3 sep 2017

Château Siaurac

Lichtglooiend landschap met wijngaarden, torenspitsen die boven de heuvels uitsteken, grote huizen van licht zandsteen. We rijden over smalle wegen door de wijnstreek Lalande de Pomerol, niet ver van Bordeaux, op zoek naar Château Siaurac.


Au pair in Parijs
Van september 1978 tot en met juni 1979 was ik au pair in Parijs, bij Malcy Ozannat en haar zevenjarige zoon Jean. Andere au pairs woonden op de chambre de bonne op de zesde verdieping, ik had een kamer in het appartement van de familie, aan de Avenue Bugeaud in het zestiende arrondissement. Jean was lief maar kon erg dwars zijn. Iedere avond moest hij in bad en voerden we dezelfde strijd: hij wilde er niet in en hij wilde er niet uit.

De vader van Malcy was Olivier Guichard, die minister was geweest in de regering De Gaulle en nu burgemeester was van de chique badplaats La Baule. In de paasvakantie moest ik mee naar het wijnlandgoed van de familie Guichard bij Bordeaux: Château Siaurac. Er verbleef nog een au pair, de Australische Pamela, die voor de tweejarige Jeremy moest zorgen, een neefje van Jean. Het huis was groot, de kamers vol meubilair, tapijten en wandkleden wat groezelig. Een slecht onderhouden museum, zo voelde het.


Teveel wijn
In de week voor Pasen mochten Pam en ik samen met de familie eten, aan een grote ronde tafel. We werden bediend in volgorde van belangrijkheid, madame Guichard als eerste, Pam en ik waren het laatst aan de beurt. De conversatie aan tafel ging vooral over anderen. En madame Guichard merkte iedere keer op dat Pam en ik teveel wijn dronken tijdens het diner.
Toen met Pasen Olivier Guichard ook aanwezig was, moesten Pam en ik met de kinderen in de keuken eten, samen met het personeel. Wel werden we - de au pairs - na de maaltijd uitgenodigd in een kamer waar een borrel werd geserveerd en de heren sigaren rookten.


Vlakbij Néac vinden we Château Siaurac. Het huis is groot, veel groter dan in mijn herinnering, ook de parkachtige tuin is nog groter dan ik me herinner. Je kunt er nu eten en wijn proeven. In de ontvangstruimte waar wijnflessen te koop staan, vraag ik een personeelslid of het château nog van de familie Guichard is. Ze vertelt dat Olivier Guichard in 2004 is overleden en dat zijn drie dochters, werkzaam als redacteur of journalist, het hebben overgedragen aan een andere eigenaar.


Ik loop over het gazon om op een afstand naar het huis te kijken. Hoe het er van binnen uitzag, weet ik niet meer, wel herken ik het weggetje dat tussen de wijngaarden door naar Néac gaat.
Het is bijna veertig jaar geleden dat ik hier verbleef. Jean is nu 45 of 46. Hoe zou het met hem zijn?

7 jun 2017

FIETSEN NAAR DE ZWARTE ZEE - Dag 1 Rotterdam-Zaltbommel

Sinds ik met mijn koor Eigenwijs uit Gouda een programma heb gemaakt met als titel ‘Hart van Europa’ (2009) over een muzikale tocht van Bratislava naar Sulina droom ik over een fietstocht van Rotterdam naar de Zwarte Zee. Omdat ik dialogen schreef voor ‘Hart van Europa’ las ik het prachtige boek van Claudio Magris over de Donau en las de reportages van Olaf Tempelman over Roemenië.

Om me voor te bereiden op die ambitieuze fietstocht bestudeerde ik landkaarten en fietste langs de rivieren ten oosten van Rotterdam. Op een dag zou ik op mijn fiets stappen en echt oostwaarts rijden.
Het is heel verstandig om grote projecten behapbaar te maken, dus toen mijn zus en ik plannen maakten voor fietstochten, vertelde ik haar over mijn oude droom en besloten we in twee dagen een eerste traject te fietsen. Op dag 1 van Rotterdam naar Zaltbommel en op dag 2 van Zaltbommel naar Nijmegen. En dan met de trein terug naar Rotterdam.
Het vergde opnieuw een nauwkeurige bestudering van de grote rivieren, want wat is de Maas, de Merwede, de Lek, de Waal en hoe loopt de Rijn eigenlijk?

Blaak

Dag 1 - Rotterdam-Zaltbommel
Ik haal mijn zus op bij station Blaak en we fietsen via het Oostplein naar de Maasboulevard. Bij Capelle aan den IJssel steken we via de Algerabrug de Hollandsche IJssel over en rijden over de Tiendweg van Krimpen aan den IJssel naar Krimpen aan de Lek. Daar nemen we het pontje (80 cent) naar Kinderdijk. We laten de beroemde molens links liggen en fietsen over de Oost-Kinderdijk langs de Noord. Het is zondag en in het zwart geklede kerkgangers lopen naar huis. Gelukkig trekt Het Wapen van Alblasserdam zich niets aan van de zondagsrust en drinken we koffie, met uitzicht op de haven. De appeltaart smaakt goed.
Verder fietsen we, naar Papendrecht, waar de Noord overgaat in de Beneden-Merwede en het uitzicht op Dordrecht prachtig is. Het industrieterrein na Papendrecht gaat moeiteloos over in dat van Sliedrecht. We passeren het Baggermuseum, want Sliedrecht is immers de bakermat van de baggeraars. Voorbij Sliedrecht zijn we even het spoor van de fietsknooppunten bijster, maar een vriendelijke voorbijganger wijst ons dat we echt eerst een stuk langs de snelweg moeten fietsen en dat we zo via de rivierdijk in Boven Hardinxveld terechtkomen. We fietsen langs oude scheepswerven en komen aan bij de Boven-Merwede. Via de Nieuwe Wolpherensedijk arriveren we in Gorinchem. Tijd voor lunch!

De Boven-Merwede bij Gorinchem

We gaan zitten op het terras van petit-restaurant Boulevard. Geen verstandige keus. De latte macchiato die ik bestel smaakt bitter, alsof de koffiepot de hele ochtend op een petroleumstelletje heeft staan pruttelen. Er ontspint zich een absurdistische dialoog met de eigenaar die me wel drie keer vraagt waarom de koffie bitter is. Dat weet ik echt niet. Uiteindelijk neemt hij de koffie mee en krijg ik een drankje van de zaak. Als ik binnen afreken, zie ik dat de koffiemachine eruit ziet alsof hij in een bedrijfskantine thuishoort. In deze veredelde snackbar hoef ik geen barrista te verwachten. De uitsmijter smaakte overigens best aardig.

Fort Vuren

Via de Dalemse Dijk fietsen we Gorinchem uit. De industrieterreinen zijn afgelopen, hier heerst het Hollandse rivierenlandschap. Ter hoogte van slot Loevestein, dat aan de andere kant van de rivier ligt, stopt Zuid-Holland en begint Gelderland en verandert de Boven-Merwede in de Waal. Bij Fort Vuren stappen we even af en bekijken een kaart van de Nieuwe Hollandsche Waterlinie. Dan verder over de Waaldijk. Een pontje (85 cent) brengt ons naar Brakel. We passeren Zuilinchem en Gameren en dan is daar Zaltbommel al waar we de kamer van B&B Het Tuinhuis hebben gereserveerd, gerund door een Rotterdamse.
’s Avonds lopen we over de Waalkade, kijken naar de Bommelse brug en leren dat Fiep Westendorp uit Zaltbommel kwam.


7 apr 2017

De afdeling Marssum van de SDAP (deel III)

De gevolgen van de grote oorlog zijn ook voelbaar op het Friese platteland. De werkeloosheid sis groot, net als in de rest van het land. Het aantal leden van de SDAP-afdelingen neemt af, de mensen zijn arm, er is geen geld meer voor contributie. De jaarverslagen van de SDAP-afdeling Marssum 1917 en 1918 ontbreken in het archief. Waarschijnlijk zijn ze nooit geschreven. Ook zijn het roerige jaren voor de SDAP. De Russische Revolutie van 1917 houdt de gemoederen bezig, evenals de mislukte poging van Pieter Jelles Troelstra om in november 1918 in Rotterdam de revolutie uit te roepen.
Het jaarverslag van de afdeling Marssum over de periode oktober 1919 tot oktober 1920 past opnieuw op een klein vel papier. Toch klinkt het als een actief jaar. Er worden negen huishoudelijke vergaderingen gehouden. Op de Meifeestvergadering van 4 mei spreekt H. de Boer uit Leeuwarden voor dertig bezoekers over het onderwerp ‘Meifeest in verband met drankbestrijding’. Onder de Friese socialisten is drankbestrijding een belangrijk onderwerp, alcohol leidde in de arbeidersgezinnen alleen maar tot armoede en ellende.


Woestenij van het kapitalisme
Op 11 juli 1920 doet de afdeling mee aan de gemeentelijke propagandafietstocht. Misschien hebben de SDAP-afdelingen van de dorpen van de gemeente Menaldumadeel zich verenigd en zijn de leden met rode vaandels van dorp naar dorp gefietst om nieuwe leden te winnen.
De Marssummer sociaal-democraten hebben het druk die zomer. Op 18 juli is de afdeling vertegenwoordigd op de socialisatiemeeting in Leeuwarden. In Het Volk, dagblad van de Arbeiderspartij van 18 september 1920 staat over de socialisatiemeetings: “In verschillende deelen des lands hebben in de laatste weken de plaatselijke of provinciale betoogingen plaats gehad tegen de Reaktie die vanuit Den Haag als een golf over ons land gaat, en vóór de Socialisatie, die ons brengen moet vanuit de woestenij van het kapitalisme naar het beloofde land van het Socialisme.”

Winteravonden
Op 15 augustus staat een meeting gepland met de NV en de Bond voor Staatspensionering te Marssum, maar de secretaris schrijft: “Deze is mislukt wegens slechte omstandigheden.” Weersomstandigheden kan hij niet hebben bedoeld, het is die dag weliswaar erg koud voor de tijd van het jaar, vijftien graden, maar het regent niet en er waait een zwakke wind uit het noorden.
Op 10 oktober vergadert de afdeling met met het bestuur van de Bond van Land-, Tuin- en Zuivelarbeiders. Besloten wordt om in de aanstaande winteravonden samen Ontwikkelings- en Cursusvergaderingen te beleggen.
De afdeling heeft vijf nieuwe leden kunnen noteren in het verslagjaar. Twee leden hebben bedankt wegens contributieverhoging, twee wegens vertrek naar elders en drie zonder reden.

Dit is helaas het laatste jaarverslag van de SDAP-afdeling Marssum in het archief van het IISG. Helaas, omdat nu mijn pake Johannes actief wordt. In 1921 is hij 19 jaar en wordt hij zuivelbewerker bij zuivelcoöperatie De Eendracht in Marssum. Het jaar daarop wordt hij lid van de Nederlandsche Bond van Arbeiders in het Landbouw, Tuinbouw en Zuivelbedrijf. Wanneer hij lid wordt van de SDAP en hoe actief hij is, kan ik niet meer achterhalen.

20 mrt 2017

De afdeling Marssum van de SDAP (deel II)

De flinke kracht die de SDAP afdeling Marssum nodig heeft, wordt gevonden in de rode dominee Faber. Jan Lambertus Faber wordt in 1875 geboren in Schouwerzijl in de provincie Groningen. Waarschijnlijk inspireert zijn directeur van de HBS in Warffum hem met socialistische ideeën. Tijdens zijn studie theologie in Groningen verdiept hij zich verder in het socialisme en gaat naar bijeenkomsten met socialistische sprekers. In 1906 wordt hij predikant in Marssum. Eerst twijfelt hij over een socialistische partij, maar als hij wordt gevraagd te helpen met het oprichten van een SDAP-afdeling in Marssum besluit hij niet langer afzijdig te zijn. In 1908 treedt hij toe en wordt bestuurslid van de afdeling. Een jaar later wordt hij ook secretaris van de districtsfederatie Franeker.
Faber wordt gezien als de eerste socialistische dominee. In 1931 wordt hij lid van de Tweede Kamer voor de SDAP. Zijn dochter Ant trouwt in 1933 met de schrijver Menno ter Braak.
In het boekje 'Marssum in oude ansichten' staat een foto uit 1910 van het Marssumer arbeiderskorps Ons Genoegen waar dominee Faber op staat (achterste rij rechts). De korpsleden hebben een instrument in hun hand, hij heeft zijn handen op zijn rug.

Muziekkorps Ons Genoegen in 1910
Petitionnementsactie
Het jaarverslag van 1910 van de SDAP-afdeling Marssum past op de achterkant van een lichtgroene briefkaart die naar het Dagelijks Bestuur in Amsterdam wordt gestuurd. De puntenlijst die de SDAP onder de afdelingen verspreidt om een beeld te krijgen van het aantal leden en de activiteiten, is verloren gegaan, schrijft de secretaris. De afdeling telt dertien leden.
De secretaris meldt het Dagelijks Bestuur dat de petitionnementactie in volle gang is en veel belooft. De actie betreft het Volkspetitionnement voor algemeen kiesrecht. Het zal nog zeven jaar duren voor het algemeen kiesrecht voor mannen wordt ingevoerd, op 12 december 1917. Voor vrouwen geldt vanaf dat moment passief stemrecht, ze mogen wel worden gekozen, maar niet zelf stemmen. In 1919 krijgen ook de vrouwen actief stemrecht.

Affiche Volkspetitionnement
Vlugschriften
Een jaar later, in 1911, is het jaarverslag al iets uitgebreider. Het is geschreven op een vel dat bijna een A4-formaat heeft. De secretaris schrijft dat de afdeling geen openbare vergaderingen heeft gehouden, maar wel vlugschriften verspreid en huisbezoek verricht. De afdeling geeft zelfs een eigen blad uit. Het aantal leden is inmiddels gestegen tot zestien.
In 1912 gebruikt de afdeling eindelijk het officiële SDAP-formulier. De afdeling heeft geen eigen bibliotheek, wel zijn er nu achttien leden waaronder acht vrouwen. Dat is een bijzondere score, ter vergelijking: de afdeling Menaldum klaagt in 1911: “Vrouwelijke leden kunnen we tot dus toe niet krijgen.”
Waarschijnlijk heeft de afdeling Marssum tot dan toe bij een van de leden vergaderd, maar in 1912 krijgen ze toestemming in de oude O.L. School te vergaderen. Het ledental groeit gestaag, in 1916 heeft de afdeling 42 leden waarvan er vier zijn gemobiliseerd. Op 31 juli 1914 waren 200.000 Nederlandse mannen opgeroepen zich te melden voor het leger: de mobilisatie. Het is niet zeker of Nederland betrokken raakt bij de Eerste Wereldoorlog, maar het leger moet paraat zijn.

Lees hier meer over dominee Faber.

Wordt vervolgd

17 mrt 2017

De afdeling Marssum van de SDAP (deel 1)

De voorganger van de PvdA was de SDAP, de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Omdat mijn pake Johannes Nieuwenhuis in zijn woonplaats Marssum vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw actief was in deze partij, ging ik een paar jaar geleden in de archieven van het IISG op zoek naar de geschiedenis van de SDAP-afdeling Marssum. Marssum is het eerste dorp wat je tegenkomt als je van Leeuwarden naar Harlingen rijdt.
De SDAP wordt opgericht in augustus 1894, maar het duurt even voor de partij doorsijpelt in de vruchtbare Friese bodem van armoede en opstand. In Marssum ontkiemt in 1904 het eerste zaadje.
SDAP affiche uit 1919
Overleden afdeling
In het archief van het IISG vind ik de correspondentie die het Dagelijks Bestuur van de SDAP in Amsterdam ontving van de Marssumer sociaal-democraten. Op 28 maart 1904 is in Marssum een afdeling opgericht die zeven leden telt. Voorzitter is Kikstra, Van der Meulen is secretaris en De Vries penningmeester.
Het jaar daarop ontvangt het Dagelijks Bestuur een briefje uit Marssum: “Door deze bericht ik u dat de afdeeling Marsum van de SDAP niet meer bestaat. Door vertrek van de voorzitter en het bedanken van een paar leden is hij teniet gegaan. Namens de overleden afdeling, Van der Meulen, secretaris.”
Het Dagelijks Bestuur laat het er niet bij zitten en probeert het district Dokkum op te porren de oprichting van een afdeling in Marssum te bevorderen. De heer Smidt van het district Dokkum antwoordt dat het hem geen goed idee lijkt om met deze taak opgezadeld te worden “aangezien Marssum zeker op 5 uur afstand van Dokkum ligt.” In 1905 worden afstanden gemeten in de tijd die het kost om van het ene dorp naar het andere te lopen.
Afgezien van de afstand hoort Marssum helemaal niet bij het district Dokkum, maar bij Franeker, schrijft Smidt. Hij stelt voor dat Van der Heide in Engelum de taak op zich neemt. Van der Heide is provinciaal vertegenwoordiger en “bovendien komt Van der Heide daar nog al eens gauw, want het is onmiddellijk bij hem in de buurt.”

Marssum rond 1904
Een onverschillig dorpje
Van der Heide schrijft het Dagelijks Bestuur op 28 augustus een briefje. “Marssum ligt op een half uur van Engelum,” begint hij heel feitelijk om te vervolgen met een kenschets van het dorp en haar bewoners. “Het is een onverschillig dorpje waar men echter goed stemt.” Ook noemt hij het dorp half anarchistisch. Waarschijnlijk is de invloed van Domela Nieuwenhuis op de Marssummers nog steeds groot en zien ze weinig in de ideeën van de SDAP om de staat van binnenuit te hervormen. Van der Heide stelt voor eerst te kijken of er in het dorp een geschikte flinke kracht is, die een middelpunt kan zijn “anders is er niets te beginnen.”
Het lijkt erop dat die kracht een paar jaar later wordt gevonden, want op 30 maart 1908 bestaat er weer een afdeling Marssum, nu met tien leden. Op een roze velletje papier schrijft de secretaris het jaarverslag. Hij verontschuldigt zich voor de geringe lengte, de afdeling is immers nog maar net opgericht, na een openbare vergadering in maart. Achterop het roze velletje schrijft hij de namen van de tien leden. Het bestuur bestaat uit S. Bekius, J.L. Faber en J. Hiemstra.

Wordt vervolgd

11 mrt 2017

FAMILIEKRONIEK - Lautenbach

Uiteindelijk zijn we allemaal immigranten. Een naam in mijn stamboom met buitenlandse wortels is Lautenbach. De grootmoeder van mijn grootmoeder Saakje Hilverda-Braaksma heette Akke Lautenbach. Akke werd geboren in 1850 in Dronrijp en stierf in 1910 in Schingen, ze was dienstmeid en huishoudster.
Mocht ik nog eens een bekende Nederlander worden en uitgenodigd voor Verborgen Verleden, dan weet ik zeker dat we de Lautenbachlijn gaan volgen en dat ik met de cameraploeg naar Franeker ga, op zoek naar de universiteit en waarschijnlijk zelfs terechtkom op slot Dillenburg.

Slot Dillenburg
Predikanten
De overgrootvader van Akke is Willem Sybrens Lautenbach (1718-1802) die een boerderij heeft onder Dronrijp. Gaan we verder terug in de tijd, dan komen we uit bij drie generaties predikanten die allen hebben gestudeerd aan de universiteit van Franeker. De eerste is Wilhelmus Lautenbach (1597-1657), predikant te Hempens en Goutum. Diens zoon Jacobus studeerde filosofie in Franeker en was predikant te Jelsum en eigenaar van een sate ten oosten van Finkum. En ook Jacobus’ zoon Wilhelmus (1670-1717) studeerde in Franeker en was predikant.

Universiteit Franeker
Stamvader
Stamvader Jacob Lautenbach wordt in 1537 of 1538 geboren in Duitsland en komt in oktober 1584 in Leeuwarden te wonen. Hij is monstercommissaris en gerechtsholt van het Friese-Nassause Regiment en heeft banden met de graven van Nassau die op Dillenburg woonden, vooral met Willem Lodewijk, de stadhouder van Friesland. Hij heeft rechten gestudeerd en belijdt het Luthers geloof. (Een monstercommissaris inspecteert het krijgsvolk.)
In 1592 is Jacob onderwerp van een hevig conflict tussen Willem Lodewijk en Gedeputeerde Staten van Friesland. Onder meer over ketterij: het socianisme. Jacob verlaat Leeuwarden in 1605 en gaat naar vrijplaats Ameland. Hij is begraven in de Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden.
De familie Lautenbach heeft een prachtig wapen met golvende dwarsbalken, die refereren aan een heldere beek. Ik vraag me af of dienstmeid Akke Lautenbach enig idee had van deze roemrijke geschiedenis.

Familiewapen Lautenbach

Dat ik dit allemaal weet is dankzij de Lautenbachwebsite. Het boek 'Lautenbach, vier eeuwen familiegeschiedenis' moet ik nog lezen.

24 nov 2016

FAMILIEKRONIEK - Voormoeder Wilhelmina ter Steeg

Iedere week kijk ik met veel plezier naar Verborgen Verleden en iedere week verlang ik naar een archivaris die ontdekt dat ik een nazaat ben van Willem van Oranje, steenrijke voorouders heb in Spanje of van Schotse adel ben. Maar ik ben geen bekende Nederlander, dus het onderzoek naar voorouders zal ik zelf moeten doen. Gelukkig bestaat de prachtige website Alle Friezen. Hulde aan al die vrijwilligers die dag in dag uit documenten inscannen en op deze website zetten. En gelukkig hebben verwanten al stambomen uitgeplozen en op internet gezet, zoals de stichting Families Van der Vegt.

Leeuwarder proletariaat
Mijn voorouders zijn Fries. Het zijn kleine boeren, timmerlieden, kleermakers, schuitejagers, turfschippers en Leeuwarder proletariaat. Niks adelijks te ontdekken.
Mijn volledige voornaam is Wilhelmina, ik ben vernoemd naar mijn beppe, zoals zij is vernoemd naar haar beppe en die weer is vernoemd naar haar beppe, enzovoort. Zo kom ik uit bij mijn voormoeder Wilhelmina ter Steeg, geboren in 1795 in Leeuwarden. Voor het gemak noem ik haar Wilhelmina I.

Jakobijnerkerk, Leeuwarden
Jakobijnerkerk
Wilhelmina Schollenberg wordt gedoopt in de Jakobijnerkerk die nog steeds aan het eind van de Grote Kerkstraat staat. Haar vader is Pieter Johannes, arbeider, haar moeder Hendrikje ter Steeg. Hendrikje sterft in mei 1800, drie weken na de geboorte van haar derde kind. Wilhelmina is dan nog maar vijf jaar oud. Haar vader hertrouwt in 1801 met een vrouw die Wilhelmina Schollenberg heet. In 1811 neemt Pieter Johannes de naam van zijn vrouw aan: Schollenberg. Mijn voormoeder noemt zich Ter Steeg, de achternaam van haar moeder.

Schoenmaker
Wilhelmina trouwt in 1816 met Tiete van der Vegt, die schoenmaker is in Leeuwarden, Huizum en Beetgum. Tiete is de zoon van Reinder van der Vegt, ook wel genoemd Rinder Barts, uit Leeuwarden en Nieske Rodenhuis, arbeidster te Leeuwarden.
Wilhelmina en Tiete krijgen zes kinderen waarvan er vier jong sterven. Ze wonen in Huizum als Tiete in 1828 op 32-jarige leeftijd sterft. Huizum was toen een dorp dat ten zuiden van Leeuwarden lag. In 1944 werd het door de Duitse bezetters bij Leeuwarden gevoegd.

Huizum in 1905, het bruggetje in de Dorpsstraat
Huizum
In 1829 komen we Wilhelmina tegen bij de volkstelling als Wilhelmina Pieters Ter Steeg. Ze woont dan met drie kinderen op nummer 44 a in Huizum, haar beroep is arbeidster. De namen van de kinderen: Reinder, Pieter en Hendrikje, die dan 1 jaar is. Hendrikje sterft een jaar later.
Huis nummer 44 is een van de huizen ten noordoosten van het bruggetje in de dorpsstraat van Huizum geweest. Traditioneel hebben hier altijd timmerlieden gewoond. Vermoedelijk is het het huis dat nu als adres Huizum Dorp 7c heeft. Het was destijds de arme buurt van Huizum. In huis 44 waren vier gezinnen ondergebracht.

Beetgum
Beetgum
Wilhelmina verlaat Huizum in 1838 en gaat in Beetgum wonen, een dorp ten noordwesten van Leeuwarden, iets meer dan twee uur lopen van Huizum.
Haar zoon Pieter is in 1825 in Beetgum geboren, dus ze moet er eerder hebben gewoond. Uit notariële actes maak ik op dat haar man Tiete er in 1826 een huis koopt voor 431 gulden en er begin 1828 een huis verkoopt voor 500 gulden.
Als haar zoon Reinder in 1842 trouwt is Wilhelmina breidster.
Wilhelmina overlijdt in 1855, ‘wonende onder Beetgum’, zoals in de overlijdensakte staat. Ze is 60 jaar geworden.