28 jan. 2021

Familiekroniek - Over de achternaam Van der Hogt

Mijn beppe Mine van der Hogt (1910-1993) vond het zo jammer dat haar achternaam gedoemd was uit te sterven. Van der Hogt komt tegenwoordig inderdaad niet of nauwelijks meer voor. In de databank Familienamen van het Centraal Bureau voor Genealogie zien we dat de naam in 1947 nog tien keer voorkwam, en dan alleen in Friesland. In 2007 komt de naam minder dan vijf keer voor, maar waar in Nederland staat er niet bij.

Gezin Van der Hogt rond 1922
Foto (van links naar rechts): Mine, Antje, Reinder en Minke van der Hogt (omstreeks 1922)

Filemeldingen
Waar komt de naam Van der Hogt vandaan? Heeft hij te maken met het het knooppunt Hogt bij Eindhoven dat zo vaak voorbij komt in filemeldingen? Om erachter te komen duik ik maar weer eens in de documenten op de website Alle Friezen. De vader van mijn beppe heette Reinder Hendriks van der Hogt (1878-1951). Zijn vader was Hendrik Geerts van der Hogt (1844-1922). Die was een zoon van Geert Hendriks van der Hogt (1806-1876). Geert was een zoon van Hendrik Annes van der Hoogt/Hogt (1780-1826), die weer een zoon was van Anne Martens van der Hoogt (1747-1815).

Verbastering
Op de overlijdensakte van Anne Martens, boer te Beetgum, staat duidelijk Van der Hoogt. Bij de lijst van inwoners uit 1811 heet zijn zoon Hendrik Annes Van der Hoogt, op andere geschriften heet hij Van der Hogt. Bij Hendrik Annes is dus een o verdwenen. Conclusie: Van der Hogt is een verbastering van Van der Hoogt.
In 1947 komt de familienaam Van der Hoogt 157 keer voor, vooral in Zuid-Holland. In 2007 komt hij 200 keer voor, verspreid door het hele land, maar weer vooral in Zuid-Holland. Of Anne Martens iets met de Zuid-Hollandse Van der Hoogt-en te maken heeft, weet ik niet. Bij zijn vader Marten Tjepkes wordt geen achternaam genoemd, dus misschien heeft Anne Martens een achternaam verzonnen toen dat in 1811 verplicht werd. 
En als er toch nog een Van der Hogt is, dan hoor ik het graag. 

22 jan. 2021

Familiekroniek - De Landarbeidersbond

Het is een vierkant tegeltje met op de voorkant in reliëf een zaaier, aan zijn voeten klompen, op zijn hoofd een hoed. Bovenaan staan de jaartallen 1900 en 1950, onderaan Alg. Ned. Landarbeidersbond. Op de achterkant valt te lezen dat het om een jubileum gaat en dat de tegels zijn aangeboden aan de werknemers. De tegel is gemaakt in de tegelfabriek Westraven in Utrecht. 
Het tegeltje hing in het huis van mijn pake en beppe in Marssum, maar mijn pake was zuivelarbeider en geen landarbeider. Welk gouden jubileum werd er in 1950 gevierd? 

Landarbeiders
Het boek ’Veertig jaren Nederlandse Landarbeiders Bond’ brengt opheldering. Op 13 mei 1900 werd de Bond van Zuivelfabrieksarbeiders opgericht en deze bond vormde de grondslag voor de Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw-, Tuinbouw- en Zuivelbedrijf, kortweg de Nederlandse Landarbeidersbond, want landarbeiders is de veramelnaam voor alle arbeiders in de agrarische bedrijven, zelfs van zuivelbewerkers en veenarbeiders.
Saillant detail: in de inleiding van het boek noemt schrijver Jan Hilgenga de datum 14 mei 1940 als de dag “waarop wij dit gedenkboek aan de openbaarheid hopen prijs te geven.” Op 14 mei wordt Rotterdam gebombardeerd door de Duitsers en capituleert Nederland. 

Zuivelbewerkers
Mijn pake Johannes Nieuwenhuis werd geboren op 8 of 9 mei 1902 in Franeker. Zijn vader Enne Nieuwenhuis was binnenvisser. Toen hij oud genoeg was werd Johannes knecht bij een boer en in 1921 ging hij werken bij zuivelcoöperatie De Eendracht in Marssum. Hij werkte er eerst een jaar als volontair om het vak te leren. In oktober 1922 werd hij lid van de vakgroep Zuivelbewerkers van de Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw, Tuinbouw- en Zuivelbedrijf. Op zijn lidmaatschapskaart staat Bondsno. 395. De achterkant zit volgeplakt met contributiezegeltjes. De contributie is 50 cent per week, maar op de zegeltjes staat 49 of 54.

De Bond van Zuivelarbeiders
De Bond van Zuivelfabrieksarbeiders wordt op 13 mei 1900 opgericht in Leeuwarden, in café Tolsma op het Groot Schavernek. Initiatiefnemer is Marten Kalsbeek, werkzaam op de zuivelfabriek van Warga. De bond stelt zich ten doel “langs wettige weg zooveel mogelijk verbetering in de toestand van de zuivelfabrieksarbeiders te brengen. Daaronder wordt verstaan een betere regeling van loon, arbeidsduur en vrije dagen.”
In 1904 is al ruim zestig procent van de Friese zuivelarbeiders georganiseerd in de bond, tegen vijftien procent landelijk.

De Nieuwe Landarbeidersbond
Voor in 1907 in Leeuwarden de Nieuwe Landarbeidersbond wordt opgericht, zijn er andere pogingen om landarbeiders te verenigen. In de noordelijke Friese gemeente Het Bildt bestaat tussen 1889 en 1892 Broedertrouw. Daarna wordt de Bond van Landarbeiders opgericht, die verbeteringen via politieke acties wil bereiken en niet via wettelijke veranderingen. Marten Kalsbeek noemt die bond daarom  'anarchistisch'. De Nieuwe Landarbeidersbond is wel sociaal-democratisch, dus vooral gericht op veranderingen via de wettelijke weg.
In 1909 fuseren de landarbeidersbond en de zuivelarbeidersbond. De eerste gemeenschappelijke vergadering vindt plaats in de zaal van Excelsior in Leeuwarden. De nieuwe organisatie krijgt als naam Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw- en Zuivelbedrijf. In 1912 zal Tuinbouw worden toegevoegd. De gefuseerde bond telt 1.087 leden, 767 uit de zuivel en 310 landarbeiders.

Vrije dag
Wat heeft de bond bereikt? In 1901 verdienen gewone werklieden in de zuivelfabriek in het Friese Deinum 7,75 gulden per week. In 1939 is dat ongeveer 18 gulden.
Wanneer de vakbond wordt opgericht werken zuivelarbeiders meestal zeven dagen per week. In de zomer tijd werken ze soms 100 uur per week. In 1902 zijn er al twaalf zuivelfabrieken die een vrije dag geven. En de arbeidstijd is in twee jaar gemiddeld met een uur per dag verkort. In 1939 geldt een werkweek van gemiddeld 48 uur en krijgen zuivelarbeiders één vrije dag in de zeven dagen. In 1901 bestaat er geen pensionering, in 1939 is er voor zuivelarbeiders een ouderdomspensioen en een weduwenpensioen.

Personeel De Eendracht jaren 50

Melkcontroleur
De bond voert niet alleen actie, maar verzorgt ook vakonderwijs. In de winter van 1923-1924 volgt mijn pake de cursus melkcontroleur en krijgt in april 1924 het diploma. Als melkcontroleur gaat hij bij boeren langs en neemt monsters van de melk, onder meer om het vetgehalte te bepalen.
Na de oorlog wordt mijn pake eerste kaasmaker. In 1960 fuseert De Eendracht met de zuivelfabriek van Dronrijp. Zes jaar later sluit de fabriek haar deuren, vlak voordat mijn pake in 1967 65 jaar wordt en met pensioen gaat. (Op de foto hierboven, gemaakt in de jaren vijftig, zit mijn pake op de eerste rij, tweede van rechts.)

Voedingsbond NVV
In 1948 verandert de naam van de Nederlandse Landarbeiders Bond in Algemene Nederlandse Landarbeidersbond en, twee jaar na het gouden jubileum in Algemene Nederlandse Agrarische Bedrijfsbond. Die bond gaat in 1970 op in de Agrarische en Voedingsbedrijfsbond (Voedingsbond NVV). Verdere vakbondsgeschiedenis laat ik buiten beschouwing.