19 mei 2021

Familiekroniek - Landverhuizers in 1883

Een tijdje geleden schreef ik een stukje over een oudere zus van mijn pake die in 1911 naar de Verenigde Staten emigreerde. Toen ik me verder verdiepte in mijn pakes grootmoeder Gaatske Bloemsma, stuitte ik op nog een emigratieverhaal. In 1883 vertrekt Gaatskes jongste zus Antje met haar man en zes kinderen naar de Verenigde staten. Wat een onderneming!
Antje is geboren in 1844 in Vrouwenparochie in de Friese gemeente Het Bildt. In 1867 trouwt ze met arbeider Sjoerd Johannes van Loon uit Stiens. Op 2 april 1883 stappen ze met hun zes kinderen in (waarschijnlijk) Rotterdam op de Schiedam en varen naar New York.

De Schiedam
In 1883 vertrekken er 13.602 landverhuizers vanuit Rotterdam naar de Verenigde Staten. Het merendeel komt aan per trein en wordt bij het Beurs- en Maasstation opgewacht door beambten van de NASM, de Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij. De Schiedam is een stoomschip van de NASM.
Tussen 1880 en 1891 vertrekken de schepen van de NASM in Rotterdam vanaf de kade van de Koningshaven, tegenwoordig is dit de Stieltjesstraat. In het boek ‘Toen zij uit Rotterdam vertrokken’ van Cees Zevenbergen vond ik deze mooie foto, gemaakt vanaf het Poortgebouw. Het toeval wil dat wij vanaf ons appartement aan de Spoorweghaven uitkijken op deze kade. In gedachten zwaai ik Antje, Sjoerd en hun zes kinderen uit.

Schip NASM Koningshaven

Massachusetts
Het gezin Van Loon-Bloemsma komt terecht in Massachusetts. Sjoerd Johannes sterft in februari 1909 aan longontsteking en ligt begraven op het Riverdale cemetry Northbridge Massachusetts.
Antje hertrouwt in november 1909 met Pieter Faber. Pieter is geboren in Minnertsga. Antje sterft in 1913 Uxbridge in Massachusetts, Pieter vijf jaar later.
Antjes dochter Pleuntje trouwt in 1887 met Klaas Leest, afkomstig uit Sint-Annaparochie. Haar jongste dochter Aukje trouwt in 1900 met Nicolaas la Fleur. Nicolaas is geboren in Tzumarrum en in 1896 met zijn ouders geëmigreerd. Noord-Friese gelukszoekers trouwden overduidelijk het liefst in eigen kring.
Aukje en Nicolaas krijgen in 1918 in Alberta, Canada een dochter die ze Joanne noemen. Joanne trouwt met Sidney Miedema, ze overlijdt in 2012 in Northbridge, Massachusetts. Ze ligt, net als haar grootvader Sjoerd, begraven op Riverdale Cemetry. Op de grafsteen staan de namen van vele Miedema’s.

15 mei 2021

Familiekroniek - Lucas Hannema

Een eeuw geleden waren de meeste families groot, iedereen had veel broers en zussen, ooms en tantes, neven en nichten. Zo had mijn pake Johannes Nieuwenhuis, de vader van mijn moeder, van moederszijde acht ooms/tantes. Die echtparen hadden gemiddeld zes nakomelingen, dat betekent dat mijn pake alleen al van moederszijde 48 neven en nichten had. Hij zal ze niet allemaal hebben gekend, maar ik hoop wel dat hij Lucas Hannema heeft gekend.

Mijn pakes tante Aukje Schotanus trouwt in 1882 met Dirk Hannema, een koopman die onder meer vlas exporteert naar Engeland. Hun jongste zoon Lucas, geboren in 1891 in Minnertsga en negen jaar ouder dan mijn pake, blijkt goed te kunnen zingen. Hij maakt een studiereis naar Engeland waar hij studeert aan de Blackwell Academy of singing and voiceproduction.

Lucas Hannema

In 1917 verhuist hij naar Franeker waar hij begint met het geven van zang- en spraaklessen. Een paar jaar later verhuist hij naar Leeuwarden waar hij ook deze lessen geeft. Verder speelt hij viool en piano, is conferencier, dirigent van verschillende koren en speelt toneel.

Ritsko van Vliet, een Friese cabaretier en goochelaar schrijft na Hannema’s dood in 1973 over hem: “Hij was te goed. Hij zou het in de grote steden of het buitenland beter hebben gedaan. Zoals zoveel artiesten, was hij niet zakelijk genoeg. Artisticiteit en zakelijkheid gaan zelden samen.”

Op youtube is een opname uit 1930 te vinden van Lucas Hannema die het Friese volkslied zingt: 

Hoewel er best veel familieverhalen rondgingen over de familie van mijn pake, heb ik nooit iets gehoord over pakes neef Lucas Hannema. De informatie vond ik op de onvolprezen website Minnertsga Vroeger.

9 feb. 2021

Familiekroniek - Landverhuizers in 1911

In mijn bezit is een stapeltje zwartwit foto’s die afkomstig zijn van mijn grootouders van moeders zijde. Soms staat er een naam achterop, vaak niet. Ik heb me voorgenomen erachter te komen wie er op de foto’s staan.

Bijvoorbeeld deze verbleekte foto van drie kinderen. Wie zijn die kinderen? Het enige aanknopingspunt dat ik heb zijn de letters die onder de kinderen staan geschreven: A, K en Y. En ik herinner me dat mijn oom Enne iets heeft opgeschreven over een foto van de kinderen van Gatske Nieuwenhuis, de zus van mijn pake, die vanuit het Friese dorp Tzumarrum naar de Verenigde Staten emigreerde met haar man Anne Keuning en hun eenjarige dochter Aaltje.

Orange City
Met informatie die ik op internet vind kan ik de grote lijnen van hun leven reconstrueren.
Op 12 mei 1911 vertrekken Gatske, Anne en dochter Aaltje naar ‘USA-Unidentified Region’, zoals in het Emigratie archief staat. Ze zijn niet de enigen. Meer dan 20.000 Friezen steken in de periode 1880-1914 de oceaan over. Het gezin Keuning komt terecht in Orange City in de staat Iowa. Orange City is vernoemd naar Willem van Oranje, het is in de negentiende eeuw gesticht door nazaten van uit Nederland afkomstige immigranten: een groep die hoorde tot de streng gereformeerden die zich in 1834 van de Nederlandse hervormde kerk hadden afgescheiden.

Verengelste namen
Gatske, Anne en Aaltje verengelsen hun namen. Gatske wordt Gertrude, Anne wordt Andrew en Aaltje wordt Alice. In februari 1912 wordt in Orange City een dochter geboren die ze Etta noemen. In 1914 krijgen ze een zoon, Nicholas en in 1919 nog een zoon, Andrew. De kans is groot dat Etta, Nicholas en Andrew ook Friese namen hadden. Etta zou vernoemd kunnen zijn naar Ybeltje, de moeder van Anne Keuning. Nicholas zou vernoemd kunnen zijn naar Annes vader Klaas en Andrew naar Gatskes vader Enne. Dan zijn de drie kinderen op de foto Alice/Aaltje, Nicholas/Klaas en Etta/Ybeltje. Ik schat dat de foto is gemaakt in 1918.

Californië
Op zeker moment verhuist het gezin naar Ripon in Californië. Daar ontmoeten Alice en Etta de broers Sweitze en Roel van der Meulen. Sweitze en Roel zijn in april 1923 met de Volendam vanuit Rotterdam gearriveerd in New York en doorgereisd naar Californië. De broers komen uit Surhuizum, een dorp in de Friese gemeente Achterkarspelen. In 1932 trouwt Alice in Ripon met Sweitze van der Meulen. Zus Etta trouwt met Sweitzes broer Roel, die zich Ralph noemt. Van Sweitze weten we dat hij ‘dairy farmer’ is in Californië.

Grafsteen
Gatske sterft in augustus 1957 in San Joaquin in Californië. Anne in september 1959, ook in San Joaquin. Ze zijn samen begraven op het Ripon Cemetry in San Joaquin County. Een foto van de grafsteen is te vinden op de website van de begraafplaats. De verwijzing naar bijbelteksten op de steen laat zien dat ze gelovig waren. Bij Gertrude/Gatske staat John 14-2: “In het huis mijns vaders zijn vele woningen.”

28 jan. 2021

Familiekroniek - Over de achternaam Van der Hogt

Mijn beppe Mine van der Hogt (1910-1993) vond het zo jammer dat haar achternaam gedoemd was uit te sterven. Van der Hogt komt tegenwoordig inderdaad niet of nauwelijks meer voor. In de databank Familienamen van het Centraal Bureau voor Genealogie zien we dat de naam in 1947 nog tien keer voorkwam, en dan alleen in Friesland. In 2007 komt de naam minder dan vijf keer voor, maar waar in Nederland staat er niet bij.

Gezin Van der Hogt rond 1922
Foto (van links naar rechts): Mine, Antje, Reinder en Minke van der Hogt (omstreeks 1922)

Filemeldingen
Waar komt de naam Van der Hogt vandaan? Heeft hij te maken met het het knooppunt Hogt bij Eindhoven dat zo vaak voorbij komt in filemeldingen? Om erachter te komen duik ik maar weer eens in de documenten op de website Alle Friezen. De vader van mijn beppe heette Reinder Hendriks van der Hogt (1878-1951). Zijn vader was Hendrik Geerts van der Hogt (1844-1922). Die was een zoon van Geert Hendriks van der Hogt (1806-1876). Geert was een zoon van Hendrik Annes van der Hoogt/Hogt (1780-1826), die weer een zoon was van Anne Martens van der Hoogt (1747-1815).

Verbastering
Op de overlijdensakte van Anne Martens, boer te Beetgum, staat duidelijk Van der Hoogt. Bij de lijst van inwoners uit 1811 heet zijn zoon Hendrik Annes Van der Hoogt, op andere geschriften heet hij Van der Hogt. Bij Hendrik Annes is dus een o verdwenen. Conclusie: Van der Hogt is een verbastering van Van der Hoogt.
In 1947 komt de familienaam Van der Hoogt 157 keer voor, vooral in Zuid-Holland. In 2007 komt hij 200 keer voor, verspreid door het hele land, maar weer vooral in Zuid-Holland. Of Anne Martens iets met de Zuid-Hollandse Van der Hoogt-en te maken heeft, weet ik niet. Bij zijn vader Marten Tjepkes wordt geen achternaam genoemd, dus misschien heeft Anne Martens een achternaam verzonnen toen dat in 1811 verplicht werd. 
En als er toch nog een Van der Hogt is, dan hoor ik het graag. 

22 jan. 2021

Familiekroniek - De Landarbeidersbond

Het is een vierkant tegeltje met op de voorkant in reliëf een zaaier, aan zijn voeten klompen, op zijn hoofd een hoed. Bovenaan staan de jaartallen 1900 en 1950, onderaan Alg. Ned. Landarbeidersbond. Op de achterkant valt te lezen dat het om een jubileum gaat en dat de tegels zijn aangeboden aan de werknemers. De tegel is gemaakt in de tegelfabriek Westraven in Utrecht. 
Het tegeltje hing in het huis van mijn pake en beppe in Marssum, maar mijn pake was zuivelarbeider en geen landarbeider. Welk gouden jubileum werd er in 1950 gevierd? 

Landarbeiders
Het boek ’Veertig jaren Nederlandse Landarbeiders Bond’ brengt opheldering. Op 13 mei 1900 werd de Bond van Zuivelfabrieksarbeiders opgericht en deze bond vormde de grondslag voor de Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw-, Tuinbouw- en Zuivelbedrijf, kortweg de Nederlandse Landarbeidersbond, want landarbeiders is de veramelnaam voor alle arbeiders in de agrarische bedrijven, zelfs van zuivelbewerkers en veenarbeiders.
Saillant detail: in de inleiding van het boek noemt schrijver Jan Hilgenga de datum 14 mei 1940 als de dag “waarop wij dit gedenkboek aan de openbaarheid hopen prijs te geven.” Op 14 mei wordt Rotterdam gebombardeerd door de Duitsers en capituleert Nederland. 

Zuivelbewerkers
Mijn pake Johannes Nieuwenhuis werd geboren op 8 of 9 mei 1902 in Franeker. Zijn vader Enne Nieuwenhuis was binnenvisser. Toen hij oud genoeg was werd Johannes knecht bij een boer en in 1921 ging hij werken bij zuivelcoöperatie De Eendracht in Marssum. Hij werkte er eerst een jaar als volontair om het vak te leren. In oktober 1922 werd hij lid van de vakgroep Zuivelbewerkers van de Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw, Tuinbouw- en Zuivelbedrijf. Op zijn lidmaatschapskaart staat Bondsno. 395. De achterkant zit volgeplakt met contributiezegeltjes. De contributie is 50 cent per week, maar op de zegeltjes staat 49 of 54.

De Bond van Zuivelarbeiders
De Bond van Zuivelfabrieksarbeiders wordt op 13 mei 1900 opgericht in Leeuwarden, in café Tolsma op het Groot Schavernek. Initiatiefnemer is Marten Kalsbeek, werkzaam op de zuivelfabriek van Warga. De bond stelt zich ten doel “langs wettige weg zooveel mogelijk verbetering in de toestand van de zuivelfabrieksarbeiders te brengen. Daaronder wordt verstaan een betere regeling van loon, arbeidsduur en vrije dagen.”
In 1904 is al ruim zestig procent van de Friese zuivelarbeiders georganiseerd in de bond, tegen vijftien procent landelijk.

De Nieuwe Landarbeidersbond
Voor in 1907 in Leeuwarden de Nieuwe Landarbeidersbond wordt opgericht, zijn er andere pogingen om landarbeiders te verenigen. In de noordelijke Friese gemeente Het Bildt bestaat tussen 1889 en 1892 Broedertrouw. Daarna wordt de Bond van Landarbeiders opgericht, die verbeteringen via politieke acties wil bereiken en niet via wettelijke veranderingen. Marten Kalsbeek noemt die bond daarom  'anarchistisch'. De Nieuwe Landarbeidersbond is wel sociaal-democratisch, dus vooral gericht op veranderingen via de wettelijke weg.
In 1909 fuseren de landarbeidersbond en de zuivelarbeidersbond. De eerste gemeenschappelijke vergadering vindt plaats in de zaal van Excelsior in Leeuwarden. De nieuwe organisatie krijgt als naam Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw- en Zuivelbedrijf. In 1912 zal Tuinbouw worden toegevoegd. De gefuseerde bond telt 1.087 leden, 767 uit de zuivel en 310 landarbeiders.

Vrije dag
Wat heeft de bond bereikt? In 1901 verdienen gewone werklieden in de zuivelfabriek in het Friese Deinum 7,75 gulden per week. In 1939 is dat ongeveer 18 gulden.
Wanneer de vakbond wordt opgericht werken zuivelarbeiders meestal zeven dagen per week. In de zomer tijd werken ze soms 100 uur per week. In 1902 zijn er al twaalf zuivelfabrieken die een vrije dag geven. En de arbeidstijd is in twee jaar gemiddeld met een uur per dag verkort. In 1939 geldt een werkweek van gemiddeld 48 uur en krijgen zuivelarbeiders één vrije dag in de zeven dagen. In 1901 bestaat er geen pensionering, in 1939 is er voor zuivelarbeiders een ouderdomspensioen en een weduwenpensioen.

Personeel De Eendracht jaren 50

Melkcontroleur
De bond voert niet alleen actie, maar verzorgt ook vakonderwijs. In de winter van 1923-1924 volgt mijn pake de cursus melkcontroleur en krijgt in april 1924 het diploma. Als melkcontroleur gaat hij bij boeren langs en neemt monsters van de melk, onder meer om het vetgehalte te bepalen.
Na de oorlog wordt mijn pake eerste kaasmaker. In 1960 fuseert De Eendracht met de zuivelfabriek van Dronrijp. Zes jaar later sluit de fabriek haar deuren, vlak voordat mijn pake in 1967 65 jaar wordt en met pensioen gaat. (Op de foto hierboven, gemaakt in de jaren vijftig, zit mijn pake op de eerste rij, tweede van rechts.)

Voedingsbond NVV
In 1948 verandert de naam van de Nederlandse Landarbeiders Bond in Algemene Nederlandse Landarbeidersbond en, twee jaar na het gouden jubileum in Algemene Nederlandse Agrarische Bedrijfsbond. Die bond gaat in 1970 op in de Agrarische en Voedingsbedrijfsbond (Voedingsbond NVV). Verdere vakbondsgeschiedenis laat ik buiten beschouwing.

12 nov. 2020

Familiekroniek - Werken in Werden

Al jaren heb ik een envelop met foto’s in mijn bezit. Het zijn gefotografeerde kopieën van oude foto’s. Van de helft heb ik geen idee wie er opstaan. Een ervan toont een jongeman met blond haar, brede kaken, lichte ogen, een bescheiden snor. Wie is deze knappe man?

Duitsland
Als ik de gescande foto naar mijn tante Gerie in Zuid-Afrika mail, wordt het raadsel van de envelop met foto’s opgelost. Toen mijn beppe in 1993 ernstig ziek was is haar zoon, mijn oom Enne die in 1963 met zijn gezin naar Zuid-Afrika emigreerde, nog één keer bij haar op bezoek geweest. Hij heeft toen een fotoalbum mee naar huis genomen, maar de foto’s laten kopieëren en die naar mijn moeder gestuurd. Mijn tante Gerie mailt me een foto van de pagina uit het fotoalbum waarop de knappe jongeman staat. Eronder staat wie hij is: Reinder van der Hogt, mijn overgrootvader. Ik kan ook zien waar de foto is gemaakt: in fotostudio Wwe Aug. Wippermann in Werden, Duitsland.

Emigratie
Op de website AlleFriezen had ik al gevonden dat boerenknecht Reinder van der Hogt op 14 maart 1900 van Menaldumadeel naar Duitsland is geëmigreerd. Dankzij het fotoalbum weet ik nu dat hij in Werden terecht is gekomen, toen een zelfstandige stad aan de zuidkant van de Ruhr, tegenwoordig een stadsdeel van Essen. Reinder is negentien jaar als hij de grens oversteekt.
Rond 1900 is er in Duitsland, vooral in het Ruhrgebied, een grote behoefte aan arbeidskrachten. Veel ongehuwde boerenknechten uit Friesland en andere provincies trekken erheen om wat geld te verdienen.

Fabriek
Hoewel mijn beppe Mine Nieuwenhuis-van der Hogt vaak vertelde over vroeger, heb ik nooit verhalen gehoord over dit buitenlandse avontuur van haar vader. Maar in ‘Herinneringen van een Friese landarbeider’ van Imke Klaver vind ik een aantal passages over diens verblijf in Duitsland. Aan het eind van de zomer van 1899 stapt Klaver “met een stuk of wat andere jonge knapen” “met onze blauwe zakken met spullen op de schouder” in Heerenveen op de trein en reist naar Düsseldorf. Daar moeten ze eerst de stad in om een slaapplaats zoeken. Reinder, die in Beetgum woont, zal zijn treinreis in Leeuwarden zijn begonnen, misschien ook met een stel vrienden, misschien ook met een blauwe zak met spullen op de schouder.
Klaver vindt werk in een ijzerfabriek en later bij de Wegenbau. Het bevalt hem wel en het jaar daarop reist hij met zijn makkers opnieuw naar Düsseldorf. Hij blijft er acht maanden. “Ik had natuurlijk een mooi spaarpotje voor mijn moeder vergaard.”
Het antwoord op de vraag waar Reinder heeft gewerkt komt ook uit Zuid-Afrika. Nicht Esther schrijft me dat haar vader Enne haar heeft verteld dat zijn pake in een steenkoolmijn heeft gewerkt.

Antje de Boer
Wanneer Reinder terugkomt weet ik niet, waarschijnlijk net als Imke Klaver voordat het winter wordt. Hij wordt niet nogmaals genoemd als emigrant, dus ik denk dat het bij die ene keer gebleven.
Op 22 mei 1902 trouwt hij in Menaldumadeel met schippersdochter Antje de Boer (rechts van hem op de pagina uit het fotoalbum). De haarrol op haar hoofd is op dat moment in de mode. Reinder en Antje gaan wonen in Marssum. Reinder zal zijn hele werkzame leven boerenarbeider blijven, onder meer bij boer Tolsma. Hier schreef ik ook over deze overgrootvader.
Hieronder een scan van Antjes foto uit de envelop.

Antje de Boer


22 aug. 2020

Familiekroniek – Een schoenmakersknecht uit Blomberg

7 augustus 2020 - We zijn in Blomberg, Kreis Lippe, deelstaat Noordrijn-Westfalen. Halverwege de achttiende eeuw heeft een van mijn voorvaderen het besluit genomen deze stad te verlaten en zijn heil te zoeken in Amsterdam. Reden genoeg om er een kijkje te nemen.

Blomberg

Angelierstraat
Voorvader Hermann Christoffel Botterbrod is in 1746 geboren in Blomberg. In 1779 trouwt hij met Johanna Lindeman. Hij is dan schoenmakersknecht en woont in de Angelierstraat in Amsterdam. In 1785 krijgen ze een dochter die ze Anna Dorothea noemen, naar de moeder van Hermann. Anna Dorothea is de grootmoeder van Gaatske Stoffels Bloemsma, die weer de grootmoeder is van mijn pake Johannes Nieuwenhuis.
Wanneer Hermann naar Amsterdam is getrokken, weet ik niet. Het is ook heel goed mogelijk dat zijn ouders Johann Botterbrodt en Anne Dorothee Suerlander de stap hebben genomen. Beide namen worden genoemd als getuigen bij de doop van een kind van Hermann en Johanna.

Ameland
Johanna Lindeman sterft in 1785, misschien in het kraambed. Hermann trouwt opnieuw in 1798 met Catharina Lievens, ofwel Trijntje Lieuwes Reijsma, die is geboren in Hollum op Ameland. Hij trekt met Trijntje naar haar geboorteplaats waar hij in juni 1815 overlijdt.
Zijn dochter Anna Dorothea trouwt in 1806 met Eijbert Bloemsma uit Metslawier, een dorp dat ten noordoosten van Dokkum ligt.

Langer Steinweg
De Botterbrodten wonen al generaties lang in Blomberg. Op internet vind ik een stamboom waar als eerste Johann Botterbrodt wordt genoemd, geboren rond 1600. Johann was een Krämer (handelaar) die woonde op de Langer Steinweg nummer 7.
De kerk en het kleine marktplein van Blomberg liggen op het hoogste punt van een heuvel, de Langer Steinweg daalt vanaf de markt geleidelijk af. Veel huizen in de straat zien er oud uit, het zijn vakwerkhuizen met witgepleisterde muren. Vaak staan de namen van het echtpaar dat het heeft laten bouwen erop, als wilden ze pronken met hun rijkdom. Nummer 7 is helaas nieuw, het is een groot pand waarin zich een drogisterij bevindt en twee kledingzaken. (Natuurlijk weet ik dat een huisnummer uit 1600 niet hetzelfde is als een huisnummer in 2020, maar het is leuk te doen alsof het wel zo is.)

Langer Steinweg

Schoenmakers
Bij de VVV vind ik een foldertje over Schuhmacherhandwerk in Blomberg. Ik vertel de mevrouw achter de balie over mijn voorvader die schoenmakersknecht was en ze vertelt dat er een schoenmakersmuseum in Blomberg is. Helaas vandaag gesloten. We lezen dat er rond 1800 wel honderd schoenmakers in Blomberg waren. De Kuhstraβe, waar ook het museum zit, herbergde er alleen al veertien. Geen wonder dat voorvaders Johann en Hermann de moordende concurrentie achter zich lieten om het in Amsterdam te proberen. Ik heb overigens geen idee welk beroep ze uitoefenden in Amsterdam.

Nelkenstadt
Ik krijg nog een paar foldertjes van de VVV. Wie Blomberg zur Nelkenstadt wurde. Ja, de stad ligt in Kreiz Lippe en we weten wat voor bloem onze prins Bernhard Von Lippe-Biesterfeld altijd in zijn knoopsgat droeg. Nelken, dat zijn anjers. De anjers op de folders zijn rood, die van Bernhard waren altijd wit.