21 apr. 2020

De eerste Internationale Dag van de Arbeid, op 27 april 1890 in Leeuwarden

Met een grote meeting in Leeuwarden vindt honderddertig jaar geleden, op 27 april 1890, in ons land voor het eerst de viering plaats van de Internationale Dag van de Arbeid. Niet op 1 mei, maar op zondag 27 april, zodat de arbeiders geen vrije dag hoeven op te nemen.

Mijn betovergrootmoeder Wilhelmina van der Vegt is dan net 47 jaar. Ze is geboren in Beetgum, maar is na haar huwelijk met arbeider Hendrik van der Hogt in Marssum gaan wonen, even ten zuiden van haar geboorteplaats. Marssum ligt op een uur lopen ten westen van Leeuwarden. Wilhelmina en Hendrik hebben vijf kinderen, de jongste is Reinder, mijn overgrootvader. Reinder is op die zondag in april elf jaar.

Advertentie in de Leeuwarder Courant

Roerig
In dit deel van Friesland is het al jaren roerig. Een jaar eerder hebben landarbeiders in Het Bildt een vakbond opgericht: Broedertrouw. Er zijn acties van werkloze arbeiders, socialistische vergaderingen, anarchistengroepjes. Op 13 januari 1889 heeft Domela Nieuwenhuis in Beetgum gesproken, bij kastelein De Jong. In 1890 wordt in Beetgum een afdeling van Broedertrouw opgericht met 130 leden. De leden voeren onder meer actie voor verhoging van het loon bij vlasbraken.

Rode vaandel
Omdat de burgemeester van Menaldumadeel de veldwachters opdracht heeft gegeven bij te houden wie er aan de demonstratie meedoen weten we dat er uit Beetgum 27 mensen vertrekken, uit Beetgumermolen 26. Andere afdelingen voegen zich bij hen en om kwart over tien vertrekken er uit Marssum tweehonderd mensen naar Leeuwarden. De afdeling Beetgum van de SDB voert een rode vaandel mee waarop staat: ‘Recht voor Allen afdeeling Beetgum.’ Voorop kleermaker Klaas Stienstra met het vaandel, begeleid door twee politieagenten. Uit Het Bildt komen zeshonderd mannen en vrouwen aangemarcheerd. In totaal doen er ongeveer tienduizend mensen mee aan de meeting in Leeuwarden. De deelnemers eisen een achturige werkdag en algemeen kiesrecht.

Van 27 april 1890 zijn geen foto's. Deze foto is gemaakt tijdens de meeting van 17 augustus 1890 in Heerenveen.

Boerenmeid
Het gezin Van der Hogt dat in Marssum woont, moet de demonstratie hebben meegemaakt. Ik hoop natuurlijk dat Wilhelmina en Hendrik zijn meegelopen naar Leeuwarden. Ze hadden er alle reden toe. Vanaf haar zeventiende tot haar huwelijk heeft Wilhelmina gewerkt als boerenmeid. Hendrik is arbeider. Door de landbouwcrisis is het armoede troef in dit gezin, net als in de andere arbeidersgezinnen in Friesland. De landarbeiders maken lange dagen, verdienen een schijntje en hebben geen rechten. De werkeloosheid is groot.

'It is myn ropping'
Als mijn betovergrootouders zijn meegelopen hebben ze meegezongen op de wijs van het Friese volkslied: 'Op, Friezen, op! Der falt for ’t rjucht to strieden. Kom bljuw no net fen fierren stean!' Ook als ze alleen maar hebben toegekeken, moeten ze die dag iets hebben gevoeld van hoop op betere tijden, moeten ze zich gesterkt hebben gevoeld door de massaliteit en de oproepen tot solidariteit. De dag maakt in ieder geval zoveel indruk op Pieter Jelles Troelstra dat hij besluit zijn leven te wijden aan de socialistische strijd. “Ik moat, it is myn ropping,” zegt hij ’s avonds tegen zijn vader.

Een paar jaar later neemt Troelstra als advocaat de verdediging op zich van vier broers uit Beetgum in wat de Zaak Hogerhuis zal heten. Pieter Verhoeff maakte een film over deze zaak: 'De dream' (1985).