19 jun 2014

FIETSDAGBOEK – Naar de bunkers bij Hoek van Holland

De fiets is mijn favoriete vervoermiddel. In de rubriek Fietsdagboek verslagen van mijn tochten langs Zuid-Hollands erfgoed.

Voor het Erfgoedhuis Zuid-Holland ben ik momenteel bezig met een lesbrief over de Atlantikwall. De Atlantikwall is een van de erfgoedlijnen in Zuid-Holland. Het Erfgoedhuis heeft daarom een folder uitgebracht met informatie over al het Atlantikwall erfgoed in de provincie en een boekje met een fietstocht langs de bunkers rondom Hoek van Holland. Die wil ik fietsen!
Wil je alles weten over de Atlantikwall in Zuid-Holland? Klik dan hier.

Bunker Hoek van Holland
Oranjesluis
Op 31 mei 2014 stap ik met mijn fiets op de metro op de Voorschoterlaan. Ik heb geen zin in een fietstocht door de bebouwde kom, ik laat me liever vervoeren tot Schiedam-Centraal. Omdat ik ben vergeten een kaart mee te nemen, ben ik afhankelijk van wat de ANW-fietsbordjes me vertellen. Eerst Vlaardingen en dan Maassluis. Tot mijn schrik zit ik ineens op een weg naast de A20, de Broekpolderweg. Geen pretje, vooral niet bij tegenwind. Gelukkig stuit ik op pannenkoekenboerderij ’t Sonnetje, waar de appeltaart prima smaakt. Dan maar dwars door Maassluis dat vrolijk versierd is vanwege het 400-jarige bestaan. Onderlangs de Maasdijk fiets ik richting ‘s-Gravenzande. De eerste bunker tref ik aan bij de Oranjesluis. Hier was één van de toegangen tot de Festung Hoek van Holland.

Bunker bij de Oranjesluis
Verstopt onder heuvels
De bunkers van ’s-Gravenzande zijn een verhaal apart. In het Oranjepark zijn de bunkers verstopt onder de aarde. Het zijn heuvels met struikgewas waar kinderen verstoppertje spelen. Volgens mijn boekje is er ook een bunker aan de Leeuweriklaan. Ik fiets er langzaam rond, neem nog even een kijkje in een parkje, maar zie geen bunker. Pas als ik de straat uitfiets, zie ik ineens waar hij moet zijn. Verstopt in een heuvel met struikgewas die tegen een appartementencomplex aan ligt. Hetzelfde in de Boerenlaan. Ik fiets de straat in, rijd een blokje om, maar zie geen bunker. Tot ik de straat uitfiets en ineens tegen een huis een heuvel met struikgewas zie. Dit moet de plek zijn waar de huiseigenaar ‘zijn’ bunker heeft ingericht met een sauna en een filmzaaltje.
Bij het Arendsduin is het duidelijk, de hooggelegen villa’s zijn niet gebouwd op duinen, maar op bunkers.

Villa op bunker in 's-Gravenzande
Torpedoloods
Daar de duinen fiets ik naar Hoek van Holland. De Zeetoren, het Atlantikwallmuseum, Fort 1881, die plekken ken ik al, maar nog niet de Torpedoloods, die in 1886 werd gebouwd voor de opslag van torpedo’s en zeemijnen en die in de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt voor de opslag van munitie.

Torpedoloods
Het Hoge Licht
Dan heb ik genoeg bunkers gezien en besluit langs de Nieuwe Waterweg terug te fietsen naar Rotterdam. Ik breng een groet aan het Hoge Licht, de grote broer van het Lage Licht, het vuurtorentje dat in Rotterdam bij de Leuvehaven staat en waarin we ieder jaar tijdens de Museumnacht een voorstelling spelen. Vroeger stond het Lage Licht ook in Hoek van Holland. Als zeelui vanaf de
Noordzee de Nieuwe Waterweg op wilden varen en ze zagen dat de lichtbundels van het Hoge Licht en het Lage Licht op één lijn zaten, dan wisten ze dat ze de juiste koers hadden.

Het Hoge Licht
In Vlaardingen heb ik er genoeg van en stap met mijn fiets op de trein naar Rotterdam. Ik heb ongeveer 50 km gefietst.


15 jun 2014

FIETSDAGBOEK – Naar Kinderdijk

De fiets is mijn favoriete vervoermiddel. In de rubriek Fietsdagboek verslagen van mijn tochten langs Zuid-Hollands erfgoed.

Op 15 juni 2014 stap ik in Kralingen op en fiets de Oudedijk op in oostelijke richting. De Oudedijk gaat al snel over in de ’s-Gravenweg, die weg die bedoeld wordt in de uitdrukking ‘Zo oud als de weg naar Kralingen’. De ANWB-fietsbordjes die me de richting wijzen naar Krimpen aan de IJssel leiden me door de buitenwijken van Capelle aan de IJssel. Ik heb er spijt van dat ik niet meteen naar de Maas ben gefietst, maar als ik de Algerabrug zie, is alles goed. Naast de brug staat een bord dat trots vermeldt dat dit het eerste werk van de Deltawerken is. De schuiven van de brug, die in 1958 werd geopend, gaan naar beneden bij extreem hoog water. In 1953 brak de dijk even verderop bij Nieuwerkerk aan den IJssel bijna door. Lees hier het verhaal over deze geschiedenis.

Waterkering Algerabrug
Ik fiets door Krimpen aan den IJssel, langs kerkgangers die naar huis lopen. Ook hier zitten we in de biblebelt. En ineens ben ik buiten de bebouwde kom en fiets over een landelijk weggetje. Het is de Tiendweg, een oude weg, gezien het ontginningspatroon van het land aan weerszijden. De Krimpenerwaard is duizend jaar geleden ontgonnen en het landschap hier bestaat uit lange rechte stroken land, omgeven door sloten.
De schapen zijn geschoren, het gras van sommige weilanden gemaaid. In ongemaaide weilanden liggen bruine koeien te doezelen. Rechts zie ik de dijk van de Lek en weer heb ik spijt dat ik de rivier niet eerder heb opgezocht. Zodra ik in Krimpen aan de Lek ben sla ik rechtsaf, de Schoolstraat in. Op de dijk zie ik meteen al het pontje dat me naar Kinderdijk zal brengen. De overtocht kost 75 cent en duurt nog geen vijf minuten. Wil je meer weten over de geschiedenis van Krimpen aan de Lek, klik dan hier.

Pontje naar Kinderdijk
Aan de overkant fiets ik over de Veerdam, met links een rij kleine huizen en rechts een rij zwaar geurende lindebomen.
Nog geen uur onderweg en ik ben er, bij het beroemde werelderfgoed: de negentien molens van Kinderdijk. Tot mijn verrassing kan ik dwars door dit unieke gebied fietsen, over de Molenkade Nederwaard loopt naast het voetpad een fietspad. Niet iedere toerist kent het verschil tussen een fietspad en een voetpad, maar ik manoeuvreer handig tussen de Japanners door. Mooi zijn ze, de molens, vooral als de wieken draaien door de stevige bries. Wil je meer weten over de molens van Kinderdijk, klik dan hier.

De molens van Kinderdijk
Via de Middelweg, een smalle weg met schilderachtige bomen, fiets ik naar Nieuw-Lekkerland. Ik wil met het pontje naar Lekkerkerk, maar het vaart niet op zondag. Dat is jammer, want aan de overkant zie ik de huizen van Lekkerkerk fier op de kade staan en de kerk ziet er zo vriendelijk uit. Maar er zit niets anders op, ik moet via de Lekdijk terug naar Kinderdijk en dan weer het pontje naar Krimpen aan de Lek nemen.
Omdat het stevig waait, neem ik daar toch maar weer de Tiendweg. In Krimpen aan de IJssel stuit ik opnieuw op kerkgangers die worden gelokt door de dwingende kerkklok van de gereformeerde kerk.

De Middenweg
Aan de andere kant van de Hollandsche IJssel sla ik meteen linksaf en fiets over de IJsseldijk langs
Kralingseveer en dan de Schaardijk op die me onder de Van Brienenoordbrug door leidt. Zo fiets ik langs de Maas, over de Schaardijk die overgaat in de Nesserdijk die weer overgaat in de Honingerdijk. Al deze dijken horen bij Schielands Hoge Zeedijk, in de dertiende eeuw aangelegd in opdracht van Aleid van Holland. Van Schiedam tot Gouda beschermt de dijk drie miljoen mensen tegen hoog water in de Maas en de Hollandsche IJssel.

Vrachtschip Desperado
Als ik op een bankje op de Nesserdijk kijk naar de overkant waar ik het Feyenoordstadion zie en de spitse torens van de Essalam moskee, vaart een vrachtschip voorbij met de naam Desperado. Houdt de schipper van de Eagles of zegt de naam iets over het hedendaagse schippersbestaan? Ik fiets maar weer verder, over de Honingerdijk, langs de mooie watertoren van De Esch, een van de oudste en grootste van het land. Via de Essenlaan en de Vijverlaan kom ik terug bij de Oudedijk.

Watertoren van De Esch
Deze fietstocht was ongeveer 40 km.

26 feb 2014

Vacantievreugd


In 1962 gingen we voor het eerst als gezin kamperen. Mijn ouders hadden samen al ervaringen opgedaan tijdens fietsvakanties, maar voor deze gelegenheid hadden ze een tent gehuurd op een kampeerterrein in Ommen. De gehuurde tent bleek een soort legertent te zijn met als interieur een paar stapelbedden, een houten tafel, een stuk of wat houten stoelen en enkele opklapbare strandstoelen.
“In âld soadsje,” heeft mijn vader bij een van de vakantiefoto’s geschreven.
Gezinsvakantie is eigenlijk niet het juiste woord, het is een familievakantie, want ook mijn pake en beppe en mijn tante, de jongere zus van mijn moeder, kampeerden mee. Een van de foto’s heeft als onderschrift Zeesser Es, een andere het Hertekamp.

Krishnamurti
Na enig speurwerk vind ik het verhaal van camping Vacantievreugd in Ommen. Op de website van de camping wordt een belangrijk deel van de historie uit de doeken gedaan. Tussen 1924 en 1939 werden hier de Sterkampen van de Krishnamurti beweging gehouden. Citaat van de website: ‘De jaarlijkse Sterkampen, welke werden georganiseerd, trokken veel deelnemers. Op het hoogtepunt, in 1929, waren er ruim 3000 deelnemers uit meer dan 50 landen, vaak per special trein naar Ommen gekomen. Daarnaast telde het kamp zo'n 60 vaste medewerkers. Ook werden bestaande gebouwen door de gehele gemeente Ommen verspreid, betrokken in dit grote plan.’
De vijf jaar daarna wordt in een zin samengevat: ‘Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit en verdreef het Strafkamp Ommen deze vreedzame wereld.’

Kamp Erika
Op de website www.go2war2.nl is in detail te lezen wat er tijdens de oorlog is gebeurd in deze idyllische omgeving. De Duitsers richtten er Kamp Erika op, een kamp dat vanaf 1942 bestemd was voor veroordeelden van de Nederlandse justitie. Toen bleek dat in het kamp uitzonderlijke wreedheden werden begaan tegen de gevangenen, werden de gevangenen overgeplaatst. Het kamp werd toen bestemd voor asocialen en weigeraars van de Arbeitseinsatz. Herbertus Bikker, bijgenaamd ‘de beul van Ommen’ was een van de leden van het Kontroll Kommando. Na de bevrijding op 11 april 1945 werd Strafkamp Erika bewaringskamp Erica. Deze functie hield het tot eind 1946. Het terrein werd weer teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaar Baron van Pallandt, die het in 1948 schonk aan de stichting Eerde die het op haar beurt doorverkocht aan de stichting Besthemerberg die de grond in erfpacht gaf aan de stichting Vacantievreugd.

Op deze historische grond dus hielden wij in 1962 vakantie. Rest de vraag waar die legertenten vandaan kwamen. 

12 feb 2013

Talbot House


Juni 2010 - In de Eerste Wereldoorlog is er hevig gevochten in de heuvels rondom Ieper. In Poperinge, een stadje in de relatief rustige zone ten westen van Ieper, konden de Britse soldaten bijkomen van de verschrikkingen aan het front. Ze vergeleken de kleine provincieplaats graag met Parijs, frequenteerden de cafe’s en kochten snuisterijen voor hun liefjes thuis.

Twee aalmoezeniers begonnen in Poperinge een club voor de soldaten, Talbot House. Hier deden rangen en standen er niet toe. Everyman’s Club’ stond op het uithangbord. Bezoekers konden er boeken lenen – tegen inlevering van hun pet, muziek maken of a good cup of tea drinken.
Talbot House bestaat nog steeds. Het wordt gerund door vrijwilligers uit Groot-Brittanie en je kunt er voor een schappelijke prijs overnachten.

Als we aanbellen bij het grote witte pand in de Gasthuisstraat worden we vriendelijk ontvangen door een Schot op leeftijd. We checken in en mogen naar onze kamer op de first floor. Maar als we de trap zijn opgelopen, kijken we verward om ons heen. Dit lijkt meer op een museum dan op een gastenverblijf. Links zien we de kamer waar soldaten en officieren gezamenlijk thee dronken, rechts staat de kast waar ze boeken leenden. Wel zijn er vier kamers met bedden, maar je gaat toch niet slapen in een museum? Toch is een van die kamers – the Dunkirk room – onze kamer. We gaan wel slapen in een museum.
Aan het eind van de middag zitten we in de prachtige diepe tuin achter Talbot House. Op verschillende plekken staan bankjes. Pioenrozen, lavendel, lelies en rode papaver bloeien, in de grote rode beuk koeren duiven. Je hoopt dat de soldaten hier het front echt even konden vergeten.
‘s Nachts vinden we het helemaal niet erg dat we onze kamer moeten verlaten voor een bezoekje aan de wc. Het museum is van ons! Wel houden we de volgende ochtend de deur goed gesloten. Het is niet de bedoeling dat vroege museumbezoekers ons in ons nachthemd zien.

Talbot House heeft een grote keuken waar gasten gratis gebruik van kunnen maken. Reisgenoot J. haalt ‘s ochtends broodjes, kaas en jus d’orange bij de Spar verderop in de straat en we zetten water op voor thee. Op een zonnige ochtend in juni ontbijten in de tuin van Talbot House is een bijzondere ervaring.
Dan moeten we de zolder van het pand nog bekijken. Daar is een kleine kapel ingericht die er nog precies zo uitziet als bijna honderd jaar geleden. Hier konden de soldaten een dienst bijwonen of zich terugtrekken om te bidden voor een behouden thuiskomst.
Ook lopen we door de tuin naar de tentoonstellingsruimte die een wel zeer impressionistisch beeld geeft van de Eerste Wereldoorlog. ‘In het In Flanders Fields Museum in Ieper kom je alles te weten over de oorlog,’ belooft J.
Als we de grote deur van Talbot House achter ons dicht trekken, weten we dat we terug zullen komen.
Meer informatie op de website van Talbot House.


11 feb 2013

Dagelijks herdenken


Juni 2010 - Als we op zaterdagavond om kwart voor acht bij de Menenpoort aankomen is het er al druk. Ongeveer tweehonderd mensen, voornamelijk Britten, hebben zich aan weerszijden van de straat onder de gewelven van de poort opgesteld. De Menenpoort maakt deel uit van de stadswallen van Ieper. Met zijn lengte van meer dan veertig meter en hoogte van 25 meter waan je je in een kerk. In de muren staan de namen van meer dan vijftigduizend Britse mannen die bijna honderd jaar geleden in deze regio zijn omgekomen en wiens lichamen nooit zijn teruggevonden. Halverwege beide muren zit een opening die toegang geeft tot trappen die de stadswallen op leiden.
Naast de zuidelijke opening staan mannen met baretten schuin op hun hoofd, een rij medailles op hun revers. Naast de noordelijke staan zeven mannen die kleurige vaandels vasthouden. ‘The Kings Regiment 1685-2006‘ staat op een ervan. Halverwege de trappen liggen bloemenkransen gemaakt van plastic poppies. De klaprozen zijn, dankzij het gedicht ‘In Flander Fields’ van John McCrae, het symbool geworden van de Eerste Wereldoorlog.

‘In Flanders fields the poppies blow. Between the crosses, row by row.’ 

Om vijf voor acht sluiten agenten de straat af. Vier mannen met bugels stellen zich op onder de poort, naast hen een doedelzakspeler in vol ornaat. Om precies acht uur spelen de blazers ‘The Last Post’ in de richting van het centrum van hun stad die totaal werd verwoest in het eerste jaar van de oorlog. De akoestiek van het gewelf is prachtig. Als de laatste klanken zijn weggestorven, stapt een man uit het publiek naar voren en declameert met luide stem de bekendste regels uit het gedicht ‘For the fallen‘ van Laurence Binyon:
‘They shall not grow old, as we grow old; age shall not weary them, nor years condemn. At the going down of the sun and in the morning.'  


Na zijn woorden is er een minuut stilte, dan is de doedelzakspeler aan de beurt. Tegelijkertijd zet zich een stoet mannen in beweging om nieuwe kransen van poppies te leggen op de noordelijke trap. Ter afsluiting laten de blazers het ‘Reveille’ horen.Sinds 1929 speelt dit ritueel zich iedere dag af in Ieper. Iedere avond weer worden onder de Menenpoort om klokslag acht uur de Britse doden van de Great War herdacht.
De poort was meteen na de bouw (1927) omstreden. Hij heeft de vorm van een triomfboog en de Britse dichter Siegfried Sassoon die aan het front bij Ieper had gevochten, vond dit volkomen ongepast. Goed, de Menenpoort is misschien te groot, maar de duizenden namen op de muren maken veel indruk. Het ritueel van de Last Post is sober en wat mij betreft is het zeer gepast dat hier avond aan avond even gedacht wordt aan de doden van deze onvoorstelbare oorlog.

10 feb 2013

Lippenhuizen


In 1958 krijgt mijn vader een vaste aanstelling als onderwijzer in Hemrik en we verhuizen naar Lippenhuizen, een dorp dat op dat moment uit twee straten bestaat. De Buorren is de doorgaande weg van Gorredijk naar Hemrik. Dwars daarop staat de Buosterwyk, die doodloopt op de gelijknamige vaart. De Buosterwyk komt uit in de Opsterlandsche Compagnonsvaart, in de vorige eeuw een belangrijke vaarweg voor turfschepen. Op de Buosterwyk leer ik schaatsen.

Ingrijpend
In de tien jaar dat wij in Lippenhuizen wonen, verandert het dorp ingrijpend. Tegenover ons huis wordt een lagere school gebouwd. De oude school, aan de Buorren, wordt een gymlokaal. Er komen twee straten bij die van het eind van de Buosterwyk met een bocht weer naar de Buorren lopen, de een linksom, de ander rechtsom. Hier worden natuurlijk huizen gebouwd. Als ik naar de kleuterschool ga zijn die straten er nog niet. ’s Zomers loop ik door de weilanden achter ons huis naar de kleuterschool, ’s winters loop ik door het dorp. Bij de Centra – Wobbe zeggen wij, want de winkel is van Wobbe – naar rechts en verderop weer naar rechts.

Knikkers
In de jaren zestig heeft het dorp nog veel kleine winkeltjes. Naast de Centra is er nog een kruidenierszaak, op de Buorren is een bakker, een slager, melkboer Blaauw, de manufacturenwinkel van Nane Mulder en een winkeltje waar je huishoudelijke artikelen en speelgoed kunt kopen, Oosterbos. Ik koop er mijn knikkers en kijk altijd verlangend naar het dejeuneetje in de etalage. Zo’n bordje met bijpassende kop en schotel zou ik ook graag willen. Tegenover de Centra, op de andere hoek van de Buorren en de Buosterwyk, staat nog steeds een cafe. Hier zat vroeger een luik in de muur waar we ijsjes voor een dubbeltje kochten, waterijsjes waar je de kleur zo uit kon zuigen.

FAMILIEKRONIEK - Woonhuis Saakje Braaksma


Januari 2011 - Omdat ik vorig weekend toch in Leeuwarden was, maakte ik een tocht door de omgeving om research te doen voor mijn familiekroniek. Waar bijvoorbeeld stond het huis waar mijn beppe Saakje Hilverda-Braaksma tot in de jaren zestig woonde met haar moeder Trijntje en haar broer Aebe?
Het moet aan de Harlingerstraatweg liggen, tussen Dronrijp en Zweins, aan de rechterkant van de weg. Is het het huisje tegenover die boerderij? Het ligt zoveel lager dan de weg dat het maar deels zichtbaar is.
Ik maak een paar foto’s, maar twijfel. Ik herken het puntdak links niet, en als ik dichterbij kom, zie ik ook dat er geen echte sloot voor het huisje is zoals in mijn herinnering.
Voor het raam staat een vrouw naar me te kijken. Ik daal een trapje af naar de deur en wacht tot ze opendoet. Ze vertelt me, met een Oost-Europees accent, dat haar vriend er nu dertig jaar woont. Dat kan kloppen, want Aebe – die er als laatste woonde – is rond 1980 overleden.
Het is het juiste huisje, hoor ik later van mijn achterachterneef Jouke die is opgegroeid in Dronrijp. Het gebouwtje met puntdak zal er later zijn bijgebouwd. Ook is de kans groot dat de dakkapel nog niet zo oud is.
Maar afgezien daarvan, hier heeft Saakje Braaksma vanaf haar vroege jeugd gewoond.