6 mrt. 2019

Troelstra-oord, vakantieverblijf voor arbeiders


‘We hebben het met dubbeltjes bij elkaar gespaard,’ vertelde mijn beppe wel eens over Troelstra-oord. Ik stelde me een wit gebouw voor, omringd door bossen.
Toen we afgelopen herfstvakantie een tocht door Nederland maakten en overnachting zochten op de Veluwe, herinnerde ik me dat Troelstra-oord nu een hotel was en ging op zoek op internet. En inderdaad: wat vroeger een vakantieverblijf voor arbeiders was is nu Fletcher Hotel Beekbergen Apeldoorn.
Het hotel blijkt vlakbij de snelweg te liggen, maar als je het terrein oprijdt, voel je je meteen midden in het Veluwse bos. Het hoofdgebouw van Troelstra-oord brandde af in de jaren vijftig en is vervangen door een saai gebouw, maar de zijvleugels zijn nog hoe ze oorspronkelijk waren.
Fletcher Hotel Beekbergen Apeldoorn
Opening
Een aantal jaar geleden kreeg ik van iemand het schitterende boek ‘Troelstra-oord’. Op een van de eerste pagina’s staat: “Opgedragen aan allen, die hebben medegewerkt aan het tot stand komen van de stichting Troelstra-oord. Mogen de leden der moderne arbeidersbeweging hun vacantie- en studie-oord waardeeren, er gebruik van maken en het uitbouwen, tot heil van de gansche arbeidersklasse.” In het boek foto’s van de bouw van het oord, van de openingsdag  op 19 oktober 1926 en foto’s van de glas-in-loodramen. In 1926 is mijn pake 26 jaar.

De opening van Troelstra-oord in oktober 1926
Geschenken
Achterin het boek staat een opsomming van de geschenken voor het Troelstra-oord. Iedere bond in ons land schonk iets. Daarnaast schonken particulieren ook dingen voor de inrichting, zoals kleedjes, kussens, boeken, een plant.
Mijn pake werkte vanaf 1921 bij zuivelfabriek De Eendracht in Marssum en was lid van de Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw-Tuinbouw- en Zuivelbedrijf. Dus in het bedrag van 500 gulden dat deze bond schonk moeten de dubbeltjes van mijn grootouders zitten. Naast dit bedrag schonk deze bond ook nog de inrichting van een eenpersoonskamer.

Troelstra-oord in 1934
Gebrandschilderde ramen
In het Fletcher hotel hangen luchtfoto’s van het oude Troelstra-oord. Natuurlijk mogen we binnenkijken bij de linkerzijvleugel. We komen in een ruimte die het gevoel heeft van een kerk, mede dankzij het hoge plafond en de prachtige gebrandschilderde ramen. In de ramen zien we geen heiligen, maar gewone mensen, werkende mannen en vrouwen.
Onze kamer is in het nieuwe gebouw. Het gebouw, en ook de kamer, is wat sleets. Maar het uitzicht ’s ochtends op het herfstige bos maakt veel goed.

Gebrandschilderde ramen
Troelstraschool
Ik hoop dat mijn pake en beppe enkele nachten hebben mogen doorbrengen in het mooie gebouw dat Troelstra-oord ooit was en heerlijke boswandelingen hebben gemaakt. Overigens was Troelstra-oord niet alleen een vakantieverblijf, het werd ook gebruikt voor kaderscholingen. Theo Thijssen, schrijver, onderwijsexpert en vakbondsman, leidde de Troelstraschool.

8 jan. 2019

Polly Maggoo, obscuur kroegje in Parijs

Tijdens mij verblijf als au-pair in Parijs (1978/1979) had ik een stamkroeg: Polly Maggoo, 11 Rue St-Jacques. Ik kwam er met vriendinnen die ook au-pair waren en met medestudenten, vooral Amerikanen, die net als ik een cursus Frans voor buitenlanders volgden aan de Sorbonne. Polly was een obscuur cafeetje, waar het bier overdag slechts drie franc zestig kostte, veel goedkoper dan in andere café's in het centrum. En er werd goede muziek gedraaid, Patti Smith, de Rolling Stones en iedere avond de elpee 'Street-Legal' van Bob Dylan.

Oud affiche op de muur van het huidige Polly Maggoo
Mei '68
De stoelen, banken en tafelbladen kwamen uit oude metrorijtuigen. Aan de donkere muren hingen affiches van de film 'Qui êtes-vous Polly Maggoo', van Cassius Clay en affiches met portretten van ongure types.
Wat we vooral leuk vonden: je had er snel contact met andere bezoekers. Of beter gezegd: met mannen. Zo ontmoetten we er een Duitser, Norbert, die beweerde dat hij de enige buitenlander was die tijdens de rellen van mei ’68 in Parijs was opgepakt. Hij had drie dagen in de gevangenis gezeten.
Overdag zaten voor het raam altijd mannen te schaken, met een klok naast zich op tafel. Eén van hen was de Joegoslaaf Tomislav op wie enkele van mijn au-pair vriendinnen verliefd waren.

Polly Maggoo in 1982
'Qui êtes-vous Polly Maggoo'
Het is een prachtig affiche, maar de film 'Qui êtes-vous Polly Maggoo' heb ik nooit gezien. Het is een Franse speelfilm uit 1966, geregisseerd door William Klein. De mysterieuze vrouw op het affiche is het Iers-Amerikaanse model Dorothy McGowan. De film is een satire op de modewereld in Parijs.Op youtube zijn enkele fragmenten te vinden.

Qui etes-vous Polly Maggoo?
Het nieuwe Polly Maggoo
Het oude Polly Maggoo is allang verdwenen, op nummer 9-11 is nu hotel Henri IV gevestigd. Het nieuwe café Polly Maggoo dat op nummer 3 is te vinden (hier heet de Rue St-Jacques Rue du Petit Pont), lijkt in niets op het oude Polly. Maar wel hangen er de oude affiches en ze draaien er goede muziek. Een biertje kost er aan het eind van de middag - happy hour - € 4,50.
Heb je herinneringen aan het oude Polly Maggoo? Laat het me weten!

Polly Maggoo nu

18 jan. 2018

Midnight at the Oasis – Rick’s Café in Casablanca

‘Play it once Sam, for old times’ sake,’ dat zijn de magische woorden die Ilsa Lund (Ingrid Bergman) in de film ‘Casablanca’ uitspreekt als ze voor het eerst Rick’s Café Americain in Casablanca bezoekt. Sam, de pianist, wil eigenlijk niet, maar ze dwingt hem ‘As time goes by’ te spelen. Wanneer Rick Blain (Humphrey Bogard) de klanken hoort, verstrakt hij. Het is hún lied, het lied dat hoort bij hun korte en hevige affaire in Parijs. Een affaire waaraan een einde komt komt als de Duitsers Parijs binnenvallen. Rick vlucht naar Casablanca en begint daar een café. Ilsa verdwijnt.


Oudejaarsavond
In november ontmoeten we een bevriend stel dat toevallig rond oud en nieuw ook naar Marokko gaat. We spreken af oudejaarsavond gezamenlijk door te brengen in Casablanca.  Een paar dagen later krijg ik een appje: ‘Wij zijn op oudejaarsavond in Rick’s Café. Komen jullie ook?’ Natuurlijk! Via de website www.rickscafe.ma reserveer ik voor twee personen. Het geld voor de gala-avond moet ik overmaken naar een bedrijf dat The Usual Suspects heet. ‘The usual suspects’, nog zo’n gevleugelde uitdrukking uit de film ‘Casablanca’. Als de overboeking voor het Midnight at the Oasis Gala Dinner gelukt is, voel ik de opwinding. Yes, we gaan oud en nieuw vieren in Rick’s Café in Casablanca!


Rick’s Café
‘Casablanca’ werd gemaakt in 1942, door regisseur Michael Curtiz. Het is gebaseerd op het toneelstuk ‘Everybody comes to Rick’s’ van Murray Burnett en Joan Alison. De scènes zijn opgenomen in de filmstudio, in decor dat al was gebruikt voor andere films. De oorlog had het onmogelijk gemaakt nieuwe decors te bouwen.
In 1942 was er geen Rick’s Café in Casablanca, maar sinds 2004 is het er wel. Het lumineuze idee om het befaamde café uit de film tot leven te wekken, komt van de Amerikaanse Kathy Kriger. Ze werkte als diplomaat in Marokko, maar verliet na 9/11 de diplomatieke dienst omdat ze het niet eens was met het beleid van George Bush. Haar liefde voor Marokko besloot ze om te zetten in een café-restaurant: Rick’s Café.

Rick's Café in Casablanca
Cocktails
We arriveren om half negen bij Rick's Café, onze Rotterdamse vrienden staan al in de rij voor de deur. Een hele rij personeelsleden heet ons welkom. Ze bieden ons dadels aan, een glas bubbels, een hapje. Met mijn handen vol – ik moet mijn tickets drie keer laten controleren – worden we naar ons tafeltje geleid. In rap tempo komen er schalen met hapjes langs. Een combo speelt jazzy muziek. Boven kunnen we roulette spelen en cocktails bestellen. Hoewel Rick’s Café in de film er anders uitziet, ademt dit café wel dezelfde sfeer uit.


Confetti kanonnen
Gastvrouw Kathy Kriger ziet er prachtig uit in haar witte kaftan met oranje en rode banen. Ze kondigt ieder gerecht aan met een persoonlijk verhaaltje - zo heeft het toetje iets te maken met Hugh Heffner - en loopt langs de tafels om iedereen smakelijk eten te wensen.
Tegen twaalfen is het eindelijk zover en speelt de pianist het nummer waar we al zo lang op wachten: ‘As time goes by’. Dan telt hij af en is het middernacht en mogen we op onze toetertjes blazen en onze confetti kanonnetjes afschieten. We blijven binnen. Of er in Casablanca vuurwerk wordt afgeschoten, geen idee.
Even na één uur verlaten we Rick’s Café en laten ons door een van de rode Petit Taxi’s die het straatbeeld van Casablanca beheersen naar ons hotel brengen.

19 nov. 2017

Monument Meistaking 1943

Mijn pake, die werkte bij zuivelfabriek De Eendracht in Marssum, vertelde wel eens dat ze in de oorlog ooit de melk weg hadden laten lopen in de sloten, als protest tegen een maatregel van de Duitsers. Pas jaren later, toen hij al was overleden, raakte ik geïnteresseerd in dit verhaal en kwam erachter dat het de Molkestaking in april-mei 1943 betrof. Elders wordt het de April-mei staking genoemd, of, wanneer de protestacties iets later begonnen, de Meistaking. Iedereen kent de Februaristaking, maar de April-meistaking, die misschien even heldhaftig was, vond vooral plaats op het platteland en is relatief onbekend.
Half november van dit jaar kom ik in de Appèlbergen, niet ver van Glimmen, een aangrijpend monumentje tegen voor slachtoffers van de Meistaking.

Monument in de Appèlbergen
Molkestaking
Aanleiding voor deze staking is de aankondiging, eind april 1943, van generaal Christiansen, bevelhebber van het Duitse bezettingsleger, dat alle Nederlandse dienstplichtige militairen terug moeten in krijgsgevangenschap. De verontwaardiging is groot. In Hengelo, bij de machinefabriek van Stork, begint een staking die zich al snel uitbreidt over het hele land. Het is een plattelandsstaking, die in Friesland de annalen zal ingaan als de Molkestaking, omdat vooral de boeren geen melk meer leveren aan de zuivelfabrieken en de medewerkers van zuivelfabrieken de wel geleverde melk weg laten lopen in de sloten. De stakingen beginnen op 29 april en eindigen op 7 mei.

Standrecht
De Duitsers voeren als tegenreactie het standrecht in. Dat betekent dat men zonder vorm van proces kan worden doodgeschoten. Dat gebeurt ook. De Duitsers nemen nog meer harde maatregelen. Mannelijke studenten die weigeren een loyaliteitsverklaring te ondertekenen, moeten zich melden voor tewerkstelling in Duitsland. Vierduizend gehoorzamen, de rest duikt onder. Ook mannen die geboren zijn tussen 1920 en 1924 moeten zich melden voor de arbeidsinzet.

Richtingaanwijzer
Monument in de Appèlbergen
Als ik tijdens een fietstocht van Haren richting Zuidlaren bij paviljoen Appèlbergen koffie heb gedronken, zie ik ineens een groen uitgeslagen richtingaanwijzer die verwijst naar een monument voor de Meistaking 1943. Ik loop een eindje het bos in en kom bij een vennetje waar op een grote, bijna hartvormige steen, een aantal namen staan. Op de linker plaquette staat onder vijftien namen: 'Zij liggen in dit veenmoeras begraven, maar zijn nooit gevonden'. Op de rechter staan negentien namen en ‘Bij deze plek zijn zij in 1945 teruggevonden en elders begraven’.

Steen met plaquettes
Vermisten terugvinden
Op de website www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten lees ik het verhaal achter het monument. De Duitsers hebben in de drie noordelijke provincies zestig mensen gedood om de staking neer te slaan. Van 34 werd het lichaam meegenomen naar een onbekende plek. Deze plek was hier, bij het Grote Veen, in de Appèlbergen, een voormalig militair oefenterrein. Eind 1945 zijn er negentien slachtoffers gevonden. Er zijn diverse pogingen gedaan om alle vermisten terug te vinden, zelfs nog in 1991 hebben de Koninklijke Luchtmacht en de Technische Universiteit hier bodemonderzoek gedaan, maar niets gevonden. Ook niet in 2003, toen delen van het moeras werden drooggelegd.

Het monument is in 2004 onthuld en gemaakt door Paul Engberts, met een zwerfkei die uit het Drentse aarde is gehaald, zodat de namen van de slachtoffers uit het moeras zijn gehaald.

7 okt. 2017

Zes sterren en een doornenkrans

In 2001 schreef ik 'Wapenfeiten', een boekje over de stadswapens van een aantal Zuid-Hollandse steden. In het boekje staan ook wandelingen langs de stadswapens.

Het wapen van Gouda

Van keel, beladen met eenen pal van zilver, en vergezeld, ter wederzijde van drie zespuntige sterren van goud, staande in den zin van den pal. Het schild gedekt met eene kroon met vijf fleurons, alles van goud, en omgeven van eene doornenkrans. Voorts vastgehouden door twee klimmende Leeuwen in hunne natuurlijke verwen en onder hetzelve het oude motto: 'Per aspera ad astra'.

Vlakbij de Sint-Janskerk stond in de Middeleeuwen de burcht van het adellijke geslacht Van der Goude. De sterren die het stadswapen van Gouda sieren, zijn dan ook afkomstig van het wapen van deze familie die in de veertiende eeuw uit naam van de heersende graaf de heerlijke rechten over de stad uitoefende. Jan van der Goude (1375-1411) voerde een wapen met een horizontale balk, waarboven en onder de sterren waren geplaatst.
De stad gebruikte de sterren vanaf de veertiende eeuw op z’n stadszegels. Eerst zijn het er twee, gescheiden door een paal, in de loop van de vijftiende eeuw worden het er zes.

Het wapen van de stadspoort
Op 24 juli 1816 ontving Gouda het wapendiploma van de Hoge Raad van Adel. Op dit diploma staat het wapen beschreven zoals we het nu nog steeds kennen: rood, met in het midden een zilveren paal, aan beide kanten van de paal drie gouden sterren. Rondom het schild slingert een doornenkrans en op het schild staat een grafelijke kroon. De leeuwen die het schild vasthouden, de zogenaamde schildhouders, staan rechtop en kijken ons aan.
Bij het Goudse wapen hoort sinds 1617 een wapenspreuk: ‘Per Aspera ad Astra’. De letterlijke Nederlandse vertaling hiervan luidt: ‘door bitterheid tot de sterren’, maar vaak werd de spreuk in christelijke termen vertaald als ‘door lijden tot heerlijkheid’. Een logische gedachtengang, want de doornenkrans die het wapenschild omzoomt, is natuurlijk een bij uitstek christelijk symbool.

Gevelsteen Achter de Kerk
‘Per aspera ad astra’ is een mooie spreuk die tot veel gissingen heeft geleid over de herkomst ervan. Ten eerste is het een bijna letterlijke weergave van de sterren en de doornenkrans. Ten tweede stimuleert de spreuk de fantasie: over welk lijden of welke bitterheid wordt hier gesproken?
Ook over de doornenkrans is veel gespeculeerd. Geschiedkundigen brachten de krans bijvoorbeeld in verband met gravin Jacoba van Beieren (1401-1436) die zulke zware tijden doormaakte in Gouda. Zij zou een doornenkrans aan het wapen hebben gegeven ter nagedachtenis aan haar droeve lot. Anderen zagen de doornenkrans als het symbool van de tegenslagen die de stad zelf had doorgemaakt, zoals de grote stadsbranden van 1361 en 1438.

Het wapen op het Oudevrouwenhuis
De Goudse geschiedschrijver C.J. de Lange van Wijngaerden (1752-1820) noemde het verhaal over Jacoba van Beieren ‘verzonnen’ en beargumenteerde dat de doornenkrans een vergissing was. Oude tweesterrige stadszegels waren versierd met een gothische rand en dit had men, volgens hem, ten onrechte aangezien voor een doornenkrans. De doornenkrans komt pas voor het eerst voor op de zegels van 1616. Toen werd dergelijke decoratie niet meer zo begrepen en gotiek vond men maar barbaars.
Ook bij andere stadswapens zien we dat de afbeeldingen soms het resultaat zijn van een misverstand. In het geval van Gouda werd een versiering aangezien voor een doornenkrans en bij deze krans werd een passende wapenspreuk gezocht en gevonden.
In de zeventiende eeuw werden de leeuwen die het wapen vasthouden toegevoegd. Volgens De Lange van Wijngaerden “genomen naar de oude roode leeuwtjes, welke op de pui van het stadhuis het stadswapenschild voor hun hielden.”
Het wapen speelt nog steeds een prominente rol in het gezicht van van de stad. Het beeldmerk van de gemeente bestaat uit het wapenschild met de verticale balk en de zes sterren. De doornenkrans en het devies zijn weggelaten. Wel draagt het wapen een kroon en wordt het vastgehouden door twee leeuwen.

30 sep. 2017

Sleutels tot de hemelpoort en een strijdbare leeuw

In 2001 schreef ik 'Wapenfeiten', een boekje over de stadswapens van een aantal Zuid-Hollandse steden. In het boekje staan ook wandelingen langs de stadswapens.

Het wapen van Leiden

In zilver beladen met twee sleutels van keel, geplaatst en sautoir. Het wapen gedekt met eene kroon met vijf fleurons, alles van goud en vastgehouden door twee leeuwen van keel.
Stadswapen op de Korenbeurs
Midden in Leiden staat de Pieterskerk, tegenwoordig een multifunctioneel gebouw, maar eens een belangrijk godshuis. De Pieterskerk is de oudste parochiekerk van de stad. In 1121 lieten de graven van Holland een kapel bouwen die door de Utrechtse bisschop Godebald werd gewijd aan de apostel Petrus. Hiermee werd Petrus de beschermheilige van Leiden en kon zijn symbool - twee gekruiste sleutels - ook het symbool van de stad worden.
Petrus wordt sleutelhouder genoemd omdat in de Bijbel staat dat Jezus hem zei: “Ik zal u geven de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen” (Mattheüs 16:19). De paus voert ook een wapen met twee schuin gekruiste sleutels, de ene van goud, de andere van zilver.
De sleutels van het huidige Leidse stadswapen zijn rood op een wit schild, dat wordt vastgehouden door een rode leeuw met opgeheven zwaard. Officieel is het wapenschild zilverkleurig.

Stadswapen op poortje Breestraat
Strijdbare leeuw
In 1816 werd het wapen van Leiden vastgesteld, zoals in de aanhef omschreven, door de Hoge Raad van Adel. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1948, wendde het stadsbestuur zich tot de koningin met het verzoek het wapen te veranderen. Aanleiding was een brief van de Vereniging Oud-Leyden, die het college van B&W voorstelde het oude wapen weer toe te passen, dat stond op de stadszegels die vanaf 1587 werden gebruikt. Op deze zegels werd het schild niet vastgehouden door twee leeuwen, maar door een enkele leeuw met een geheven zwaard, een zogenaamde strijdbare leeuw.

De vereniging schreef: “Langen tijd, tot in de 18e eeuw komt het oude voor, tot het ongemerkt gewijzigd werd in het wapen met de twee rustig, contemplatief zittende dieren, hetgeen ook zeker overeenkwam met den geest des tijds. Doch thans, na 5 jaar strijd en ontbering waarvan helaas het einde nog niet in zicht is, zou het martiale wapen een beter in het tijdperk passend merk zijn.” Verder stelde de vereniging voor, omdat Rotterdam en Amsterdam na de oorlog een wapenspreuk hadden gekregen, ook het aloude Leidse devies weer in ere te herstellen: ‘Haec Libertatis Ergo’ - Dit omwille van de vrijheid. Deze spreuk stond na het beleg van Leiden (1574) op het noodgeld dat toen werd gebruikt, als symbool voor het verzet tegen de Spanjaarden. Met het invoeren van de spreuk op het wapen wilde de Vereniging Oud-Leyden het verzet in de Tweede Wereldoorlog, waarin de Leidse Universiteit zo'n grote rol had gespeeld, gedenken.

Stadswapen op de Lakenhal
Burgemeester en Wethouders gaven tekenaar J.P. van der Drift, die ook het wapen van Amsterdam had getekend, opdracht een nieuw wapen met strijdbare leeuw te ontwerpen. Op 25 januari 1950 ondertekende koningin Juliana het Koninklijk Besluit waarbij het wapen van de gemeente Leiden werd vastgesteld. Om de bevolking ook kennis te laten maken met het nieuwe wapen, liet de gemeente kaarten drukken met een afbeelding.
De strijdbare leeuw met zwaard en wapenschild heeft lange tijd het briefpapier van de gemeente getooid. In de jaren zeventig werd het beeldmerk gestileerd naar de smaak van de tijd, maar leeuw en zwaard waren nog steeds herkenbaar. Tegenwoordig is de leeuw eruit verdwenen. Ook nu weerspiegelt de tijdgeest zich in het beeldmerk van Leiden: de sleutels zijn geplaatst in een open deur die symbool staat voor de gastvrijheid van de stad.

3 sep. 2017

Château Siaurac

Lichtglooiend landschap met wijngaarden, torenspitsen die boven de heuvels uitsteken, grote huizen van licht zandsteen. We rijden over smalle wegen door de wijnstreek Lalande de Pomerol, niet ver van Bordeaux, op zoek naar Château Siaurac.


Au pair in Parijs
Van september 1978 tot en met juni 1979 was ik au pair in Parijs, bij Malcy Ozannat en haar zevenjarige zoon Jean. Andere au pairs woonden op de chambre de bonne op de zesde verdieping, ik had een kamer in het appartement van de familie, aan de Avenue Bugeaud in het zestiende arrondissement. Jean was lief maar kon erg dwars zijn. Iedere avond moest hij in bad en voerden we dezelfde strijd: hij wilde er niet in en hij wilde er niet uit.

De vader van Malcy was Olivier Guichard, die minister was geweest in de regering De Gaulle en nu burgemeester was van de chique badplaats La Baule. In de paasvakantie moest ik mee naar het wijnlandgoed van de familie Guichard bij Bordeaux: Château Siaurac. Er verbleef nog een au pair, de Australische Pamela, die voor de tweejarige Jeremy moest zorgen, een neefje van Jean. Het huis was groot, de kamers vol meubilair, tapijten en wandkleden wat groezelig. Een slecht onderhouden museum, zo voelde het.


Teveel wijn
In de week voor Pasen mochten Pam en ik samen met de familie eten, aan een grote ronde tafel. We werden bediend in volgorde van belangrijkheid, madame Guichard als eerste, Pam en ik waren het laatst aan de beurt. De conversatie aan tafel ging vooral over anderen. En madame Guichard merkte iedere keer op dat Pam en ik teveel wijn dronken tijdens het diner.
Toen met Pasen Olivier Guichard ook aanwezig was, moesten Pam en ik met de kinderen in de keuken eten, samen met het personeel. Wel werden we - de au pairs - na de maaltijd uitgenodigd in een kamer waar een borrel werd geserveerd en de heren sigaren rookten.


Vlakbij Néac vinden we Château Siaurac. Het huis is groot, veel groter dan in mijn herinnering, ook de parkachtige tuin is nog groter dan ik me herinner. Je kunt er nu eten en wijn proeven. In de ontvangstruimte waar wijnflessen te koop staan, vraag ik een personeelslid of het château nog van de familie Guichard is. Ze vertelt dat Olivier Guichard in 2004 is overleden en dat zijn drie dochters, werkzaam als redacteur of journalist, het hebben overgedragen aan een andere eigenaar.


Ik loop over het gazon om op een afstand naar het huis te kijken. Hoe het er van binnen uitzag, weet ik niet meer, wel herken ik het weggetje dat tussen de wijngaarden door naar Néac gaat.
Het is bijna veertig jaar geleden dat ik hier verbleef. Jean is nu 45 of 46. Hoe zou het met hem zijn?