24 nov 2016

FAMILIEKRONIEK - Voormoeder Wilhelmina ter Steeg

Iedere week kijk ik met veel plezier naar Verborgen Verleden en iedere week verlang ik naar een archivaris die ontdekt dat ik een nazaat ben van Willem van Oranje, steenrijke voorouders heb in Spanje of van Schotse adel ben. Maar ik ben geen bekende Nederlander, dus het onderzoek naar voorouders zal ik zelf moeten doen. Gelukkig bestaat de prachtige website Alle Friezen. Hulde aan al die vrijwilligers die dag in dag uit documenten inscannen en op deze website zetten. En gelukkig hebben verwanten al stambomen uitgeplozen en op internet gezet, zoals de stichting Families Van der Vegt.

Leeuwarder proletariaat
Mijn voorouders zijn Fries. Het zijn kleine boeren, timmerlieden, kleermakers, schuitejagers, turfschippers en Leeuwarder proletariaat. Niks adelijks te ontdekken.
Mijn volledige voornaam is Wilhelmina, ik ben vernoemd naar mijn beppe, zoals zij is vernoemd naar haar beppe en die weer is vernoemd naar haar beppe, enzovoort. Zo kom ik uit bij mijn voormoeder Wilhelmina ter Steeg, geboren in 1795 in Leeuwarden. Voor het gemak noem ik haar Wilhelmina I.

Jakobijnerkerk, Leeuwarden
Jakobijnerkerk
Wilhelmina Schollenberg wordt gedoopt in de Jakobijnerkerk die nog steeds aan het eind van de Grote Kerkstraat staat. Haar vader is Pieter Johannes, arbeider, haar moeder Hendrikje ter Steeg. Hendrikje sterft in mei 1800, drie weken na de geboorte van haar derde kind. Wilhelmina is dan nog maar vijf jaar oud. Haar vader hertrouwt in 1801 met een vrouw die Wilhelmina Schollenberg heet. In 1811 neemt Pieter Johannes de naam van zijn vrouw aan: Schollenberg. Mijn voormoeder noemt zich Ter Steeg, de achternaam van haar moeder.

Schoenmaker
Wilhelmina trouwt in 1816 met Tiete van der Vegt, die schoenmaker is in Leeuwarden, Huizum en Beetgum. Tiete is de zoon van Reinder van der Vegt, ook wel genoemd Rinder Barts, uit Leeuwarden en Nieske Rodenhuis, arbeidster te Leeuwarden.
Wilhelmina en Tiete krijgen zes kinderen waarvan er vier jong sterven. Ze wonen in Huizum als Tiete in 1828 op 32-jarige leeftijd sterft. Huizum was toen een dorp dat ten zuiden van Leeuwarden lag. In 1944 werd het door de Duitse bezetters bij Leeuwarden gevoegd.

Huizum in 1905, het bruggetje in de Dorpsstraat
Huizum
In 1829 komen we Wilhelmina tegen bij de volkstelling als Wilhelmina Pieters Ter Steeg. Ze woont dan met drie kinderen op nummer 44 a in Huizum, haar beroep is arbeidster. De namen van de kinderen: Reinder, Pieter en Hendrikje, die dan 1 jaar is. Hendrikje sterft een jaar later.
Huis nummer 44 is een van de huizen ten noordoosten van het bruggetje in de dorpsstraat van Huizum geweest. Traditioneel hebben hier altijd timmerlieden gewoond. Vermoedelijk is het het huis dat nu als adres Huizum Dorp 7c heeft. Het was destijds de arme buurt van Huizum. In huis 44 waren vier gezinnen ondergebracht.

Beetgum
Beetgum
Wilhelmina verlaat Huizum in 1838 en gaat in Beetgum wonen, een dorp ten noordwesten van Leeuwarden, iets meer dan twee uur lopen van Huizum.
Haar zoon Pieter is in 1825 in Beetgum geboren, dus ze moet er eerder hebben gewoond. Uit notariële actes maak ik op dat haar man Tiete er in 1826 een huis koopt voor 431 gulden en er begin 1828 een huis verkoopt voor 500 gulden.
Als haar zoon Reinder in 1842 trouwt is Wilhelmina breidster.
Wilhelmina overlijdt in 1855, ‘wonende onder Beetgum’, zoals in de overlijdensakte staat. Ze is 60 jaar geworden.


23 sep 2016

Bloemencorso Lippenhuizen

Op 17 september bezoek ik met mijn zussen de reünie van Lippenhuizen, het Friese dorp waar we van 1959 tot de zomer van 1968 woonden. Ter ere van de reünie wordt, na meer dan dertig jaar, een bloemencorso georganiseerd. Als we door de Buosterwyk lopen en voor de basisschool een corsowagen zien staan, steken we meteen onze neus tussen de bloemen. Hoe rook dat ook alweer?

De wagen van basisschool De Flecht
Paarden
Het bloemencorso in Lippenhuizen wordt voor de eerste keer georganiseerd in augustus 1954, om te vieren dat het Liphúster Feest voor de 75e keer plaatsvindt. Regen bederft de pret enigszins, maar het dorp is zo enthousiast dat een mooie traditie is geboren.
Op 26 augustus 1963 schrijft de Leeuwarder Courant: ‘Zonder chauvinistisch te zijn kunnen we rustig stellen, dat Lippenhuizen met zijn bloemencorso Eelde heeft overtroefd.’ Wat het bloemencorso van Lippenhuizen charmanter maakt dan dat van zijn Drentse broer: hier trekken paarden de wagens, in Eelde tractors. En, in Lippenhuizen zijn ‘het de kinderen die de équipage der wagens vormen.’

Floris ende Blancefloer
Blancefloer
In de jaren dat we in Lippenhuizen wonen, werkt mijn vader mee aan het maken van wagens en ook mijn moeder zal meegeholpen hebben met het prikken van de bloemen. Ik zit een paar keer op een bloemenwagen. In 1966 in een torentje als Blancefloer die verlangend moet kijken naar een jongen in een bloemenmand en in 1967, met een zusje en een vriendinnetje, als hippie bij een oud huisje. Het geeft een heel feestelijk gevoel in een geur van dahlia’s, asters en afrikaantjes langs dikke rijen mensen te rijden, vooral als de optocht ’s avonds nog een keer door het dorp trekt.

Hippies in 1967
Dahlia akkers
Het is ieder jaar weer afwachten of er voldoende bloemen zijn. De vereniging Liphúster Feest bezit in de jaren zestig drie grote dahlia akkers die een half miljoen bloemen moeten opbrengen. Soms mislukt dat, omdat door de kou de dahliaknollen zijn verrot. Er wordt dan wel geprobeerd om in Eelde of Frederiksoord of bij kwekers in het westen van het land bloemen te verkrijgen, maar ook dat is niet altijd mogelijk.
‘Deze zomer geen bloemencorso te Lippenhuizen’ staat in 1973 in de Leeuwarder Courant. De dorpstraat ligt eruit omdat er riolering wordt aangelegd en door de kou zijn veel dahliaknollen verloren gegaan. En in 1974 is Lippenhuizen corsomoe. Het is te duur geworden een bloemencorso te organiseren en het animo is uit het dorp verdwenen.


Maar nu, voor het feest 700 jaar Lippenhuizen, hebben vele enthousiastelingen hun schouders eronder gezet om het bloemencorso voor een keer te laten herleven en is het hele dorp uitgelopen om twaalf prachtige wagens te bewonderen. 

24 aug 2016

De Vonk, vormingscentrum in Noordwijkerhout

In mei van dit jaar bezochten we in Brussel een mooie Theo van Doesburg-tentoonstelling in museum Bozarts. In het onderdeel dat over Van Doesburgs samenwerking met architecten ging, zagen we dat hij de decoraties van vormingscentrum De Vonk in Noordwijkerhout had ontworpen, een gebouw van de architect J.J.P. Oud.
In 1972 gingen we met de derde klas van de mavo van de Burgemeester Walda Scholengemeenschap van Ameland op werkweek naar De Vonk. En mijn moeder had er na het behalen van haar mulodiploma enkele weken doorgebracht. Tijd voor een tocht naar Noordwijkerhout.

De Vonk in 2016
Werkweek
Het thema van de werkweek op de mavo was ‘De Stad’. We interviewden bewoners van de Merenwijk in Leiden en konden ons niet voorstellen dat dat mogelijk was, wonen in zo’n hoge flat. We bezochten Rotterdam, waar we tot ons afgrijzen geen kopje thee konden bestellen omdat het water te vies smaakte. Terug in De Vonk zaten we buiten op het terras en maakten maquettes van een ideale stad. ’s Avonds keken we naar ‘Easy Rider’ en dansten op ‘Born to be Wild’ van Steppenwolf. In Leiden zagen we ‘Jesus Christ Superstar’en alle meisjes stapten sniffend en met rode ogen de bus in die ons terugbracht naar De Vonk. Gedurende de werkweek mochten wij eilandkinderen even ruiken aan alle mooie, opwindende en lelijke dingen van de grote stad.

De Vonk in 1947, tweede van links mijn moeder
Ontwikkelingswerk
Mijn vader was leraar op de mavo op Ameland en ging mee met de werkweek. Mijn moeder, die hem anders nooit vergezelde op schoolreisjes, sloot zich dit keer ook aan. Voor mij natuurlijk niet leuk, mijn ouders mee op schoolreis, maar ik denk dat mijn moeder graag De Vonk weer eens terug wilde zien. Na haar mulo-examen in 1947 bracht ze er zes weken door.
De Vonk werd gesticht in 1918 als buitenhuis van het Leids Volkshuis, het werd ontworpen door architect J.J.P. Oud in samenwerking met de kunstenaars Theo van Doesburg en Harm Kamerlingh Onnes. Van Doesburg ontwierp de mozaïeken op de voorgevel en de vloer. 
Vanaf de jaren twintig tot 1960 bood De Vonk ontwikkelingswerk aan voor de ‘schoolvrije jeugd’, zowel fabrieks- als plattelandsmeisjes. Vanaf 1990 was het vijftien jaar een behandelcentrum van de stichting 40-45 voor getraumatiseerde vluchtelingen. Tussen 1960 en 1990 zal het een vormingscentrum zijn geweest.

De vloer van Theo van Doesburg
Mozaïeken vloer
Tegenwoordig zit er een kinderdagverblijf in en een gezondheidscentrum. De terrassen aan weerszijden zijn bij het gebouw betrokken en de ruimte rondom het gebouw is verdwenen. Maar als we bij de voordeur naar binnen gluren, zien we dat aan de gangen niet veel is veranderd. Net als mijn moeder in 1947 mogen de bezoekers van het gezondheidscentrum nog steeds over de mooie mozaïeken vloeren van Theo van Doesburg lopen.

17 mei 2016

Waar bleef het Rotterdamse puin?

Omdat we een paar dagen geleden het bombardement op Rotterdam herdachten, hierbij de blog die ik in september 2011 schreef voor Geschiedenislab.

Een paar dagen na het bombardement van 14 mei 1940 begint men in Rotterdam met man en macht het puin op te ruimen. Er worden duizenden arbeidskrachten gerekruteerd en ook werkelozen moeten zich melden om mee te werken. De Duitsers vorderen vrachtwagens, kruiwagens en gereedschap als schoppen en houwelen. Wekenlang wordt er hard gewerkt om het puin af te voeren.

De Schie wordt gedempt met puin.
Dempen
Wat gebeurt er met de brokstukken die eens de huizen en straten van het Rotterdamse centrum vormden? Allereerst komt het terecht in de kanalen, singels en havens die toch al gedempt zouden worden, zoals Blaak, de Schie, de Kolk, de Schiedamsesingel en de Noorderhavenkade. Een bekend grapje is: Eerst lag de Schie in Rotterdam, nu ligt Rotterdam in de Schie. Ook wordt er puin in de Kralingse Plas gedumpt waardoor er eilandjes ontstaan in de zuidelijke kant van de plas.

Puin wordt gestort in de Kralingse Plas. (foto: Rotterdamsch Nieuwsblad)
Vliegveld
Dat het puin ook wordt afgevoerd naar plekken elders in Nederland wist ik niet, tot ik een boek over de oorlog in Menaldumadeel las. Menaldumadeel is de Friese gemeente waar mijn grootouders en ouders opgroeiden. Het ligt ten noorden van de A31 die Leeuwarden verbindt met de Afsluitdijk. In dit boek wordt beschreven hoe de Duitsers meteen na de capitulatie van het vliegveld bij Leeuwarden een echte luchthaven maken. Als de bezetters vragen om de inzet van werkeloze arbeidskrachten roept de burgemeester van Leeuwarden alle werkelozen op om zich met een schop te melden op het vliegveld. Wie niet verschijnt raakt zijn uitkering kwijt. De werklozen melden zich massaal. Zeker honderd autobussen vervoeren dagelijks arbeiders uit alle delen van Friesland naar het terrein. Vrachtauto’s, treinen en schepen bezorgen tienduizenden tonnen zand en puin. Ook puin uit Rotterdam wordt met schepen naar Ritsumazijl gebracht en op het terrein gestort.

Dijk
Waar ligt het Rotterdamse puin nog meer? Een zoektochtje op internet leert me dat er enkele wijken zijn opgebouwd met Rotterdams puin, zoals Wielwaal in Dordrecht en Kleinpolder in Overschie. En ik kom het verhaal tegen van de Rotterdamse Hoek. In de dijk van de toen in aanleg zijnde Noordoostpolder werd ook puin uit Rotterdam gestort. Deze plaats, waar de dijk een hoek maakt, kreeg van de polderwerkers de naam Rotterdamse Hoek. Het is een beruchte plek in de scheepvaart, er zijn al veel schepen in moeilijkheden geraakt. Volgens de website van de VVV Noordoostpolder is de Rotterdamse Hoek het laatste ‘schepenkerkhof’ van de Nederlandse wateren.

Vuurtoren bij de Rotterdamse Hoek.
Reacties
Enkele reacties naar aanleiding van dit blog:
Rien Wols: In Waspik, Noord-Brabant, is er een Lourdesgrot van gebouwd. Zie http://www.bhic.nl/index.php?id=10702
Mieke: Ik heb gehoord dat er in het Limburgse Oirsbeek ook puin gestort is. Heb er op een heuvel gestaan. Weet niet waarom het daar ligt.

Ken je ook een verhaal over het Rotterdamse puin? Laat het me weten.

5 mei 2016

WANDELING - Art Nouveau in Sint-Gillis, Brussel

Een hotelovernachting in Brussel is momenteel niet duur. De recente aanslagen weerhouden toeristen om de Belgische hoofdstad te bezoeken. Onterecht denk ik, want een terroristische aanslag kan iedere Europese stad overkomen.
Ons hotel ligt in de Rue de Dejoncker in de Brusselse gemeente Sint-Gillis. Het Vintage Hotel is een prettig hotel, met vriendelijk personeel, er is een parkeergarage in de straat, vlakbij zijn restaurants en terrassen en de Grote Markt is op loopafstand. Ideaal dus.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat uit twaalf gemeenten. Op de website van Brussel staat een gemeente als volgt omschreven: "De gemeente, die een 'huis voor alle burgers' is, beheert alles wat te maken heeft met het dagelijkse leven van de Brusselaars en het gemeentelijk grondgebied. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest spelen de 19 gemeenten een essentiële rol op het gebied van stedelijk bestuur."

Kamer in Vintage Hotel
Klimmen
Uit de bibliotheek in Rotterdam heb ik twee reisgidsjes over Brussel meegenomen, die van Michelin en ‘100% Brussel’. Tijdens de twee dagen dat we er verblijven hebben we genoeg aan het laatste gidsje. Het prettige van de 100%-boekjes is dat ze zijn opgedeeld in wandelingen van ongeveer een uur. En een wandeling is de beste manier om een stad te leren kennen. Nadat we hebben ingecheckt, gaan we met het gidsje in de hand op pad om onze eigen wijk – Sint-Gillis dus – te ontdekken.
Sint-Gillis heeft ongeveer net zoveel inwoners (rond de 50.000) als het Rotterdamse gebied waar wij wonen, Kralingen-Crooswijk, maar is veel kleiner. Waar Kralingen-Crooswijk bijna 13 km2 is (inclusief plas en bos) is Sint-Gillis slechts 2,52 km2. Nog een groot verschil: in Sint-Gillis moet je klimmen.

Park van Vorst
Art Nouveau
Het is een mooie wandeling door straten met veel art nouveau huizen. We lunchen bij Brasserie l’Union, genoemd naar de voetbalclub Union Saint-Giloise, een beroemde brasserie volgens ons gidsje. Het is er druk, veel jonge mensen die er een salade of een bordje spaghetti bolognaise eten.
Dan gaat de weg omhoog, door parkjes, langs het reusachtige gemeentehuis, naar het Park van Vorst, waar we zien hoe hoog we al zitten. Aan de Duopétiauxlaan komen we de gevangenis van Sint-Gillis tegen die met zijn kantelen op een middeleeuws kasteel lijkt. Even verderop is het Huis Hannon, een art nouveaux huis dat je dagelijks kunt bezoeken volgens onze gids. Maar nu niet, want het wordt gerestaureerd, en dat is nodig ook.

Hoekhuis links: Huis Hannon
Kringloopwinkel
Voor het Hortamuseum aan de Amerikastraat staat een groepje mensen te wachten. Hier was het woonhuis en atelier van Victor Horta, de bekende art nouveau architect. We bewaren het museum voor een volgend bezoek. Eerder in de straat hebben we wel een kijkje genomen in de grootste kringloopwinkel van de stad. Het is er druk.

Kringloopwinkel
Minzaam
Via de kerk van Sint-Gillis en Huis Tassel wandelen we naar de Louizalaan, bekend om zijn dure winkels. Huis Tassel is ontworpen door Horta, het wordt beschouwd als het eerste art nouveau huis ter wereld. Het staat te huur.
Vanaf de Louizalaan zijn we zo bij het Palais de Justice dat minzaam neerkijkt op de volkswijk De Marollen en dalen we af richting Grote Markt.

Huis Tassel

24 apr 2016

MUSEUM - De Heksenwaag in Oudewater

Gewogen en niet te licht bevonden

Oudewater ligt in de provincie Utrecht, op de plek waar de Lange Linschoten uitkomt in de Hollandsche IJssel. Het stadje is vooral bekend om zijn heksenwaag, nu het museum De Heksenwaag. 

Museum De Heksenwaag
Hekserij
Ik dacht dat alle van hekserij verdachte vrouwen die hier werden gewogen, te licht werden bevonden en op de brandstapel eindigden, maar dat valt mee. De waag was juist objectief en niemand werd hier ooit tot heks veroordeeld.
Het wegen was een van de manieren om erachter te komen of iemand een heks was. Men dacht dat heksen lichter waren dan gewone mensen. Een andere manier was iemand met vastgebonden handen en voeten te water te laten en af te wachten of hij of zij zonk of bleef drijven. Wie zonk was geen heks en werd opgetakeld en bevrijd. Wie bleef drijven moest wel een heks zijn.
In Europa zijn tussen 1450 en 1750 ongeveer 50.000 mensen gedood na beschuldiging van hekserij, tachtig procent hiervan was vrouw.

De waag
Spiegelschrift
Het kleine museum bestaat uit twee ruimtes. Beneden staat de befaamde waag uit 1482 waarop je je nog steeds kunt laten wegen. Maar eerst moeten we van de mevrouw achter de kassa naar boven om de informatiefilm te bekijken. Via een krakende houten trap komen we op de zolder terecht die voor een groot deel in beslag wordt genomen door banken voor het publiek dat de film wil zien. Aan de wanden hangt informatie over de heksenvervolgingen. Ik struikel bijna over een meisje in roze T-shirt dat met een spiegel in haar hand over de vloer kruipt, op zoek naar verstopte vragen in spiegelschrift.

Heksentest
Mooie gevels
Op de website www.route.nl heb ik de plattegrond uitgeprint van het Waterlinieommetje Oudewater, maar de print is onbruikbaar omdat de lijn van de route de straatnamen onleesbaar maakt. Gelukkig is Oudewater klein en heb je weinig kans om te verdwalen. Op deze koude zondag in april is het rustig op straat. We wandelen langs mooie gevels, langs het stadhuis, over bruggetjes en langs kerken. Arminius, de oprichter van de Remonstrantse kerk, werd geboren in Oudewater, evenals de schrijver Herman de Man (“Het wassende water”).
Er is hier nog een museum, het touwmuseum De Baanschuur, maar dat laten we links liggen.


Museum De Heksenwaag is te bezoeken van dinsdag t/m zondag, van 11.00 tot 17.00 uur. De entreeprijs is € 5,25 voor volwassenen. Kinderen tot 4 jaar gratis, van 4-12 jaar € 2,75. De Museumjaarkaart is nu nog niet geldig, maar wel vanaf augustus 2016.

De mooiste route vanaf Rotterdam naar Oudewater gaat over de N228, via Gouda en Haastrecht. Je rijdt door de Krimpenerwaard, over een dijk waar oude boerderijen zich tegenaan schurken.

31 mrt 2016

Twee vakantiehuisjes op Ameland en de Eerste Wereldoorlog

Het zijn twee houten huisjes op een duin aan de Strandweg bij Nes. Het linker huisje is donker geschilderd en heet Actief. Het staat te koop. Het rechter huisje is wit geschilderd. Er staat geen naam op, maar ik herinner me dat het vroeger Repos heette.
Wat hebben deze twee vakantiehuisjes op Ameland te maken met de Eerste Wereldoorlog?

Actief en Repos
Het Engelse Kamp
In 1918 werd in Leeuwarden aan de Harlingerstraatweg een barakkencomplex gebouwd voor krijgsgevangenen uit voornamelijk Engeland, Canada en Australië. Tussen mei en eind 1918 waren er ongeveer 2.000 soldaten gehuisvest die er, op weg van Duitsland naar Engeland, aan konden sterken. Het complex werd het Engelse Kamp genoemd.
In januari 1919 verlieten de laatste soldaten Friesland. De barakken gaven in 1926 onderdak aan gezinnen waarover de Practische Hulp zich had ontfermd. Toen deze gezinnen elders terecht konden, werden de barakken te koop aangeboden. Enkele barakken werden gekocht door mensen die ze naar Ameland lieten vervoeren en er vakantiehuisjes van maakten. Van die huisjes is alleen Actief en Repos overgebleven.
In Leeuwarden herinnert de Engelsestraat nog aan het Engelse Kamp.
Meer informatie over het Engelse Kamp in Leeuwarden vindt u hier.

Het Engelse Kamp