22 aug 2020

Familiekroniek – Een schoenmakersknecht uit Blomberg

7 augustus 2020 - We zijn in Blomberg, Kreis Lippe, deelstaat Noordrijn-Westfalen. Halverwege de achttiende eeuw heeft een van mijn voorvaderen het besluit genomen deze stad te verlaten en zijn heil te zoeken in Amsterdam. Reden genoeg om er een kijkje te nemen.

Blomberg

Angelierstraat
Voorvader Hermann Christoffel Botterbrod is in 1746 geboren in Blomberg. In 1779 trouwt hij met Johanna Lindeman. Hij is dan schoenmakersknecht en woont in de Angelierstraat in Amsterdam. In 1785 krijgen ze een dochter die ze Anna Dorothea noemen, naar de moeder van Hermann. Anna Dorothea is de grootmoeder van Gaatske Stoffels Bloemsma, die weer de grootmoeder is van mijn pake Johannes Nieuwenhuis.
Wanneer Hermann naar Amsterdam is getrokken, weet ik niet. Het is ook heel goed mogelijk dat zijn ouders Johann Botterbrodt en Anne Dorothee Suerlander de stap hebben genomen. Beide namen worden genoemd als getuigen bij de doop van een kind van Hermann en Johanna.

Ameland
Johanna Lindeman sterft in 1785, misschien in het kraambed. Hermann trouwt opnieuw in 1798 met Catharina Lievens, ofwel Trijntje Lieuwes Reijsma, die is geboren in Hollum op Ameland. Hij trekt met Trijntje naar haar geboorteplaats waar hij in juni 1815 overlijdt.
Zijn dochter Anna Dorothea trouwt in 1806 met Eijbert Bloemsma uit Metslawier, een dorp dat ten noordoosten van Dokkum ligt.

Langer Steinweg
De Botterbrodten wonen al generaties lang in Blomberg. Op internet vind ik een stamboom waar als eerste Johann Botterbrodt wordt genoemd, geboren rond 1600. Johann was een Krämer (handelaar) die woonde op de Langer Steinweg nummer 7.
De kerk en het kleine marktplein van Blomberg liggen op het hoogste punt van een heuvel, de Langer Steinweg daalt vanaf de markt geleidelijk af. Veel huizen in de straat zien er oud uit, het zijn vakwerkhuizen met witgepleisterde muren. Vaak staan de namen van het echtpaar dat het heeft laten bouwen erop, als wilden ze pronken met hun rijkdom. Nummer 7 is helaas nieuw, het is een groot pand waarin zich een drogisterij bevindt en twee kledingzaken. (Natuurlijk weet ik dat een huisnummer uit 1600 niet hetzelfde is als een huisnummer in 2020, maar het is leuk te doen alsof het wel zo is.)

Langer Steinweg

Schoenmakers
Bij de VVV vind ik een foldertje over Schuhmacherhandwerk in Blomberg. Ik vertel de mevrouw achter de balie over mijn voorvader die schoenmakersknecht was en ze vertelt dat er een schoenmakersmuseum in Blomberg is. Helaas vandaag gesloten. We lezen dat er rond 1800 wel honderd schoenmakers in Blomberg waren. De Kuhstraβe, waar ook het museum zit, herbergde er alleen al veertien. Geen wonder dat voorvaders Johann en Hermann de moordende concurrentie achter zich lieten om het in Amsterdam te proberen. Ik heb overigens geen idee welk beroep ze uitoefenden in Amsterdam.

Nelkenstadt
Ik krijg nog een paar foldertjes van de VVV. Wie Blomberg zur Nelkenstadt wurde. Ja, de stad ligt in Kreiz Lippe en we weten wat voor bloem onze prins Bernhard Von Lippe-Biesterfeld altijd in zijn knoopsgat droeg. Nelken, dat zijn anjers. De anjers op de folders zijn rood, die van Bernhard waren altijd wit.

10 jul 2020

Familiekroniek - Gaatske Stoffels Bloemsma (1831-1922)

Op de website van Minnertsga Vroeger vind ik een foto van mijn betovergrootmoeder Gaatske Stoffels Bloemsma. Dat is bijzonder! Om haar te plaatsen: mijn pake van moederszijde heet Johannes Nieuwenhuis. Hij is de jongste zoon van Enne Nieuwenhuis en Aaltje Schotanus. Aaltje Schotanus is de dochter van Johannes Schotanus en Gaatske Bloemsma.

Zigeunerin
Mijn beppe Mine van der Hogt, de vrouw van pake Johannes, heeft me ooit verteld dat een van mijn betovergrootmoeders eruit zag als een zigeunerin. Ik denk dat ze Gaatske Bloemsma bedoelde. Op deze foto ziet ze er wel heel donker uit, maar dat komt ook omdat het een kopie van een foto betreft.
Gaatske is geboren in 1831 in Vrouwenparochie, een dorp in Noord-Friesland. Haar ouders zijn Aukje Wybes de Vries en Stoffel Eibers Bloemsma. Haar grootouders van moederszijde zijn Wybe Salomons de Vries en Gaatske Aukes. Wybe Salomons heeft een broer die David heet. Wellicht zijn Wybe en David van Joodse afkomst, maar daar heb ik geen bewijzen voor kunnen vinden.

 

Gaatske Stoffels Bloemsma

Blomberg
Gaatskes grootouders van vaderszijde zijn Egbert Cornelis Bloemsma en Anna Dorothea Boterbrood. Zo’n mooie achternaam vraagt om nader onderzoek. Gelukkig is de Boterbroodstamboom al in kaart gebracht en ontdek ik dat Gaatskes overgrootvader Herman Christoffel Boterbrood afkomstig is uit de Duitse stad Blomberg. Het geslacht Boterbrood of Botterbrodt woont al sinds generaties in Blomberg.

Gevonden in de Nieuwe Vaart
In 1856 trouwt Gaatske, die dan dienstmeid is, met weduwnaar Johannes Jacobus Schotanus uit Minnertsga. Hij is 31 jaar, kleermaker en heeft vier kinderen. Samen krijgen ze zes kinderen, waarvan er één jong sterft. Op een dag in 1867 komt Johannes niet thuis. In onze familie gaat het verhaal dat hij is vermoord. Het is natuurlijk mogelijk dat hij kleding heeft bezorgd in Vrouwenparochie of Stiens en op de terugweg is beroofd en vermoord. Maar hij kan ook zijn uitgegleden, in de vaart gevallen en verdronken. Het familieverhaal vertelt zelfs dat hij maandenlang vermist is geweest en dat zijn lijk pas werd gevonden toen het ijs in de sloten en vaarten was gesmolten. Dat verhaal klopt in ieder geval niet, want zijn lijk wordt gevonden op 26 september 1867. In ‘den Nieuwen Vaart in de Westhoek onder Sint-Jacobiparochie’, zoals de overlijdensakte stelt. Johannes is 42 jaar als hij sterft, Gaatske is 36 jaar en zwanger. Op 27 januari 1868 krijgt ze een dochter die ze Johanna noemt. 

Vissersschuit
Gaatskes dochter Aaltje Schotanus, mijn overgrootmoeder, raakt in 1883 zwanger van visser Enne Nieuwenhuis. Ze krijgt op 29 januari 1884 in Minnertsga een dochter. Haar halfzus Jetske doet aangifte. Op 17 mei 1885 trouwt Aaltje met Enne. De familie Schotanus is niet blij met dit huwelijk. Aaltje is gereformeerd, Enne Nieuwenhuis is niet kerkelijk.
Aaltje trekt in bij Enne op zijn vissersschuit. Ze krijgen nog zeven dochters en twee zonen. Mijn pake Johannes is de jongste. De armoede is groot. De familie Schotanus heeft zich niet helemaal afgekeerd van Aaltje en Enne, soms brengt een van hen eten naar de vissersschuit als die ligt vastgevroren in een vaart.

Johannes Nieuwenhuis

Krachtige vrouw
Aaltje Schotanus overlijdt op 3 februari 1922 in Marssum. Twintig dagen later sterft Gaatske Bloemsma in Groningen, 90 jaar oud. Ik vermoed dat ze bij haar jongste dochter Johanna woont die met een Groninger is getrouwd.
Ik stelde me Gaatske Bloemsma altijd voor als een vrouw aan wie was te zien dat ze een zwaar leven heeft gehad. Maar als ik naar de foto kijk zie ik een krachtige vrouw die weliswaar het nodige heeft meegemaakt, maar die zich niet uit het veld laat slaan.
Nu hoop ik dat er nog eens een foto opduikt van mijn overgrootmoeder Aaltje Schotanus. Op de website Minnertsga Vroeger vind ik wel een foto van Aaltjes twee jaar oudere zus Aukje Schotanus met haar echtgenoot Dirk Hannema en hun nakomelingen. (Excuses, ik heb de nakomelingen eraf gesneden).


Aukje Schotanus




11 jun 2020

Familiekroniek - Hilverda

Ik heb me al in zoveel stamboomreeksen verdiept dat het nu echt tijd wordt naspeuringen te verrichten naar mijn eigen achternaam: Hilverda. Ook hier is al het nodige voorwerk verricht, bijvoorbeeld door Henk Hilverda die de stamboom van de Hilverda’s in kaart heeft gebracht en door de Studiegroep Oud Staveren.
Mijn vader heette Klaas Hilverda. Bij zijn geboorte kreeg hij de naam Sybren, maar omdat tien dagen later zijn vader Klaas overleed, kreeg mijn vader de naam van zijn vader. De reden van de naamswisseling was tragisch, maar historisch gezien is het wel mooi: de naam Klaas of Claas hoort al eeuwen bij onze Hilverda-tak. Op de foto hieronder, gemaakt in 1924, staat mijn grootvader Klaas Hilverda in het midden van de achterste rij. Zittend achter het tafeltje, met bolhoed: mijn overgrootvader Rients Hilverda.

gezin Hilverda 1924

Hilwarda
In 1811 neemt Jouke Clases Hilwarda de naam Hilwarda aan, ook voor zijn zoon Klaas Joukes. Ja, u leest het goed: Hilwarda. Wat een prachtige naam! En wat jammer dat die naam langzamerhand is verbasterd via Hilwerda naar Hilverda. Op het diploma van de landbouwschool van mijn zo jong overleden grootvader Klaas Hilverda staat de achternaam gespeld als Hilwerda.


Naamaanneming Hilwarda

‘Al te geel’
Jouke Clases Hilwarda is geboren in 1762 in Stavoren. Hij is praamschuiver, bakker, stadsmajoor en havenmeester van Stavoren. Een stadsmajoor had allerlei stadsdiensten zoals de politie en de brandweer onder zich.
Als de burgers zich in 1797 moeten bewapenen, is Jouke dit wel verplicht, maar hij wordt niet geschikt geacht. Hij is ‘al te geel. Door dien oneg. niet toevertrouwt.’ Een jaar daarvoor heeft Pieter Rommerts hem vervangen als stadsmajoor en havenmeester. Wat zou ‘al te geel’ zijn? Heeft hij geelzucht? Waarschijnlijk heeft de kleur te maken met zijn politieke voorkeur. Het zijn de patriotten die de burgermilities opzetten. Wie prinsgezind is toont dat met gele linten.
Jouke sterft in 1824 in Workum.

’t Vergulde Hoofd
De vader van Jouke Clases Hilwarda heet Claas Joukes Hilwarda. Hij is geboren ca. 1715 in Poppingawier. Ook Claas is stadsmajoor te Stavoren en daarnaast hospes in ’t Vergulde Hoofd. ’t Vergulde Hoofd was de stadsherberg van Stavoren en stond ten zuiden van het stadhuis. De stadsherberg was in eigendom van het stadsbestuur. Hier konden gasten van de stadsregering en andere bezoekers logeren
Claas trouwt drie keer. Zijn hierboven beschreven zoon Jouke is het achtste kind uit zijn derde huwelijk, de laatste van in totaal zestien kinderen. 

Stadhuis Stavoren

Wagenmaker
We springen vooruit in de tijd en komen uit bij zoon Klaas van de al te gele Jouke. Deze Klaas Hilwarda is geboren in 1788 in Stavoren. Hij is bakker, trouwt met Janke Abma uit Workum en verhuist naar dit stadje. Ze krijgen in 1818 een zoon die ze Jouke noemen. Jouke wordt wagenmaker. Hij trouwt met Trijntje Bantema uit Dronrijp en vestigt zich daar als wagenmaker. Een van de kinderen van Jouke en Trijntje is Rients Hilwerda, mijn overgrootvader. Rients wordt gardenier en als hij met de weduwe Sjoukje Feikema trouwt, die op een boerderij in Dronrijp woont, wordt hij landbouwer. Hun jongste zoon is mijn grootvader Klaas Hilwerda.

Frij faam
Wanneer we een sprong teruggaan in de tijd komen we uit bij Jan Jans Hilverda, geboren in 1599 en overleden te Minnertsga in 1665. In de kerk van Minnertsga ligt een grafsteen voor Jan Jans, zijn vrouw Hiltje Haarda en zijn broer die na zijn dood met Hiltje trouwde. Er staan twee wapens op de grafsteen. Beide met de halve Friese adelaar en met dorsvlegels. Op de linker nog drie klaverbladen en op de rechter een bundel korenaren. Passende symbolen voor landbouwers.
Op de website Minnertsga Vroeger staat een artikel over deze grafsteen en over de boerderij Haarda waarop Hiltje ‘frij faam’ was, vrije vrouw.

Grafsteen Jan Jans Hilverda in Minnertsga

De clan van Hilwart
Waar de naam Hilverda, Hilwerda of Hilwarda vandaan komt? Waarschijnlijk heeft het nageslacht van ene Hilwart of Hilwert zich ooit zo genoemd. Dan zijn wij dus de clan van Hilwart. Zoals Hilversum de woonplaats van een Hilwart was.

Ik zou mijn achternaam kunnen veranderen in Hilwarda. In de brochure over naamsverandering van het Ministerie voor Justitie en Veiligheid staat: ‘Vanaf ongeveer 1811 heeft Friesland een Burgerlijke Stand. Sinds die tijd zijn Friese achternamen soms vernederlandst. De Friese achternaam ‘Sudema’ kan bijvoorbeeld de Nederlandse spelling ‘Zuidema’ hebben gekregen. U kunt een aanvraag indienen om uw oorspronkelijke Friese achternaam terug te krijgen.’


8 jun 2020

Familiekroniek - Schotanus

Ik heb het al eerder verteld, Verborgen Verleden is een van mijn favoriete tv-programma’s. Ik ben altijd lichtelijk jaloers als ik zie hoe archivarissen de stambomen van bekende Nederlanders uitpluizen en interessante documenten opduiken.
Gelukkig is er op internet ook veel te vinden en zijn er anderen die onderzoek hebben gedaan. Veel van mijn voorouders zijn arbeiders, landbouwers, schippers en bijna allemaal wonen ze generatie na generatie in Friesland. Maar na enig speurwerk kom ook ik heel andere takken tegen in mijn stamboom. Met voorvaderen die bijvoorbeeld hebben gestudeerd aan de universiteit van Franeker. Over de Lautenbachs heb ik hier al eens geschreven. Voorvader Jacobus Lautenbach komt uit Duitsland.

Kleermakerij Minnertsga

Kleermaker in Minnertsga
Een andere interessante tak is die van Schotanus. De moeder van mijn pake Johannes Nieuwenhuis heette Aaltje Schotanus. Haar vader Johannes Jacobus Schotanus was kleermaker in Minnertsga. Hier schreef ik over de kleermakerszaak in Minnertsga van Aaltjes broer Christoffel. Op de website Minnertsga Vroeger vond ik een mooi verhaal over die zaak.

Van Schoot
Op de website van de Schotanus Stichting vind ik de volgende informatie. Alle Schotanussen in ons land stammen af van Baernd Gabbes (ca. 1522–1551), die huwde met de uit het Drentse Ruinen afkomstige Johanna Hendriks. Baernd Gabbes werd geboren in Goïngarijp en vestigde zich in Oudeschoot - toen nog Schoot genoemd - vlakbij Heerenveen. Baernd en Johanna kregen drie zonen: Gabbe, Hendrik en Jelle. Omdat de jongens naar een Latijnse school gingen kregen ze Latijnse namen: Gabbe werd Jacobus, Hendrik werd Henricus en Jelle werd Gellius. Vader Baernd Gabbes was afkomstig van Schoot, in het Latijn: Schotanus.

Vetkopers
Over de voorvaderen van Baernd Gabbes is ook nog het een en ander bekend. De eerste die uit de duisternis van het verleden geplukt kan worden is Gabbe Baernds, geboren ca. 1437 in Fernwoude. Zijn zoon Baernd (geboren ca. 1462 in Stavoren) was commandant bij de Vetkopers. Hij sneuvelde op 13 januari 1496 op het Slotermeer, bij de strijd van de woudboeren tegen de Saksische troepen. Als je meer wilt weten over de strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers, klik dan hier.

Schotanusatlas

Cartograaf
Jacobus, Henricus en Gellius waren de achterkleinzonen van Vetkoper Baernd. Jacobus Bernardi Schotanus (1547-1617) werd predikant, onder meer te Jorwerd. Henricus Bernardi werd hoogleraar aan de universiteit van Franeker en Gellius Bernardi werd dokter en priester te Leeuwarden. In mijn enthousiasme dacht ik even rechtstreeks af te stammen van cartograaf Bernardus Schotanus à Sterringa (van de befaamde Schotanusatlas), maar dat klopt niet. Voorvader van de cartograaf is Gellius, mijn voorvader is Jacobus. Het aardige is dat in mijn stamreeks de naam Jacobus steeds terugkomt. Mijn betovergrootvader, de kleermaker te Minnertsga, heette Johannes Jacobus Schotanus.

Familiewapen
Natuurlijk heeft het geslacht Schotanus een familiewapen. Dit zegt de website van de Schotanus Stichting erover: “Het is een zgn sprekend wapen. Hetgeen wil zeggen dat de symbolen deels aan de naam zijn ontleend. Ster en ring wijzen op de naam Starringa of Sterringa (afkomstig van de oorspronkelijke naam van Staveren). De drie boven elkaar geplaatste harten symboliseren "eigenerfd" bezit in drie opeenvolgende generaties, dus vrij van leenrecht, een zogenaamd allodiaal bezit.”


4 mei 2020

Moederlijke lijnen

Geïnspireerd door deze blog van Ad van der Zee, consulent erfgoed en geschiedenis bij het Erfgoedhuis Zuid-Holland zocht ik mijn moederlijke lijnen uit. Want waarom alleen maar de vaderlijke lijnen afspeuren?
Allemaal zijn ze geboren in het noorden van Friesland. Mijn overgrootmoeder Antje de Boer komt uit een schippersfamilie. Ik schreef hier over de familie Wijkstra. Antjes overgrootmoeder Antje Jans is op 5 februari 1833 'overleden in het schip leggende in de oude Stadsgracht te Leeuwarden', zo zegt de overlijdensakte.
Over overgrootmoeder Aaltje Schotanus uit Minnertsga schreef ik hier.
Over overgrootmoeder Sjoukje Feikema uit Herbaijum schreef ik hier.
De mooiste achternaam is toch wel die van Itske Donia uit Holwerd. Donia klinkt bijna als Friese adel.
De informatie komt vooral van de geweldige website Alle Friezen.

Mijn moeder was Antje Nieuwenhuis (1931, Marssum)
Haar moeder was           Wilhelmina van der Hogt (1910, Marssum)
Haar moeder was           Antje de Boer (1878, Warga)
Haar moeder was           Minke Wijkstra (1849, Deinum)
Haar moeder was           Trijntje van der Heide (1806, Bergum)
Haar moeder was           Antje Jans (1777, Bergum)

Middenachter mijn overgrootmoeder Antje de Boer

Mijn vader was Klaas Hilverda (1931, Dronrijp)
Zijn moeder was            Saakje Braaksma (1903, Dronrijp)
Haar moeder was           Trijntje Kuperus (1879, Berlikum)
Haar moeder was           Saakje Jans Hesselius (1848, Dronrijp)
Haar moeder was           Antje Martens Hoekstra (1821, Stiens)
Haar moeder was           Saakje Douwes (1788, Stiens)
Haar moeder was           Geertje Klazes (onbekend, onbekend)

Rechtsachter mijn overgrootmoeder Trijntje Kuperus

Mijn grootvader was Johannes Nieuwenhuis (1901, Franeker)
Zijn moeder was            Aaltje Schotanus (1863, Minnertsga)
Haar moeder was           Gaatske Stoffels Bloemsma (1831, Vrouwenparochie)
Haar moeder was           Aukje Wiebes de Vries (1805, Finkum)
Haar moeder was           Gaatske Aukes (1768, Stiens)
Haar moeder was           Janke Jans (ca. 1740, onbekend)

Mijn grootvader was Klaas Hilverda (1900, Dronrijp)
Zijn moeder was            Sjoukje Feikema (1859, Herbaijum)
Haar moeder was           Eelkje Jans Terpstra (1833, Dongjum)
Haar moeder was           Riemke Gerrits Herrema (1802, Tzummarum)
Haar moeder was           Dieuwke Jans (1766, Oosterbierum)
Haar moeder was           Itske Harmens Donia (1740, Holwerd)
Haar moeder was           Jacobje/Japikje Alefs/Ales (1715, onbekend)

Mijn overgrootmoeder Sjoukje Feikema


21 apr 2020

De eerste Internationale Dag van de Arbeid, op 27 april 1890 in Leeuwarden

Met een grote meeting in Leeuwarden vindt honderddertig jaar geleden, op 27 april 1890, in ons land voor het eerst de viering plaats van de Internationale Dag van de Arbeid. Niet op 1 mei, maar op zondag 27 april, zodat de arbeiders geen vrije dag hoeven op te nemen.

Mijn betovergrootmoeder Wilhelmina van der Vegt is dan net 47 jaar. Ze is geboren in Beetgum, maar is na haar huwelijk met arbeider Hendrik van der Hogt in Marssum gaan wonen, even ten zuiden van haar geboorteplaats. Marssum ligt op een uur lopen ten westen van Leeuwarden. Wilhelmina en Hendrik hebben vijf kinderen, de jongste is Reinder, mijn overgrootvader. Reinder is op die zondag in april elf jaar.

Advertentie in de Leeuwarder Courant

Roerig
In dit deel van Friesland is het al jaren roerig. Een jaar eerder hebben landarbeiders in Het Bildt een vakbond opgericht: Broedertrouw. Er zijn acties van werkloze arbeiders, socialistische vergaderingen, anarchistengroepjes. Op 13 januari 1889 heeft Domela Nieuwenhuis in Beetgum gesproken, bij kastelein De Jong. In 1890 wordt in Beetgum een afdeling van Broedertrouw opgericht met 130 leden. De leden voeren onder meer actie voor verhoging van het loon bij vlasbraken.

Rode vaandel
Omdat de burgemeester van Menaldumadeel de veldwachters opdracht heeft gegeven bij te houden wie er aan de demonstratie meedoen weten we dat er uit Beetgum 27 mensen vertrekken, uit Beetgumermolen 26. Andere afdelingen voegen zich bij hen en om kwart over tien vertrekken er uit Marssum tweehonderd mensen naar Leeuwarden. De afdeling Beetgum van de SDB voert een rode vaandel mee waarop staat: ‘Recht voor Allen afdeeling Beetgum.’ Voorop kleermaker Klaas Stienstra met het vaandel, begeleid door twee politieagenten. Uit Het Bildt komen zeshonderd mannen en vrouwen aangemarcheerd. In totaal doen er ongeveer tienduizend mensen mee aan de meeting in Leeuwarden. De deelnemers eisen een achturige werkdag en algemeen kiesrecht.

Van 27 april 1890 zijn geen foto's. Deze foto is gemaakt tijdens de meeting van 17 augustus 1890 in Heerenveen.

Boerenmeid
Het gezin Van der Hogt dat in Marssum woont, moet de demonstratie hebben meegemaakt. Ik hoop natuurlijk dat Wilhelmina en Hendrik zijn meegelopen naar Leeuwarden. Ze hadden er alle reden toe. Vanaf haar zeventiende tot haar huwelijk heeft Wilhelmina gewerkt als boerenmeid. Hendrik is arbeider. Door de landbouwcrisis is het armoede troef in dit gezin, net als in de andere arbeidersgezinnen in Friesland. De landarbeiders maken lange dagen, verdienen een schijntje en hebben geen rechten. De werkeloosheid is groot.

'It is myn ropping'
Als mijn betovergrootouders zijn meegelopen hebben ze meegezongen op de wijs van het Friese volkslied: 'Op, Friezen, op! Der falt for ’t rjucht to strieden. Kom bljuw no net fen fierren stean!' Ook als ze alleen maar hebben toegekeken, moeten ze die dag iets hebben gevoeld van hoop op betere tijden, moeten ze zich gesterkt hebben gevoeld door de massaliteit en de oproepen tot solidariteit. De dag maakt in ieder geval zoveel indruk op Pieter Jelles Troelstra dat hij besluit zijn leven te wijden aan de socialistische strijd. “Ik moat, it is myn ropping,” zegt hij ’s avonds tegen zijn vader.

Een paar jaar later neemt Troelstra als advocaat de verdediging op zich van vier broers uit Beetgum in wat de Zaak Hogerhuis zal heten. Pieter Verhoeff maakte een film over deze zaak: 'De dream' (1985).

20 mrt 2020

Wandelen langs de oude Spoorweghaven

Voor iemand als ik, die is gefascineerd door dingen die zijn verdwenen, is Rotterdam een perfecte stad. Uren kan ik kijken naar foto’s en kaarten van de vroegere stad. Hoe zag het stratenplan er toen uit? Niet alleen het centrum van de stad is behoorlijk veranderd, ook de havenarbeiders die rond 1900 in de Spoorweghaven werkten, zouden dit deel van de stad niet herkennen als ze over de huidige Kop van Zuid zouden lopen.
Omdat ik al bijna twee jaar aan de Spoorweghaven woon, is het de hoogste tijd te onderzoeken hoe het er toen uitzag en wat er is veranderd. Daarom maakte ik in maart een wandeling langs wat ooit de kades van de oude Spoorweghaven waren.

Spoorweghaven nu
Zwanegat
Mijn wandeling begint bij de Spoorweghavenbrug bij de Stieltjesstraat. Via de Van Ravesteynkade loop ik langs de huidige Spoorweghaven tot aan de Lodewijk Pincoffsweg. Vanaf hier is de Spoorweghaven gedempt.
De Spoorweghaven werd, net als de Binnenhaven en de Entrepothaven, aangelegd tussen 1873 en 1879 toen dit deel van Feijenoord werd ontwikkeld tot havengebied - dankzij Lodewijk Pincoffs. Waar de Spoorweghaven werd gegraven lag vroeger het Zwanengat. Dit water sneed als het ware de grote bocht van de Maas af, vanaf de oever ter hoogte van het Noordereiland tot aan het Mallegat aan het eind van de Oranjeboomstraat.
Voor en na de tweede wereldoorlog werden meer naar het westen grotere havens aangelegd en raakten de Spoorweghaven, de Binnenhaven en de Entrepothaven in onbruik. Eind vorige eeuw werd besloten van dit havengebied een woongebied te maken. De Spoorweghaven werd deels gedempt, de Binnenhaven en Entrepothaven bieden tegenwoordig ligplaatsen voor de pleziervaart.


Spoorweghaven (rechts). Op de voorgrond het Noordereiland.
Mallegatpark
Ik vervolg mijn wandeling over het Witteveenplein, met een mooi parkje met zwerfkeien en naaldbomen. Als ik de Vuurplaat heb overgestoken sta ik op een weg die Spoorweghaven heet en langs het Spoorweghavenplein loopt. De Hema en de Albert Heijn aan de Laan op Zuid staan dus als het ware in de oude Spoorweghaven.
Het is aardig dat de straatnamen ten oosten van het plein herinneren aan de vroegere remise Hilledijk van de RET: Stoomtramweg, Machinistenstraat. Op het Spoorweghavenplein wordt druk gebouwd. Remisehof heet dit complex heel toepasselijk.
Voorbij het grote gebouw van het Albeda College aan de Rosestraat moet ik onder het spoor door. Ongeveer op deze plek liep vroeger het Spuikanaal onder het spoor door en kwam uit bij het Mallegat. Het tunneltje komt nu uit bij het Mallegatpark met zijn beeldbepalende halve bollen en ranke watertoren. Bollen en watertoren hoorden bij de gasfabriek Feijenoord die hier stond van 1879 tot 1968. Tussen 1922 en 1962 lag rechts van het huidige park, in het Mallegat, een zwembad in de rivier.

Mallegatpark nu
Laan op Zuid
Op de terugweg loop ik via het pleintje naast de Hema naar de Laan op Zuid. Ook hier liggen een paar grote zwerfkeien. Hebben de keien iets met de vroegere havens te maken?
De Laan op Zuid heette vroeger de Laan van Overmaas en ligt op het NS-emplacement langs de Spoorweghaven. Als ik de kaarten bestudeer die ik vind op de website Rotterdamkaart begrijp ik waarom in het trottoir aan de oostzijde van de Laan op Zuid een herinnering aan railssporen zijn aangebracht. Op de kaart uit 1920 staat dat hier het Goederenstation Staats Spoorwegen stond. In het hele oude havengebied lagen rails om goederen te vervoeren. Hier vond de overslag plaats van de scheepvaart naar de treinen.
Mocht je aan deze kant over de Laan op Zuid lopen, gluur dan even naar binnen bij de entreehallen van de woongebouwen. In een aantal hangen schitterende zwartwit foto’s van het oude havengebied. Ze laten je een beetje voelen hoe het er hier een eeuw geleden uit moet hebben gezien.

Rails in de Laan op Zuid