24 aug 2016

De Vonk, vormingscentrum in Noordwijkerhout

In mei van dit jaar bezochten we in Brussel een mooie Theo van Doesburg-tentoonstelling in museum Bozarts. In het onderdeel dat over Van Doesburgs samenwerking met architecten ging, zagen we dat hij de decoraties van vormingscentrum De Vonk in Noordwijkerhout had ontworpen, een gebouw van de architect J.J.P. Oud.
In 1972 gingen we met de derde klas van de mavo van de Burgemeester Walda Scholengemeenschap van Ameland op werkweek naar De Vonk. En mijn moeder had er na het behalen van haar mulodiploma enkele weken doorgebracht. Tijd voor een tocht naar Noordwijkerhout.

De Vonk in 2016
Werkweek
Het thema van de werkweek op de mavo was ‘De Stad’. We interviewden bewoners van de Merenwijk in Leiden en konden ons niet voorstellen dat dat mogelijk was, wonen in zo’n hoge flat. We bezochten Rotterdam, waar we tot ons afgrijzen geen kopje thee konden bestellen omdat het water te vies smaakte. Terug in De Vonk zaten we buiten op het terras en maakten maquettes van een ideale stad. ’s Avonds keken we naar ‘Easy Rider’ en dansten op ‘Born to be Wild’ van Steppenwolf. In Leiden zagen we ‘Jesus Christ Superstar’en alle meisjes stapten sniffend en met rode ogen de bus in die ons terugbracht naar De Vonk. Gedurende de werkweek mochten wij eilandkinderen even ruiken aan alle mooie, opwindende en lelijke dingen van de grote stad.

De Vonk in 1947, tweede van links mijn moeder
Ontwikkelingswerk
Mijn vader was leraar op de mavo op Ameland en ging mee met de werkweek. Mijn moeder, die hem anders nooit vergezelde op schoolreisjes, sloot zich dit keer ook aan. Voor mij natuurlijk niet leuk, mijn ouders mee op schoolreis, maar ik denk dat mijn moeder graag De Vonk weer eens terug wilde zien. Na haar mulo-examen in 1947 bracht ze er zes weken door.
De Vonk werd gesticht in 1918 als buitenhuis van het Leids Volkshuis, het werd ontworpen door architect J.J.P. Oud in samenwerking met de kunstenaars Theo van Doesburg en Harm Kamerlingh Onnes. Van Doesburg ontwierp de mozaïeken op de voorgevel en de vloer. 
Vanaf de jaren twintig tot 1960 bood De Vonk ontwikkelingswerk aan voor de ‘schoolvrije jeugd’, zowel fabrieks- als plattelandsmeisjes. Vanaf 1990 was het vijftien jaar een behandelcentrum van de stichting 40-45 voor getraumatiseerde vluchtelingen. Tussen 1960 en 1990 zal het een vormingscentrum zijn geweest.

De vloer van Theo van Doesburg
Mozaïeken vloer
Tegenwoordig zit er een kinderdagverblijf in en een gezondheidscentrum. De terrassen aan weerszijden zijn bij het gebouw betrokken en de ruimte rondom het gebouw is verdwenen. Maar als we bij de voordeur naar binnen gluren, zien we dat aan de gangen niet veel is veranderd. Net als mijn moeder in 1947 mogen de bezoekers van het gezondheidscentrum nog steeds over de mooie mozaïeken vloeren van Theo van Doesburg lopen.

17 mei 2016

Waar bleef het Rotterdamse puin?

Omdat we een paar dagen geleden het bombardement op Rotterdam herdachten, hierbij de blog die ik in september 2011 schreef voor Geschiedenislab.

Een paar dagen na het bombardement van 14 mei 1940 begint men in Rotterdam met man en macht het puin op te ruimen. Er worden duizenden arbeidskrachten gerekruteerd en ook werkelozen moeten zich melden om mee te werken. De Duitsers vorderen vrachtwagens, kruiwagens en gereedschap als schoppen en houwelen. Wekenlang wordt er hard gewerkt om het puin af te voeren.

De Schie wordt gedempt met puin.
Dempen
Wat gebeurt er met de brokstukken die eens de huizen en straten van het Rotterdamse centrum vormden? Allereerst komt het terecht in de kanalen, singels en havens die toch al gedempt zouden worden, zoals Blaak, de Schie, de Kolk, de Schiedamsesingel en de Noorderhavenkade. Een bekend grapje is: Eerst lag de Schie in Rotterdam, nu ligt Rotterdam in de Schie. Ook wordt er puin in de Kralingse Plas gedumpt waardoor er eilandjes ontstaan in de zuidelijke kant van de plas.

Puin wordt gestort in de Kralingse Plas. (foto: Rotterdamsch Nieuwsblad)
Vliegveld
Dat het puin ook wordt afgevoerd naar plekken elders in Nederland wist ik niet, tot ik een boek over de oorlog in Menaldumadeel las. Menaldumadeel is de Friese gemeente waar mijn grootouders en ouders opgroeiden. Het ligt ten noorden van de A31 die Leeuwarden verbindt met de Afsluitdijk. In dit boek wordt beschreven hoe de Duitsers meteen na de capitulatie van het vliegveld bij Leeuwarden een echte luchthaven maken. Als de bezetters vragen om de inzet van werkeloze arbeidskrachten roept de burgemeester van Leeuwarden alle werkelozen op om zich met een schop te melden op het vliegveld. Wie niet verschijnt raakt zijn uitkering kwijt. De werklozen melden zich massaal. Zeker honderd autobussen vervoeren dagelijks arbeiders uit alle delen van Friesland naar het terrein. Vrachtauto’s, treinen en schepen bezorgen tienduizenden tonnen zand en puin. Ook puin uit Rotterdam wordt met schepen naar Ritsumazijl gebracht en op het terrein gestort.

Dijk
Waar ligt het Rotterdamse puin nog meer? Een zoektochtje op internet leert me dat er enkele wijken zijn opgebouwd met Rotterdams puin, zoals Wielwaal in Dordrecht en Kleinpolder in Overschie. En ik kom het verhaal tegen van de Rotterdamse Hoek. In de dijk van de toen in aanleg zijnde Noordoostpolder werd ook puin uit Rotterdam gestort. Deze plaats, waar de dijk een hoek maakt, kreeg van de polderwerkers de naam Rotterdamse Hoek. Het is een beruchte plek in de scheepvaart, er zijn al veel schepen in moeilijkheden geraakt. Volgens de website van de VVV Noordoostpolder is de Rotterdamse Hoek het laatste ‘schepenkerkhof’ van de Nederlandse wateren.

Vuurtoren bij de Rotterdamse Hoek.
Reacties
Enkele reacties naar aanleiding van dit blog:
Rien Wols: In Waspik, Noord-Brabant, is er een Lourdesgrot van gebouwd. Zie http://www.bhic.nl/index.php?id=10702
Mieke: Ik heb gehoord dat er in het Limburgse Oirsbeek ook puin gestort is. Heb er op een heuvel gestaan. Weet niet waarom het daar ligt.

Ken je ook een verhaal over het Rotterdamse puin? Laat het me weten.

5 mei 2016

WANDELING - Art Nouveau in Sint-Gillis, Brussel

Een hotelovernachting in Brussel is momenteel niet duur. De recente aanslagen weerhouden toeristen om de Belgische hoofdstad te bezoeken. Onterecht denk ik, want een terroristische aanslag kan iedere Europese stad overkomen.
Ons hotel ligt in de Rue de Dejoncker in de Brusselse gemeente Sint-Gillis. Het Vintage Hotel is een prettig hotel, met vriendelijk personeel, er is een parkeergarage in de straat, vlakbij zijn restaurants en terrassen en de Grote Markt is op loopafstand. Ideaal dus.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat uit twaalf gemeenten. Op de website van Brussel staat een gemeente als volgt omschreven: "De gemeente, die een 'huis voor alle burgers' is, beheert alles wat te maken heeft met het dagelijkse leven van de Brusselaars en het gemeentelijk grondgebied. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest spelen de 19 gemeenten een essentiële rol op het gebied van stedelijk bestuur."

Kamer in Vintage Hotel
Klimmen
Uit de bibliotheek in Rotterdam heb ik twee reisgidsjes over Brussel meegenomen, die van Michelin en ‘100% Brussel’. Tijdens de twee dagen dat we er verblijven hebben we genoeg aan het laatste gidsje. Het prettige van de 100%-boekjes is dat ze zijn opgedeeld in wandelingen van ongeveer een uur. En een wandeling is de beste manier om een stad te leren kennen. Nadat we hebben ingecheckt, gaan we met het gidsje in de hand op pad om onze eigen wijk – Sint-Gillis dus – te ontdekken.
Sint-Gillis heeft ongeveer net zoveel inwoners (rond de 50.000) als het Rotterdamse gebied waar wij wonen, Kralingen-Crooswijk, maar is veel kleiner. Waar Kralingen-Crooswijk bijna 13 km2 is (inclusief plas en bos) is Sint-Gillis slechts 2,52 km2. Nog een groot verschil: in Sint-Gillis moet je klimmen.

Park van Vorst
Art Nouveau
Het is een mooie wandeling door straten met veel art nouveau huizen. We lunchen bij Brasserie l’Union, genoemd naar de voetbalclub Union Saint-Giloise, een beroemde brasserie volgens ons gidsje. Het is er druk, veel jonge mensen die er een salade of een bordje spaghetti bolognaise eten.
Dan gaat de weg omhoog, door parkjes, langs het reusachtige gemeentehuis, naar het Park van Vorst, waar we zien hoe hoog we al zitten. Aan de Duopétiauxlaan komen we de gevangenis van Sint-Gillis tegen die met zijn kantelen op een middeleeuws kasteel lijkt. Even verderop is het Huis Hannon, een art nouveaux huis dat je dagelijks kunt bezoeken volgens onze gids. Maar nu niet, want het wordt gerestaureerd, en dat is nodig ook.

Hoekhuis links: Huis Hannon
Kringloopwinkel
Voor het Hortamuseum aan de Amerikastraat staat een groepje mensen te wachten. Hier was het woonhuis en atelier van Victor Horta, de bekende art nouveau architect. We bewaren het museum voor een volgend bezoek. Eerder in de straat hebben we wel een kijkje genomen in de grootste kringloopwinkel van de stad. Het is er druk.

Kringloopwinkel
Minzaam
Via de kerk van Sint-Gillis en Huis Tassel wandelen we naar de Louizalaan, bekend om zijn dure winkels. Huis Tassel is ontworpen door Horta, het wordt beschouwd als het eerste art nouveau huis ter wereld. Het staat te huur.
Vanaf de Louizalaan zijn we zo bij het Palais de Justice dat minzaam neerkijkt op de volkswijk De Marollen en dalen we af richting Grote Markt.

Huis Tassel

24 apr 2016

MUSEUM - De Heksenwaag in Oudewater

Gewogen en niet te licht bevonden

Oudewater ligt in de provincie Utrecht, op de plek waar de Lange Linschoten uitkomt in de Hollandsche IJssel. Het stadje is vooral bekend om zijn heksenwaag, nu het museum De Heksenwaag. 

Museum De Heksenwaag
Hekserij
Ik dacht dat alle van hekserij verdachte vrouwen die hier werden gewogen, te licht werden bevonden en op de brandstapel eindigden, maar dat valt mee. De waag was juist objectief en niemand werd hier ooit tot heks veroordeeld.
Het wegen was een van de manieren om erachter te komen of iemand een heks was. Men dacht dat heksen lichter waren dan gewone mensen. Een andere manier was iemand met vastgebonden handen en voeten te water te laten en af te wachten of hij of zij zonk of bleef drijven. Wie zonk was geen heks en werd opgetakeld en bevrijd. Wie bleef drijven moest wel een heks zijn.
In Europa zijn tussen 1450 en 1750 ongeveer 50.000 mensen gedood na beschuldiging van hekserij, tachtig procent hiervan was vrouw.

De waag
Spiegelschrift
Het kleine museum bestaat uit twee ruimtes. Beneden staat de befaamde waag uit 1482 waarop je je nog steeds kunt laten wegen. Maar eerst moeten we van de mevrouw achter de kassa naar boven om de informatiefilm te bekijken. Via een krakende houten trap komen we op de zolder terecht die voor een groot deel in beslag wordt genomen door banken voor het publiek dat de film wil zien. Aan de wanden hangt informatie over de heksenvervolgingen. Ik struikel bijna over een meisje in roze T-shirt dat met een spiegel in haar hand over de vloer kruipt, op zoek naar verstopte vragen in spiegelschrift.

Heksentest
Mooie gevels
Op de website www.route.nl heb ik de plattegrond uitgeprint van het Waterlinieommetje Oudewater, maar de print is onbruikbaar omdat de lijn van de route de straatnamen onleesbaar maakt. Gelukkig is Oudewater klein en heb je weinig kans om te verdwalen. Op deze koude zondag in april is het rustig op straat. We wandelen langs mooie gevels, langs het stadhuis, over bruggetjes en langs kerken. Arminius, de oprichter van de Remonstrantse kerk, werd geboren in Oudewater, evenals de schrijver Herman de Man (“Het wassende water”).
Er is hier nog een museum, het touwmuseum De Baanschuur, maar dat laten we links liggen.


Museum De Heksenwaag is te bezoeken van dinsdag t/m zondag, van 11.00 tot 17.00 uur. De entreeprijs is € 5,25 voor volwassenen. Kinderen tot 4 jaar gratis, van 4-12 jaar € 2,75. De Museumjaarkaart is nu nog niet geldig, maar wel vanaf augustus 2016.

De mooiste route vanaf Rotterdam naar Oudewater gaat over de N228, via Gouda en Haastrecht. Je rijdt door de Krimpenerwaard, over een dijk waar oude boerderijen zich tegenaan schurken.

31 mrt 2016

Twee vakantiehuisjes op Ameland en de Eerste Wereldoorlog

Het zijn twee houten huisjes op een duin aan de Strandweg bij Nes. Het linker huisje is donker geschilderd en heet Actief. Het staat te koop. Het rechter huisje is wit geschilderd. Er staat geen naam op, maar ik herinner me dat het vroeger Repos heette.
Wat hebben deze twee vakantiehuisjes op Ameland te maken met de Eerste Wereldoorlog?

Actief en Repos
Het Engelse Kamp
In 1918 werd in Leeuwarden aan de Harlingerstraatweg een barakkencomplex gebouwd voor krijgsgevangenen uit voornamelijk Engeland, Canada en Australië. Tussen mei en eind 1918 waren er ongeveer 2.000 soldaten gehuisvest die er, op weg van Duitsland naar Engeland, aan konden sterken. Het complex werd het Engelse Kamp genoemd.
In januari 1919 verlieten de laatste soldaten Friesland. De barakken gaven in 1926 onderdak aan gezinnen waarover de Practische Hulp zich had ontfermd. Toen deze gezinnen elders terecht konden, werden de barakken te koop aangeboden. Enkele barakken werden gekocht door mensen die ze naar Ameland lieten vervoeren en er vakantiehuisjes van maakten. Van die huisjes is alleen Actief en Repos overgebleven.
In Leeuwarden herinnert de Engelsestraat nog aan het Engelse Kamp.
Meer informatie over het Engelse Kamp in Leeuwarden vindt u hier.

Het Engelse Kamp

9 jan 2016

Geboortehuis van Dracula?

Transsylvanië, dat klinkt spannend. Dat klinkt naar duistere bossen, gehuil van weerwolven, kastelen met hoge torens waar vleermuizen omheen fladderen. Wanneer we deze zomer verwachtingsvol Roemenië binnenrijden, blijkt de werkelijkheid heel anders. Transsylvanië is vriendelijk boerenland, met slecht onderhouden wegen – let vooral goed op bij spoorwegovergangen! – en dorpen met roze, groen of blauw gestucte huizen met moestuinen rondom.

Vriendelijk boerenland
Toch voelt het bijzonder als ik voor het eerst geld opneem bij de Banca Transilvania. En als we in Sighisoara een bord tegenkomen dat ons uitnodigt het geboortehuis van Dracula te bezoeken, kunnen we het niet laten. 

Geboortehuis van Dracula?
Onheilspellende muziek
We lopen het okerkleurige hoekpand binnen en komen terecht in een restaurant. Aan een kelner betalen we de toegangsprijs, hij drukt op een knop en wijst ons dat we een smalle trap naar boven moeten nemen. Boven is het donker. Er klinkt onheilspellende muziek. Ik zie nog net hoe een man in een zwarte cape snel in een doodskist klimt. Als we de duistere kamer inlopen, komt hij overeind en roept zachtjes ‘Oeoeoeoeh’. Hij moet ons aan het schrikken maken, maar vooral niet teveel. 
Kamer twee is ook verduisterd, rode lampen zorgen voor flakkerend licht. Aan de muur hangt een schilderij van naakte mannen op spiezen. Vlad de Spietser, dat was de bijnaam van Vlad III die in de vijftiende eeuw ten strijde trok tegen de Ottomanen en er nogal wrede methoden op nahield. Voor de Roemenen is deze Vlad een verzetsheld. Het Draculaverhaal kwam in 1897 de wereld in toen de Ierse schrijver Bram Stoker (1847-1912) zijn vampierenverhaal publiceerde.

Gespiesde mannen
Vlad III
Vlad III, vorst van Walachije, leefde van 1431 tot 1467. Hij vocht tegen de Turken onder de Orde van de Draak. Daar komt de naam Dracula vandaan, want het Roemeense woord dracul betekent draak of duivel. Bram Stoker liet zich niet inspireren door Vlad, maar door een oud vampierverhaal. 'Dracula' speelt zich weliswaar af in Transsylvanië, maar verder heeft Vlad III helemaal niets te maken met de fictieve Dracula. Voor de Roemenen schijnt het dan ook nogal een schok te zijn geweest toen ze na de val van het IJzeren Gordijn ontdekten dat hun nationale held in de ogen van het Westen een vampier was. Maar ze hebben zich snel hersteld en buiten het beroemde verhaal nu ten volle uit. Zo werd het geboortehuis van Vlad III moeiteloos omgedoopt tot geboortehuis van Dracula.

Vlad III


1 jan 2016

FAMILIEKRONIEK - Een patatje in Minnertsga

Dit verhaal verscheen eerder op de blog van Geschiedenislab.

Mijn overgrootmoeder Aaltje Schotanus is in 1862 geboren in Minnertsga, een dorpje in het noorden van Friesland. Haar vader Johannes Schotanus was kleermaker. In mijn familie gaat het verhaal dat de familie Schotanus mijn overgrootvader Enne Nieuwenhuis, die visser was, te min vond. Zou dat echt zo zijn? Via via heb ik gehoord dat kleermakerij Schotanus heeft plaatsgemaakt voor een snackbar. In december 2011 ben ik in Friesland en besluit een patatje te eten in Minnertsga.

Supermarkt
Aan het eind van de middag rijd ik voorzichtig – wat is het hier donker - over smalle wegen via Berlikum en Wier naar Minnertsga. Mijn auto parkeer ik bij de hervormde kerk en ik wandel het dorp in. Op de een of andere manier stelde ik me voor dat Minnertsga een hoofdstraat zou hebben met naast elkaar zaken als een kapper, een bakker, een kruidenier, een snackbar. Maar zo zitten kleine Friese dorpen niet in elkaar. De plaatselijke middenstand ligt er verspreid. Ik kom een warme bakker tegen en zie verderop aan de doorgaande weg een café. In een zijstraat vind ik een slijterij en ernaast een weg die naar supermarkt Wiersma leidt.
‘Is hier ergens een snackbar?’ vraag ik de cassière van de supermarkt.
‘Ja hoor,’ zegt ze, ‘In de hoofdstraat is er een, en anders heeft het café ook wel snacks.’

Snackbar 't Centrum.
Jugendstil tegelvloer
Ik loop terug naar de doorgaande weg en stuit op café-snackbar ’t Centrum die ik net voorbij was gelopen. Het is een groot pand, met een wit gepleisterde voorgevel en een prachtige jugendstil deur. Ik probeer naar binnen te gluren, maar er brandt geen licht. Net als ik een foto wil maken trekt de eigenaar de rolgordijnen omhoog. Hij opent de deur voor me.
Ik vraag hem of hier vroeger een kleermaker woonde. Wietse, zoals de snackbareigenaar heet, vertelt me dat hij het pand in 1982 heeft gekocht van kleermaker Klaas Schotanus. ‘Hier was de toonbank en daarachter de paskamers,’ wijst hij.
Ik bestel een patatje en een frikandel speciaal en maak foto’s van de prachtige jugendstil tegelvloer. De originele vloer, verzekert Wietse me. Hij vertelt me ook dat de tweede verdieping er in 1904 op is gebouwd.
Terwijl ik mijn patatje eet, mijmer ik over mijn overgrootmoeder Aaltje. Is dit het huis waar ze is geboren? Het ziet er chique uit, in mijn fantasie stijgt de familie Schotanus een paar stappen op de sociale ladder.

De tegelvloer van de snackbar.
Als ik me later op de website Alle Friezen verdiep in de familie Schotanus uit Minnertsga, zie ik dat Aaltje dienstmeid is als ze in 1885 met Enne trouwt en dat haar moeder Gatske, die jong weduwe is geworden, op een gegeven moment arbeidster is. Was de sociale kloof tussen de familie Schotanus en de familie Nieuwenhuis wel zo groot als de familieverhalen ons doen geloven? 

Het huis zoals het er vroeger uitzag. Het haventje bestaat niet meer.