de landbouwcrisis is het armoede troef in dit gezin, net als in de andere arbeidersgezinnen in Friesland. De landarbeiders maken lange dagen, verdienen een schijntje en hebben geen rechten. De werkeloosheid is groot.

'It is myn ropping'
Als mijn betovergrootouders zijn meegelopen hebben ze meegezongen op de wijs van het Friese volkslied: 'Op, Friezen, op! Der falt for ’t rjucht to strieden. Kom bljuw no net fen fierren stean!' Ook als ze alleen maar hebben toegekeken, moeten ze die dag iets hebben gevoeld van hoop op betere tijden, moeten ze zich gesterkt hebben gevoeld door de massaliteit en de oproepen tot solidariteit. De dag maakt in ieder geval zoveel indruk op Pieter Jelles Troelstra dat hij besluit zijn leven te wijden aan de socialistische strijd. “Ik moat, it is myn ropping,” zegt hij ’s avonds tegen zijn vader.

Een paar jaar later neemt Troelstra als advocaat de verdediging op zich van vier broers uit Beetgum in wat de Zaak Hogerhuis zal heten. Pieter Verhoeff maakte een film over deze zaak: 'De dream' (1985).

20 mrt 2020

Wandelen langs de oude Spoorweghaven

Voor iemand als ik, die is gefascineerd door dingen die zijn verdwenen, is Rotterdam een perfecte stad. Uren kan ik kijken naar foto’s en kaarten van de vroegere stad. Hoe zag het stratenplan er toen uit? Niet alleen het centrum van de stad is behoorlijk veranderd, ook de havenarbeiders die rond 1900 in de Spoorweghaven werkten, zouden dit deel van de stad niet herkennen als ze over de huidige Kop van Zuid zouden lopen.
Omdat ik al bijna twee jaar aan de Spoorweghaven woon, is het de hoogste tijd te onderzoeken hoe het er toen uitzag en wat er is veranderd. Daarom maakte ik in maart een wandeling langs wat ooit de kades van de oude Spoorweghaven waren.

Spoorweghaven nu
Zwanegat
Mijn wandeling begint bij de Spoorweghavenbrug bij de Stieltjesstraat. Via de Van Ravesteynkade loop ik langs de huidige Spoorweghaven tot aan de Lodewijk Pincoffsweg. Vanaf hier is de Spoorweghaven gedempt.
De Spoorweghaven werd, net als de Binnenhaven en de Entrepothaven, aangelegd tussen 1873 en 1879 toen dit deel van Feijenoord werd ontwikkeld tot havengebied - dankzij Lodewijk Pincoffs. Waar de Spoorweghaven werd gegraven lag vroeger het Zwanengat. Dit water sneed als het ware de grote bocht van de Maas af, vanaf de oever ter hoogte van het Noordereiland tot aan het Mallegat aan het eind van de Oranjeboomstraat.
Voor en na de tweede wereldoorlog werden meer naar het westen grotere havens aangelegd en raakten de Spoorweghaven, de Binnenhaven en de Entrepothaven in onbruik. Eind vorige eeuw werd besloten van dit havengebied een woongebied te maken. De Spoorweghaven werd deels gedempt, de Binnenhaven en Entrepothaven bieden tegenwoordig ligplaatsen voor de pleziervaart.


Spoorweghaven (rechts). Op de voorgrond het Noordereiland.
Mallegatpark
Ik vervolg mijn wandeling over het Witteveenplein, met een mooi parkje met zwerfkeien en naaldbomen. Als ik de Vuurplaat heb overgestoken sta ik op een weg die Spoorweghaven heet en langs het Spoorweghavenplein loopt. De Hema en de Albert Heijn aan de Laan op Zuid staan dus als het ware in de oude Spoorweghaven.
Het is aardig dat de straatnamen ten oosten van het plein herinneren aan de vroegere remise Hilledijk van de RET: Stoomtramweg, Machinistenstraat. Op het Spoorweghavenplein wordt druk gebouwd. Remisehof heet dit complex heel toepasselijk.
Voorbij het grote gebouw van het Albeda College aan de Rosestraat moet ik onder het spoor door. Ongeveer op deze plek liep vroeger het Spuikanaal onder het spoor door en kwam uit bij het Mallegat. Het tunneltje komt nu uit bij het Mallegatpark met zijn beeldbepalende halve bollen en ranke watertoren. Bollen en watertoren hoorden bij de gasfabriek Feijenoord die hier stond van 1879 tot 1968. Tussen 1922 en 1962 lag rechts van het huidige park, in het Mallegat, een zwembad in de rivier.

Mallegatpark nu
Laan op Zuid
Op de terugweg loop ik via het pleintje naast de Hema naar de Laan op Zuid. Ook hier liggen een paar grote zwerfkeien. Hebben de keien iets met de vroegere havens te maken?
De Laan op Zuid heette vroeger de Laan van Overmaas en ligt op het NS-emplacement langs de Spoorweghaven. Als ik de kaarten bestudeer die ik vind op de website Rotterdamkaart begrijp ik waarom in het trottoir aan de oostzijde van de Laan op Zuid een herinnering aan railssporen zijn aangebracht. Op de kaart uit 1920 staat dat hier het Goederenstation Staats Spoorwegen stond. In het hele oude havengebied lagen rails om goederen te vervoeren. Hier vond de overslag plaats van de scheepvaart naar de treinen.
Mocht je aan deze kant over de Laan op Zuid lopen, gluur dan even naar binnen bij de entreehallen van de woongebouwen. In een aantal hangen schitterende zwartwit foto’s van het oude havengebied. Ze laten je een beetje voelen hoe het er hier een eeuw geleden uit moet hebben gezien.

Rails in de Laan op Zuid

6 mrt 2019

Troelstra-oord, vakantieverblijf voor arbeiders


‘We hebben het met dubbeltjes bij elkaar gespaard,’ vertelde mijn beppe wel eens over Troelstra-oord. Ik stelde me een wit gebouw voor, omringd door bossen.
Toen we afgelopen herfstvakantie een tocht door Nederland maakten en overnachting zochten op de Veluwe, herinnerde ik me dat Troelstra-oord nu een hotel was en ging op zoek op internet. En inderdaad: wat vroeger een vakantieverblijf voor arbeiders was is nu Fletcher Hotel Beekbergen Apeldoorn.
Het hotel blijkt vlakbij de snelweg te liggen, maar als je het terrein oprijdt, voel je je meteen midden in het Veluwse bos. Het hoofdgebouw van Troelstra-oord brandde af in de jaren vijftig en is vervangen door een saai gebouw, maar de zijvleugels zijn nog hoe ze oorspronkelijk waren.
Fletcher Hotel Beekbergen Apeldoorn
Opening
Een aantal jaar geleden kreeg ik van iemand het schitterende boek ‘Troelstra-oord’. Op een van de eerste pagina’s staat: “Opgedragen aan allen, die hebben medegewerkt aan het tot stand komen van de stichting Troelstra-oord. Mogen de leden der moderne arbeidersbeweging hun vacantie- en studie-oord waardeeren, er gebruik van maken en het uitbouwen, tot heil van de gansche arbeidersklasse.” In het boek foto’s van de bouw van het oord, van de openingsdag  op 19 oktober 1926 en foto’s van de glas-in-loodramen. In 1926 is mijn pake 26 jaar.

De opening van Troelstra-oord in oktober 1926
Geschenken
Achterin het boek staat een opsomming van de geschenken voor het Troelstra-oord. Iedere bond in ons land schonk iets. Daarnaast schonken particulieren ook dingen voor de inrichting, zoals kleedjes, kussens, boeken, een plant.
Mijn pake werkte vanaf 1921 bij zuivelfabriek De Eendracht in Marssum en was lid van de Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw-Tuinbouw- en Zuivelbedrijf. Dus in het bedrag van 500 gulden dat deze bond schonk moeten de dubbeltjes van mijn grootouders zitten. Naast dit bedrag schonk deze bond ook nog de inrichting van een eenpersoonskamer.

Troelstra-oord in 1934
Gebrandschilderde ramen
In het Fletcher hotel hangen luchtfoto’s van het oude Troelstra-oord. Natuurlijk mogen we binnenkijken bij de linkerzijvleugel. We komen in een ruimte die het gevoel heeft van een kerk, mede dankzij het hoge plafond en de prachtige gebrandschilderde ramen. In de ramen zien we geen heiligen, maar gewone mensen, werkende mannen en vrouwen.
Onze kamer is in het nieuwe gebouw. Het gebouw, en ook de kamer, is wat sleets. Maar het uitzicht ’s ochtends op het herfstige bos maakt veel goed.

Gebrandschilderde ramen
Troelstraschool
Onderstaande foto is uit 1936. Op de achterkant staat 'Vacantie Troelstra oord'. Mijn pake en beppe poseren trots naast de Loenense waterval.
Overigens was Troelstra-oord niet alleen een vakantieverblijf, het werd ook gebruikt voor kaderscholingen. Theo Thijssen, schrijver, onderwijsexpert en vakbondsman, leidde de Troelstraschool.

Vacantie 1936


8 jan 2019

Polly Maggoo, obscuur kroegje in Parijs

Tijdens mij verblijf als au-pair in Parijs (1978/1979) had ik een stamkroeg: Polly Maggoo, 11 Rue St-Jacques. Ik kwam er met vriendinnen die ook au-pair waren en met medestudenten, vooral Amerikanen, die net als ik een cursus Frans voor buitenlanders volgden aan de Sorbonne. Polly was een obscuur cafeetje, waar het bier overdag slechts drie franc zestig kostte, veel goedkoper dan in andere café's in het centrum. En er werd goede muziek gedraaid, Patti Smith, de Rolling Stones en iedere avond de elpee 'Street-Legal' van Bob Dylan.

Oud affiche op de muur van het huidige Polly Maggoo
Mei '68
De stoelen, banken en tafelbladen kwamen uit oude metrorijtuigen. Aan de donkere muren hingen affiches van de film 'Qui êtes-vous Polly Maggoo', van Cassius Clay en affiches met portretten van ongure types.
Wat we vooral leuk vonden: je had er snel contact met andere bezoekers. Of beter gezegd: met mannen. Zo ontmoetten we er een Duitser, Norbert, die beweerde dat hij de enige buitenlander was die tijdens de rellen van mei ’68 in Parijs was opgepakt. Hij had drie dagen in de gevangenis gezeten.
Overdag zaten voor het raam altijd mannen te schaken, met een klok naast zich op tafel. Eén van hen was de Joegoslaaf Tomislav op wie enkele van mijn au-pair vriendinnen verliefd waren.

Polly Maggoo in 1982
'Qui êtes-vous Polly Maggoo'
Het is een prachtig affiche, maar de film 'Qui êtes-vous Polly Maggoo' heb ik nooit gezien. Het is een Franse speelfilm uit 1966, geregisseerd door William Klein. De mysterieuze vrouw op het affiche is het Iers-Amerikaanse model Dorothy McGowan. De film is een satire op de modewereld in Parijs. Op YouTube zijn enkele fragmenten te vinden.

Qui etes-vous Polly Maggoo?
Het nieuwe Polly Maggoo
Het oude Polly Maggoo is allang verdwenen, op nummer 9-11 is nu hotel Henri IV gevestigd. Het nieuwe café Polly Maggoo dat op nummer 3 is te vinden (hier heet de Rue St-Jacques Rue du Petit Pont), lijkt in niets op het oude Polly. Maar wel hangen er de oude affiches en ze draaien er goede muziek. Een biertje kost er aan het eind van de middag - happy hour - € 4,50.
Heb je herinneringen aan het oude Polly Maggoo? Laat het me weten!

Polly Maggoo nu

18 jan 2018

Midnight at the Oasis – Rick’s Café in Casablanca

‘Play it once Sam, for old times’ sake,’ dat zijn de magische woorden die Ilsa Lund (Ingrid Bergman) in de film ‘Casablanca’ uitspreekt als ze voor het eerst Rick’s Café Americain in Casablanca bezoekt. Sam, de pianist, wil eigenlijk niet, maar ze dwingt hem ‘As time goes by’ te spelen. Wanneer Rick Blain (Humphrey Bogard) de klanken hoort, verstrakt hij. Het is hún lied, het lied dat hoort bij hun korte en hevige affaire in Parijs. Een affaire waaraan een einde komt komt als de Duitsers Parijs binnenvallen. Rick vlucht naar Casablanca en begint daar een café. Ilsa verdwijnt.


Oudejaarsavond
In november ontmoeten we een bevriend stel dat toevallig rond oud en nieuw ook naar Marokko gaat. We spreken af oudejaarsavond gezamenlijk door te brengen in Casablanca.  Een paar dagen later krijg ik een appje: ‘Wij zijn op oudejaarsavond in Rick’s Café. Komen jullie ook?’ Natuurlijk! Via de website www.rickscafe.ma reserveer ik voor twee personen. Het geld voor de gala-avond moet ik overmaken naar een bedrijf dat The Usual Suspects heet. ‘The usual suspects’, nog zo’n gevleugelde uitdrukking uit de film ‘Casablanca’. Als de overboeking voor het Midnight at the Oasis Gala Dinner gelukt is, voel ik de opwinding. Yes, we gaan oud en nieuw vieren in Rick’s Café in Casablanca!


Rick’s Café
‘Casablanca’ werd gemaakt in 1942, door regisseur Michael Curtiz. Het is gebaseerd op het toneelstuk ‘Everybody comes to Rick’s’ van Murray Burnett en Joan Alison. De scènes zijn opgenomen in de filmstudio, in decor dat al was gebruikt voor andere films. De oorlog had het onmogelijk gemaakt nieuwe decors te bouwen.
In 1942 was er geen Rick’s Café in Casablanca, maar sinds 2004 is het er wel. Het lumineuze idee om het befaamde café uit de film tot leven te wekken, komt van de Amerikaanse Kathy Kriger. Ze werkte als diplomaat in Marokko, maar verliet na 9/11 de diplomatieke dienst omdat ze het niet eens was met het beleid van George Bush. Haar liefde voor Marokko besloot ze om te zetten in een café-restaurant: Rick’s Café.

Rick's Café in Casablanca
Cocktails
We arriveren om half negen bij Rick's Café, onze Rotterdamse vrienden staan al in de rij voor de deur. Een hele rij personeelsleden heet ons welkom. Ze bieden ons dadels aan, een glas bubbels, een hapje. Met mijn handen vol – ik moet mijn tickets drie keer laten controleren – worden we naar ons tafeltje geleid. In rap tempo komen er schalen met hapjes langs. Een combo speelt jazzy muziek. Boven kunnen we roulette spelen en cocktails bestellen. Hoewel Rick’s Café in de film er anders uitziet, ademt dit café wel dezelfde sfeer uit.


Confetti kanonnen
Gastvrouw Kathy Kriger ziet er prachtig uit in haar witte kaftan met oranje en rode banen. Ze kondigt ieder gerecht aan met een persoonlijk verhaaltje - zo heeft het toetje iets te maken met Hugh Heffner - en loopt langs de tafels om iedereen smakelijk eten te wensen.
Tegen twaalfen is het eindelijk zover en speelt de pianist het nummer waar we al zo lang op wachten: ‘As time goes by’. Dan telt hij af en is het middernacht en mogen we op onze toetertjes blazen en onze confetti kanonnetjes afschieten. We blijven binnen. Of er in Casablanca vuurwerk wordt afgeschoten, geen idee.
Even na één uur verlaten we Rick’s Café en laten ons door een van de rode Petit Taxi’s die het straatbeeld van Casablanca beheersen naar ons hotel brengen.